← Nederland

ECLI:NL:RVS:2011:BT2135

201104615/1/R

  1. Datum uitspraak: 21 september 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante], wonend te 't Zandt, gemeente Loppersum, en het college van gedeputeerde staten van Groningen, verweerder.
  2. Procesverloop Bij besluit van 5 april 2011 heeft het college aan Aktivabedrijf Wind Nederland B.V. (hierna: AWN) vergunning krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 verleend voor het oprichten en in werking hebben van twee windturbines aan de Zuidkant (Handelskade) van de Eemshornweg te Eemshaven. Tegen dit besluit heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 april 2011, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 10 mei
  3. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het college, AWN en [appellante] hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak, gelijktijdig met het beroep in zaak nr. 201100185/1/H1, ter zitting behandeld op 21 juli 2011, waar het college, vertegenwoordigd door O. Slakhorst, werkzaam bij de provincie, is verschenen. Voorts is ter zitting AWN, vertegenwoordigd door ing. H.N.M. Akerboom, bijgestaan door mr. M.M. Kaajan, advocaat te Amsterdam, als belanghebbende gehoord.
  4. Overwegingen 2.
  5. Bij besluit van 28 juni 2011 heeft het college aan AWN opnieuw vergunning krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 verleend voor het oprichten en in werking hebben van twee windturbines aan de Zuidkant (Handelskade) van de Eemshornweg te Eemshaven. Aangezien dit besluit het besluit van 5 april 2011 vervangt, heeft [appellante] geen belang meer bij een oordeel over de rechtmatigheid van laatstgenoemd besluit. Het tegen het besluit van 5 april 2011 ingestelde beroep is niet-ontvankelijk. 2.
  6. Het besluit van 28 juni 2011 wordt, gelet op de artikelen 6:18, eerste lid, en 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), geacht eveneens onderwerp te zijn van dit geding. 2.
  7. Het beroep van [appellante] tegen het besluit van 28 juni 2011 is niet-ontvankelijk. Daartoe wordt overwogen dat [appellante] de Afdeling heeft bericht dat zij is verhuisd. Nu [appellante] haar huidige woonadres niet kenbaar heeft gemaakt, bestaat geen grond voor het oordeel dat zij als belanghebbende, als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, bij het besluit van 28 juni 2011 kan worden aangemerkt. 2.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  9. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep tegen de besluiten van het college van gedeputeerde staten van Groningen van 5 april 2011 en 28 juni 2011 niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. S.F.M. Wortmann en mr. J.C. Kranenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, ambtenaar van staat. w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Graaff-Haasnoot voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 21 september 2011 531.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.