← Nederland

ECLI:NL:RVS:2012:BW8188

201103877/1/A

  1. Datum uitspraak: 13 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante], gevestigd te Bleiswijk, gemeente Lansingerland, en het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, verweerder.
  2. Procesverloop Bij besluit van 24 januari 2011 heeft het college een vergunning als bedoeld in artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (hierna: de Wvo) geweigerd voor het rechtstreeks lozen van afvalwater in het oppervlaktewater en het lozen van afvalwater via de gemeentelijke riolering naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie Kralingseveer. Dit besluit is op 24 februari 2011 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 maart 2011, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 27 april
  3. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 mei 2012, waar [appellante], vertegenwoordigd door [directeur], van [appellante], en mr. A.P. Cornelissen, advocaat te Middelharnis, en het college, vertegenwoordigd door mr. D.T.G.H. Wilbers en ing. M. Waajen-Vlaanderen, werkzaam bij het hoogheemraadschap, zijn verschenen.
  4. Overwegingen 2.
  5. [appellante] betoogt dat, nu het college de aangevraagde vergunning uitsluitend heeft geweigerd omdat het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft geweigerd een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4 van de Wet milieubeheer te verlenen en laatstgenoemde weigering geen stand kan houden, het besluit van 24 januari 2011 eveneens dient te worden vernietigd. 2.
  6. Bij uitspraak van heden in zaak nr. 201103874/1/A4, heeft de Afdeling het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland tot weigering van de revisievergunning vernietigd. Gelet op de samenhang tussen dat besluit en het in deze procedure bestreden besluit, dient ook het laatstgenoemde besluit te worden vernietigd. 2.
  7. Het beroep is gegrond. Het besluit van 24 januari 2011 dient te worden vernietigd. 2.
  8. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
  9. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het beroep gegrond; II. vernietigt het besluit van het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard van 24 januari 2011, kenmerk L.05.166.V04; III. veroordeelt het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; IV. gelast dat het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 302,00 (zegge: driehonderdtwee euro) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van staat. w.g. Wortmann w.g. Van Roessel lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2012 457-738.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.