(1997)niet heeft gerespecteerd, aangezien in dat plan voor zijn perceel een bouwhoogte gold van 9 m. Voor een beperking van dit bestaand recht is volgens hem geen ruimtelijke argumentatie gegeven en op de daarop betrekking hebbende zienswijze is de raad niet ingegaan. Verder voert hij aan dat de raad in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelt. In verband hiermee wijst [appellant] op de planregeling voor het perceel [locatie B], waar de bouwhoogte uit het vorige plan wel is overgenomen. 2.
- De raad stelt dat de goot- en bouwhoogte voor het perceel [locatie A] overeenkomstig de bestaande situatie is vastgesteld. De bouwhoogte van het perceel [locatie B] is aangepast overeenkomstig het voorheen geldende bestemmingsplan, omdat er gelet op de situering en de grootte van het perceel en bouwvlak geen argumenten waren om de goot- en bouwhoogte ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan te verlagen. 2.
- Blijkens de plantoelichting is het uitgangspunt voor dit plan het positief bestemmen van de bestaande legale situatie. Per bouwvlak is de actuele goot- en bouwhoogte van de bebouwing opgenomen, waardoor de variatie in bouwhoogte behouden blijft. Op die wijze blijft de historische bebouwingsstructuur langs de linten behouden. Het bestreden besluit gaat er echter aan voorbij dat de woning op het perceel [locatie A] geen onderdeel is van de lintbebouwing in het dorp, maar ligt in een bos aan de rand van de kern van Knegsel. Voorts is in de beoordeling van de zienswijze van [appellant] weliswaar ingegaan op de door hem bestreden verkleining van het bouwvlak en het bouwvolume, doch niet op diens verzoek om de bouwhoogte uit het voorheen geldende bestemmingsplan over te nemen. Verder staat in het amendement 6, dat blijkens het bestreden besluit tot een aanpassing van de bouwhoogte voor het perceel [locatie B] heeft geleid, dat bestaande rechten met betrekking tot bebouwingsvoorschriften in het nieuwe plan zoveel mogelijk dienen te worden overgenomen. Hiermee verdraagt zich niet dat de maximale bouwhoogte uit het voorheen geldende plan voor het perceel [locatie A] in het nieuwe plan wordt verkleind. Gelet op het vorenstaande kan het bestreden besluit in zoverre niet gedragen worden door de daaraan ten grondslag gelegde motivering. Het betoog slaagt. 2.
- In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit wat betreft het plandeel met de bestemming "Wonen-Woonbos", voor zover dit betrekking heeft op het perceel [locatie A], niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd. 2.
- De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het beroep gegrond; II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Eersel van 31 maart 2011 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Kom Knegsel" wat betreft het plandeel met de bestemming "Wonen-Woonbos", voor zover dit betrekking heeft op het perceel [locatie A]; III. veroordeelt de raad van de gemeente Eersel tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; IV. gelast dat de raad van de gemeente Eersel aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. M.A.A. Mondt-Schouten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, ambtenaar van staat. w.g. Mondt-Schouten w.g. Boermans lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2012 429-661.