201106970/1/A
- Datum uitspraak: 4 juli 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Beheersmaatschappij Johema B.V., gevestigd te Budel, gemeente Cranendonck, en [appellante], gevestigd te Reusel, gemeente Reusel-De Mierden (hierna tezamen in enkelvoud: Johema), appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 16 mei 2011 in zaak nr. 10/3357 in het geding tussen: Johema en het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden.
- Procesverloop Bij besluit van 28 april 2009 heeft het college aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Wagricom B.V. vrijstelling verleend voor het verbouwen van een bedrijfsruimte op het perceel Turnhoutseweg 40-42 te Reusel. Bij afzonderlijk besluit van 28 april 2009 heeft het college Wagricom bouwvergunning verleend voor het verbouwen van een bedrijfsruimte op het perceel. Bij besluit van 7 september 2010 heeft het college het door Johema tegen deze besluiten gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 16 mei 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door Johema daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft Johema bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 juni 2011, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Johema heeft een nader stuk ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 maart 2012, waar Johema, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. M.H.J. van Driel, advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. ing. J.K.J. Boon, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Wagricom is met bericht van verhindering niet verschenen.
- Overwegingen 2.
- Johema betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college het door haar gemaakte bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij voert daartoe aan dat de rechtbank heeft miskend dat sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het haar niet kan worden verweten niet tijdig bezwaar te hebben gemaakt. 2.1.
- Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 27 augustus 2008 in zaak nr. 200800487/1), is de bestuursrechter slechts gehouden tot inhoudelijke beoordeling van een bij hem ingediend beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan indien de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Indien dat belang is vervallen, is de bestuursrechter niet geroepen uitspraak te doen uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan. Bij uitspraak van heden in zaak nr. 201109752/1/A1 heeft de Afdeling het hoger beroep van Wagricom tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 20 juli 2011, waarin is overwogen dat het college de aan Wagricom bij afzonderlijke besluiten van 28 april 2009 verleende vrijstelling en bouwvergunning in redelijkheid heeft kunnen intrekken, ongegrond verklaard. Johema heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. 2.
- Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. C.J. Borman, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, ambtenaar van staat. w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Pieters voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2012 473.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.