201008489/1/R
- Datum uitspraak: 25 mei 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te De Koog, gemeente Texel, en de raad van de gemeente Texel, verweerder.
- Procesverloop Bij besluit van 7 juli 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Waterzuiveringsinstallatie Pontweg op Texel" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 augustus 2010, beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 april 2011, waar [appellant], in persoon, en de raad, vertegenwoordigd door E.H.D. Lindenbergh, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord het hoogheemraadschap, vertegenwoordigd door H.J. Bakker en T. Heringa, beiden werkzaam bij het hoogheemraadschap.
- Overwegingen 2.
- Het plan voorziet in een uitbreiding van het helofytenfilter van 3,7 hectare tot ongeveer 9 hectare van de waterzuiveringsinstallatie Everstekoog aan de Pontweg te De Koog op Texel. 2.
- [appellant] kan zich niet verenigen met de beoogde uitbreiding van het helofytenfilter. Hij voert hiertoe aan dat in het water dat door het helofytenfilter in de bodem komt zich nog resten van hormonen en medicijnen bevinden. Hij vreest voor schadelijke effecten op zijn vee, dat het gras op het naastgelegen perceel eet. Verder vreest [appellant] voor een vergroting van de vogeloverlast op zijn perceel. Voorts voert [appellant] aan dat de uitbreiding zal leiden tot een vergroting van de wateroverlast op zijn perceel. 2.
- De raad stelt zich op het standpunt dat als gevolg van de uitbreiding van het helofytenfilter medicijnresten beter uit het afvalwater worden gezuiverd. De raad voert voorts aan dat het hoogheemraadschap zo mogelijk problemen zal oplossen en indien dit niet lukt [appellant] mogelijke schade vergoed kan krijgen van het hoogheemraadschap. 2.
- In de schriftelijke uiteenzetting van het hoogheemraadschap staat dat het helofytenfilter een extra zuivering van het afvalwater vormt in aanvulling op de rioolwaterzuiveringsinstallatie. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding om dit onjuist te achten. Verder beschikt het hoogheemraadschap over een vergunning op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren voor lozingen vanuit de rioolwaterzuiveringsinstallatie op het helofytenfilter. In de procedure tot verlening van deze vergunning is rekening gehouden met de mogelijk schadelijke effecten van het geloosde water en zijn eisen gesteld aan het te lozen water. De raad heeft zich derhalve in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de uitbreiding van het helofytenfilter niet zal leiden tot een toename van resten van hormonen en medicijnen in het water. 2.
- Voorts staat in de schriftelijke uiteenzetting dat het hoogheemraadschap naar aanleiding van een onderzoek door Acacia Water van plan is een kwelsloot aan te leggen om mogelijke wateroverlast als gevolg van de uitbreiding van het helofytenfilter op het perceel van [appellant] te voorkomen. Het plan staat daaraan niet in de weg. Ter zitting heeft het hoogheemraadschap toegezegd de kwelsloot aan te leggen. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat niet volstaan kan worden met deze kwelsloot. Verder heeft het hoogheemraadschap ter zitting de toezegging gedaan dat het maatregelen zal nemen tegen vogeloverlast. Gelet op het voorgaande heeft de raad er van uit kunnen gaan dat het plan niet zal leiden tot een toename van wateroverlast en vogeloverlast. 2.
- Voor zover [appellant] in zijn beroep gronden heeft aangevoerd met betrekking tot de nadeelcompensatieregeling en het niet naleven van de afspraken door het hoogheemraadschap behoeven deze geen bespreking omdat deze aspecten niet in deze procedure ter beoordeling staan. 2.
- In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het beroep is ongegrond. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van staat. w.g. Kranenburg w.g. Soede lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2011 270-703.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.