201202112/1/A1. Datum uitspraak: 21 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Vlaardingen, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 januari 2012 in zaak nr. 11/4368 in het geding tussen: [appellant] en het dagelijks bestuur van de deelgemeente IJsselmonde. Procesverloop Bij besluit van 18 januari 2011 heeft het dagelijks bestuur zijn beslissing om jegens [appellant] spoedeisende bestuursdwang toe te passen in verband met het op 21 december 2010 ontmantelen van een hennepkwekerij in de woning aan de [locatie] te Rotterdam (hierna: de woning) op schrift gesteld. Daarbij heeft het de aan de bestuursdwang verbonden kosten voor rekening van [appellant] gebracht. Bij besluit van 1 februari 2011 heeft het dagelijks bestuur de kosten van de uitvoering vastgesteld. Bij besluit van 6 september 2011 heeft het dagelijks bestuur het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 16 januari 2012 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 oktober 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. R. Kuijer, advocaat te Rotterdam, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. J.A. Karreman, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Overwegingen 1. [appellant] heeft op 15 juni 2011 bezwaar gemaakt tegen de besluiten van 18 januari en 1 februari 2011. Het dagelijks bestuur heeft het bezwaarschrift van [appellant] bij besluit van 6 september 2011 wegens overschrijding van de in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) genoemde termijn niet-ontvankelijk verklaard. Het daartegen ingestelde beroep heeft de rechtbank ongegrond verklaard. 2. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het dagelijks bestuur zijn bezwaar tegen de besluiten van 18 januari 2011 en 1 februari 2011 terecht niet-ontvankelijk heeft geacht. Daartoe voert hij aan dat hij vanwege een ruzie met zijn moeder de woning waar hij woonde moest verlaten en dat het niet mogelijk was voorzieningen te treffen om te voorkomen dat poststukken hem niet zouden bereiken. Hij voert voorts aan dat hij niet bedacht hoefde te zijn op de mogelijke ontvangst van de besluiten, omdat hij geen huurder was van de woning waarin de hennepkwekerij ontdekt werd. De besluiten zijn is om die reden evident onjuist. Reeds om die reden is het bezwaar ontvankelijk, aldus [appellant]. 2.1. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de omstandigheid dat [appellant] vanwege een ruzie met zijn moeder de woning waar hij woonde moest verlaten, niet leidt tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Onder verwijzing naar de uitspraak van 12 mei 2011 in zaak nr. 2010121872/H1 (www.raadvanstate.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.