(1996)van de gemeente Valkenswaard. In hetgeen de Stichting en [appellanten sub 4] hebben aangevoerd, zijn geen aanknopingspunten te vinden voor een ander oordeel. Het betoog faalt. 2.
- De Stichting en anderen betogen verder dat de rechtbank ten onrechte geen oordeel heeft gegeven over de door haar aangedragen alternatieven voor het oplossen van de verkeersproblemen in Valkenswaard. 2.10.
- De Stichting en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat alternatieven aanwezig zijn waarmee een aan de voorgenomen rotonde gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Daarbij is betrokken dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat de aanleg van de Lage Heideweg en de West-Parallel niet op de korte termijn kan worden gerealiseerd, terwijl een begin van een oplossing van de problemen op de korte termijn wel mogelijk is met de herinrichting van de Europalaan en de daarvan onderdeel uitmakende aanleg van de rotonde. Het betoog faalt. 2.
- Het betoog van [appellanten sub 4] dat de daadwerkelijk optredende verkeersbelasting en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de geluidbelasting en de luchtkwaliteit na het vaststellen van hogere grenswaarden in de praktijk vaak tegenvalt, wat daarvan zij, kan niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. Dit betoog staat los van de vraag of het college bij besluit van 25 mei 2010 in redelijkheid de vrijstelling heeft kunnen verlenen en ligt thans derhalve niet ter beoordeling voor. 2.
- Het hoger beroep van de Stichting en anderen is gegrond voor zover de rechtbank heeft nagelaten te oordelen over het beroep dat is ingesteld door de omwonenden die de Stichting hebben gemachtigd. De aangevallen uitspraak dient in zoverre te worden vernietigd. Nu de rechtbank het beroep van de Stichting terecht ongegrond heeft verklaard en de gronden van het beroep van de bedoelde omwonenden met die van Stichting overeenkomen, zal de Afdeling, doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, het beroep van deze personen alsnog ongegrond verklaren. 2.
- De hoger beroepen zijn voor het overige ongegrond, zodat de aangevallen uitspraak voor het overige dient te worden bevestigd. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het hoger beroep van de Stichting en anderen tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 8 augustus 2011 in, voor zover thans van belang, zaken nrs. 10/2200 (thans 11/2279, 10/2145 (thans 11/2280), 10/2147 (thans 11/2281), 10/2192 (thans 11/2286) en 10/2198 (thans 11/2288) gegrond voor zover de rechtbank heeft nagelaten te oordelen over het beroep dat is ingesteld door de omwonenden die de Stichting hebben gemachtigd; II. vernietigt de aangevallen uitspraak in zoverre; III. verklaart het beroep van de omwonenden die de Stichting hebben gemachtigd ongegrond; IV. bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige. Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.G.P. Oudenaller, ambtenaar van staat. w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Oudenaller Voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2012 414-619.