(1)van de Woonruimtewet 1947 moet worden gesproken. Volgens hem was het pand een bedrijfspand. Ter motivering van zijn betoog heeft [verzoeker] stukken overgelegd die het college volgens hem destijds buiten het dossier heeft gehouden en waarover hij ook niet eerder kon beschikken. Uit die stukken volgt volgens hem dat het college destijds wist dat het pand geen woning was, maar een bedrijfspand. Verder heeft het college in zaak nr. R03.89.2182/LW 12 een uittreksel uit het gemeentekadaster overgelegd waarin staat vermeld dat de bestemming van het pand "bewoning" is. In de administratie van het gemeentekadaster werden echter slechts de termen "woning" en "niet-bewoning" gebruikt. Voorts is het woord "bewoning" een bijvoeglijk naamwoord en kon het daarom niet worden gebruikt om de bestemming van het pand aan te duiden. Het uittreksel was dan ook onjuist, aldus [verzoeker]. 2.
- De stukken die [verzoeker] heeft overgelegd en heeft gemarkeerd met een rode stikker met het nummer 2 erop, voor zover niet reeds overgelegd in zaak nr. R03.89.2182/LW 12, zien alle op feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak van 6 juli 1989 en hadden [verzoeker] redelijkerwijs bekend kunnen zijn en kunnen reeds daarom niet leiden tot herziening van die uitspraak. De stukken die niet zijn gemarkeerd met een rode stikker met het nummer 2 erop alsmede het stuk dat is gemarkeerd met een rode stikker met het nummer 2 en tevens het nummer 25 erop hebben, gelet op hun inhoud, geen betrekking op de zaak waarvan herziening is verzocht, en kunnen daarom evenmin leiden tot herziening.
- Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. A. Hammerstein, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Reuveny, ambtenaar van staat. w.g. Van Altena w.g. Reuveny voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 5 september 2012 622.