(1980)/S2469 (aangehecht) geen sprake is. In deze beschikking heeft de waarnemend voorzitter van de Afdeling rechtspraak wat betreft de groenstrook slechts vastgesteld dat deze na verwezenlijking van het aan de orde zijnde bouwplan op de hoek van de Anne Franklaan gehandhaafd zal blijven. Van een overeenkomst met betrekking tot de groenstrook is voor het overige niet gebleken. 2.
- Voor zover [appellant] betoogt dat een gedeelte van de groenstrook feitelijk ten onrechte versmald is, overweegt de Afdeling dat deze versmalling heeft plaatsgevonden voor de vaststelling van het voorliggende plan en in dit kader niet aan de orde kan komen. 2.
- De raad heeft ter zitting toegelicht dat de bestemming uit het voorgaande plan is overgenomen en dat geen belangenafweging heeft plaatsgevonden, anders dan dat hij de bestaande flexibiliteit ten behoeve van het winkelcentrum heeft willen behouden. Ter zitting is gebleken dat geen concrete plannen bestaan de groenstrook anders in te richten, bijvoorbeeld ten behoeve van parkeerplaatsen. Ter zitting heeft de raad voorts toegelicht dat in het recente nieuwe bouwplan voor uitbreiding van het winkelcentrum de groenstrook juist gehandhaafd blijft. Verder is evident dat de groenstrook, die in ieder geval sinds 1980 als zodanig in gebruik is, een belangrijke buffer vormt tussen de woningen aan de Anne Franklaan en het bestaande winkelcentrum. De raad heeft het belang van de omwonenden bij het behoud van de buffer ten onrechte niet in zijn afweging betrokken. 2.
- In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient wat betreft de plandelen met de bestemming "Gemengd" zoals nader aangeduid op de bij deze uitspraak behorende kaart wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd. 2.
- De Afdeling ziet aanleiding de raad met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, onder a en b, van de Algemene wet bestuursrecht, op te dragen binnen drie maanden na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen en daarbij te bepalen dat de voorbereiding daarvan niet overeenkomstig de eisen bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht hoeft te geschieden. 2.
- Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het beroep gegrond; II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Uithoorn van 21 oktober 2010, nr. 4.1/3.1, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Zijdelwaard", wat betreft de plandelen met de bestemming "Gemengd" zoals nader aangeduid op de bij deze uitspraak behorende kaart; III. draagt de raad van de gemeente Uithoorn op om binnen drie maanden na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen met betrekking tot de plandelen genoemd onder II; IV. gelast dat de raad van de gemeente Uithoorn aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. M.A.A. Mondt-Schouten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, ambtenaar van staat. w.g. Mondt-Schouten w.g. Bošnjaković lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 28 december 2011 410-
- <HR> Kaart