201104423/1/H
- Datum uitspraak: 30 november 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant sub 1] en [appellant sub 2], h.o.d.n. [naam bedrijf], beiden wonend te Beek, gemeente Montferland, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 2 maart 2011 in zaak nr. 10/1669 in het geding tussen: [appellanten] en het college van burgemeester en wethouders van Montferland.
- Procesverloop Bij besluit van 24 december 2009 heeft het college aan [vergunninghouder] bouwvergunning tweede fase verleend voor het oprichten van twee appartementengebouwen met een huisartsenpraktijk en apotheek op het perceel [locatie] te Beek (hierna: het perceel). Bij besluit van 17 augustus 2010 heeft het het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 2 maart 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 april 2011, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. [vergunninghouder] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 november 2011, waar [appellanten], vertegenwoordigd door mr. Y.M. van der Meulen-Krouwel, en het college, vertegenwoordigd door L.M.M.J. Meuleman, N.T.W.M. Horstik, beiden werkzaam in dienst van de gemeente, en [partijen]. Voorts is daar [vergunninghouder], bijgestaan door mr. A.H.E. van der Klift, advocaat te Nijmegen, gehoord.
- Overwegingen 2.
- Appartementengebouw A zal uit twaalf appartementen met een apotheekhoudende huisartsenpraktijk bestaan en in appartementengebouw B zullen zestien appartementen worden gerealiseerd met een ondergrondse parkeergarage. Bij besluit van 20 oktober 2009 heeft het college bouwvergunning eerste fase voor het bouwplan verleend. 2.
- [appellanten] hebben kennelijk beoogd te betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het bouwplan in strijd is met het Bouwbesluit 2003, waaronder artikel 3.1, eerste lid, inzake de bescherming van te bouwen bouwwerken tegen geluid van buiten. De rechtbank heeft door [appellanten] niet aannemelijk gemaakt geacht dat de te realiseren appartementen niet aan de ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2003 vereiste binnenwaarde van 35 dB(A) kunnen voldoen. Zij hebben in hoger beroep niet uiteengezet, dat en waarom de desbetreffende overwegingen van de rechtbank onjuist, dan wel onvolledig zijn. Het aangevoerde geeft daarom geen aanleiding de aangevallen uitspraak te vernietigen. 2.
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. S.F.M. Wortmann, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. Heijninck, ambtenaar van staat. w.g. Loeb w.g. Heijninck voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 30 november 2011 552.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.