← Nederland

ECLI:NL:RVS:2012:BY1014

201208958/1/A4 en 201208958/2/A

  1. Datum uitspraak: 19 oktober 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van: de vereniging Vereniging Publieke Steigers Nico Jessekade (hierna: de Vereniging), gevestigd te Amsterdam, appellante, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 4 september 2012 in zaak nrs. AWB 12/3557 en 12/3558 in het geding tussen: [partij] en anderen en het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oost van de gemeente Amsterdam (hierna: het dagelijks bestuur). Procesverloop Bij te onderscheiden besluiten van 6 december 2011 heeft het dagelijks bestuur aan [partij] en anderen lasten onder bestuursdwang opgelegd. Bij besluit van 5 juni 2012 heeft het dagelijks bestuur de door [partij] en anderen daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 4 september 2012 heeft de voorzieningenrechter het door [partij] en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft de Vereniging hoger beroep ingesteld. Bij afzonderlijke brief heeft de Vereniging de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 oktober 2012, waar het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. H. Pals, werkzaam bij het stadsdeel, is verschenen. Overwegingen
  2. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.
  3. Zoals het dagelijks bestuur terecht in het verweerschrift heeft aangevoerd, heeft de Vereniging geen beroep ingesteld tegen het besluit van 5 juni
  4. Gesteld noch gebleken is dat dit de Vereniging redelijkerwijs niet kan worden verweten als bedoeld in artikel 6:13 van de Awb. Het door haar ingestelde hoger beroep is, gelet op artikel 6:13 van de Awb, gelezen in verbinding met artikel 6:24 van die wet, niet-ontvankelijk.
  5. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; II. wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Hulst, ambtenaar van staat. w.g. Van Kreveld w.g. Van Hulst voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2012 402.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.