201206218/1/V4. Datum uitspraak: 21 september 2012 Raad van State AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, van 19 juni 2012 in zaak nr. 12/18471 in het geding tussen: (de vreemdeling) en de minister. Procesverloop Bij besluit van 6 juni 2012 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 19 juni 2012 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met onmiddellijke ingang bevolen en de vreemdeling schadevergoeding toegekend. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht. De vreemdeling heeft een verweerschrift ingediend. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. De in de enige grief opgeworpen rechtsvraag over het oordeel van de rechtbank dat, samengevat weergegeven, een controle in het kader van het Mobiel Toezicht Veiligheid (hierna: MTV-controle), die is uitgevoerd met toepassing van artikel 50, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) en artikel 4.17a van het Vreemdelingenbesluit 2000, in strijd is met Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen, heeft de Afdeling bij uitspraak van 3 augustus 2012 in zaak nr. 201204130/1/V4 beantwoord. De overwegingen 2.1. tot en met 2.1.6. van die uitspraak zijn ook in dit geval van toepassing, zodat de grief slaagt. 2. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het besluit van 6 juni 2012 beoordelen in het licht van de daartegen in eerste aanleg voorgedragen beroepsgronden, voor zover die gelet op hetgeen hiervoor is overwogen nog bespreking behoeven. 2.1. Voor zover het betoog van de vreemdeling ziet op de vraag of de uitvoering van de MTV-controle rechtmatig is geweest wordt overwogen dat de rechtbank daarover uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een oordeel heeft gegeven, waartegen in hoger beroep niet is opgekomen, zodat deze beroepsgrond buiten het geding valt. 3. De vreemdeling heeft betoogd dat aan de bewaring ten onrechte ten grondslag is gelegd dat sprake is van onttrekkingsgevaar, althans dat de maatregel niet kan worden gebaseerd op de daarin vermelde gronden, nu hij asielzoeker is. 3.1. In het besluit waarbij de vreemdeling op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 de maatregel van bewaring is opgelegd, staat vermeld dat de maatregel wordt gevorderd door het belang van de openbare orde omdat er aanwijzingen zijn om te vermoeden dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken en de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Daaraan is ten grondslag gelegd dat de vreemdeling: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.