201109458/1/R1. Datum uitspraak: 27 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. [appellant sub 1A], wonend te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, en [appellante sub 1B], wonend te Boekelo, gemeente Enschede, 2. [appellant sub 2A] en [appellante sub 2B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 2]), beiden wonend te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, en de raad van de gemeente Tubbergen, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 4 juli 2011, nummer 10B, heeft de raad de aanvraag van [appellant sub 1A] om het bestemmingsplan "Harbrinkhoek, Jannes Brouwerstraat 36/Hagweg ong." vast te stellen, afgewezen. Tegen dit besluit hebben [appellanten sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 augustus 2011, en [appellant sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 augustus 2011, beroep ingesteld. [appellanten sub 1] hebben hun beroep aangevuld bij brief van 13 januari 2012. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De raad en [appellant sub 2] hebben nadere stukken ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 april 2012, waar [appellanten sub 1], bijgestaan door mr. G.G. Kranendonk, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door I.M.J. Leferink-Booijink, zijn verschenen. Voorts is ter zitting als partij gehoord de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Die Haeghe Beheer B.V., vertegenwoordigd door C. Brusche, bijgestaan door I.L.B. Boers-Leijten. 2. Overwegingen 2.1. Het ontwerpplan, dat op verzoek van [appellant sub 1A] en met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is voorbereid, heeft betrekking op twee percelen in Harbrinkhoek. In het ontwerpplan wordt onder meer een woonbestemming toegekend aan het perceel, Jannes Brouwerstraat 36, met in het noorden van dat perceel de mogelijkheid tot het bouwen van een tweede woning en bijgebouwen. Voorts zijn in het ontwerpplan gronden aan de Hagweg ongenummerd bestemd voor "Wonen" en "Natuur". De bestemming "Wonen" maakt het oprichten van een woning met bijgebouwen mogelijk op dat perceel. Het vigerende bestemmingsplan voorziet niet in bouwmogelijkheden voor het perceel Hagweg ongenummerd. Ontvankelijkheid 2.2. Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) kan door een belanghebbende bij de Afdeling beroep worden ingesteld tegen een besluit omtrent de vaststelling van een bestemmingsplan. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2.2.1. [appellante sub 1B] woont in Boekelo. Zij heeft geen zicht op het plangebied. Ter zitting is vast komen te staan dat zij geen zakelijk gerechtigde is van de gronden waarop het ontwerpplan betrekking heeft. Volgens [appellante sub 1B] is haar belang gelegen in haar voornemen om een nieuw te bouwen woning - waarin het ontwerpplan voorziet - te betrekken. Een dergelijk voornemen zou onvoldoende zijn voor het oordeel dat een concreet en actueel belang van haar rechtstreeks bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan zou zijn betrokken. Gelet daarop bestaat naar het oordeel van de Afdeling evenmin een voldoende rechtstreeks belang bij de weigering het plan vast te stellen. De conclusie is dat [appellante sub 1B] geen belanghebbende is bij het bestreden besluit als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb en dat zij daartegen ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wro geen beroep kan instellen. Het beroep van [appellanten sub 1] is, voor zover ingesteld door [appellante sub 1B], niet-ontvankelijk. 2.2.2. Het perceel van [appellant sub 2], [locatie], ligt naast het perceel Jannes Brouwerstraat 36. De beoogde tweede woning op laatstgenoemd perceel ligt in de nabijheid van de woning van [appellant sub 2]. Derhalve dient [appellant sub 2] als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb te worden aangemerkt. [appellant sub 2] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de raad om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Hij betoogt dat de raad bij het niet vaststellen van het plan heeft nagelaten om in te gaan op de door hem naar voren gebrachte zienswijze. Hij weet derhalve niet wat de raad vindt van de door hem tegen het ontwerpplan ingebrachte argumenten. Omdat de kans bestaat dat het beroep van [appellant sub 1A] slaagt, heeft ook [appellant sub 2] beroep ingesteld. Hij verzoekt om vernietiging van het bestreden besluit met de opdracht aan de raad om opnieuw de aanvraag van [appellant sub 1A] af te wijzen, maar nu met een motivering waarin de raad expliciet de argumenten van [appellant sub 2] behandelt. De Afdeling is van oordeel dat nu [appellant sub 2] met zijn beroep niets anders kan en wil bereiken dan hetgeen de raad reeds heeft besloten, namelijk de weigering om het bestemmingsplan vast te stellen, hij geen processueel belang heeft bij de vernietiging van het bestreden besluit. Het beroep van [appellant sub 2] is niet-ontvankelijk. Het beroep van [appellant sub 1A] 2.3. [appellant sub 1A] stelt dat hij zich reeds in 2005 heeft aangemeld voor de "Rood voor rood regeling" (hierna: de regeling). Hij heeft vanaf 2005 gesprekken gevoerd met ambtenaren en een wethouder over de voorbereiding van het ontwerpplan. [appellant sub 1A] wijst er op dat hij zijn aanvraag om vaststelling van het plan verscheidene malen heeft aangepast, overeenkomstig het verzoek van het college van burgemeester en wethouders. De concrete invulling van zijn aanvraag heeft hij derhalve daarop afgestemd, met het oog op het verkrijgen van de benodigde medewerking door de raad. Niettemin heeft de raad uiteindelijk besloten om het bestemmingsplan niet vast te stellen. [appellant sub 1A] acht de wijze waarop de procedure is gevoerd, onzorgvuldig. Bovenal stelt [appellant sub 1A] dat de gedane toezeggingen en de met hem gesloten "Rood voor rood overeenkomst" bij hem een gerechtvaardigd vertrouwen hebben gewekt dat de raad zijn medewerking zou verlenen aan het vaststellen van het plan. Volgens [appellant sub 1A] heeft de raad zijn besluit onvoldoende althans ondeugdelijk gemotiveerd. Hij wijst hierbij onder meer op het feit dat het college van burgemeester en wethouders met de "Rood voor rood overeenkomst" heeft bevestigd dat hij recht heeft op twee compensatiewoningen, terwijl de raad in het bestreden besluit stelt dat geen recht bestaat op twee compensatiewoningen. Voorts stelt [appellant sub 1A] dat de raad onredelijk handelt, door op de locatie Hagweg ongenummerd vast te houden aan het criterium dat gebouwd moet worden op de slooplocatie. De keuze in het ontwerpbestemmingsplan om een woonbestemming toe te kennen aan de gronden ten noorden van de plaats waar de twee silo's zijn gesitueerd is immers een gevolg van de wensen van omwonenden, het college van burgemeester en wethouders en het provinciebestuur. De raad had ten aanzien van dit punt derhalve moeten afwijken van de regeling. [appellant sub 1A] betoogt voorts dat de raad op 12 december 2011 medewerking heeft verleend aan een verzoek om vaststelling van een bestemmingsplan voor de locatie Weemselerweg 32, terwijl dat verzoek niet voldeed aan de regeling. In een vergelijkbaar geval vond de raad het derhalve verantwoord om af te wijken van de regeling. Door zijn aanvraag af te wijzen heeft de raad in strijd gehandeld met het gelijkheidsbeginsel, aldus [appellant sub 1A]. 2.4. De raad stelt zich op het standpunt dat het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk is voor het voorbereiden van concrete "rood voor rood projecten". Het college van burgemeester en wethouders heeft vastgesteld dat de aanvraag van [appellant sub 1A] in strijd is met de regeling, maar wilde daarvan afwijken. Daartoe is ook een overeenkomst gesloten. Het al dan niet vaststellen van bestemmingsplannen is een bevoegdheid van de raad. De overeenkomst bindt hem dan ook niet. De raad heeft besloten vast te houden aan de regeling. Dat het college van burgemeester en wethouders heeft meegewerkt aan de aanvraag, laat onverlet dat geen garanties zijn gegeven voor de uiteindelijke besluitvorming door de raad. Namens of door de raad zijn derhalve geen toezeggingen gedaan waaraan [appellant sub 1A] het gerechtvaardigd vertrouwen heeft mogen ontlenen dat de raad zijn aanvraag zou honoreren, aldus de raad. 2.5. Op 7 mei 2007 heeft de raad het beleid "Rood voor Rood met gesloten beurs in de gemeente Tubbergen" vastgesteld. Hoofddoel van dit beleid is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijke gebied. De realisatie van dit doel vindt plaats door de sloop van landschapsontsierende agrarische bedrijfsgebouwen en door overige verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Op 6 juni 2011 heeft de raad het "Rood voor Rood beleid 2011" vastgesteld. Dit betreft een actualisatie van de eerdere beleidsnota. De intenties en achtergronden van het beleid zijn niet veranderd. Uit de overgangsregeling bij dit beleid volgt dat op de aanvraag van [appellant sub 1A] het beleid uit 2007 van toepassing is. 2.5.1. In het Rood voor Rood beleid staan onder meer de volgende uitgangspunten vermeld: - ter compensatie van de sloop van minimaal 850 m² landschapsontsierende agrarische bedrijfsbebouwing kan (of kunnen) onder voorwaarden één (of meer) bouwkavel(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.