201112365/3/R3 en 201112365/2/R
- Datum uitspraak: 17 april 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het beroep, in het geding tussen onder meer: [appellant], wonend te Amstelveen, en de raad van de gemeente Cranendonck, verweerder.
- Procesverloop Bij besluit van 13 september 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Herziening Buitengebied" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft onder meer [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 december 2011, beroep ingesteld. Bij deze brief heeft [appellant] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 februari 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. J.H. Warnaars, is verschenen. Partijen hebben toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.
- Overwegingen 2.
- In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak. 2.
- Het plan voorziet in een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied". 2.
- [appellant] richt zich tegen het plan voor zover zijn recreatiewoning op het perceel [locatie] te Soerendonk niet als zodanig is bestemd. 2.3.
- Het plan betreft een herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied", waarbij dat plan op een aantal algemene punten is aangepast. Gelijktijdig met deze herziening is het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied" (hierna: het reparatieplan) vastgesteld, waarbij ten aanzien van een aantal specifieke plandelen een regeling is getroffen. Voor [appellant] heeft het voorliggende plan enkel tot gevolg dat mede voor zijn perceel een regeling voor schuilgelegenheden is opgenomen. Ter zitting is komen vast te staan dat [appellant] hiertegen geen bezwaren heeft en dat het plan ook overigens geen nadeel toebrengt aan zijn rechtspositie. Het perceel van [appellant] is opgenomen in het reparatieplan en heeft daarin een op dat perceel toegesneden planologische regeling gekregen. Tegen dit reparatieplan heeft [appellant] beroep ingesteld. Gelet hierop ziet de voorzitter aanleiding voor het oordeel dat [appellant] geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep tegen het voorliggende plan. 2.
- Het beroep van [appellant] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het beroep niet-ontvankelijk; II. wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat. w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Matulewicz voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2012 45-605.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.