201207295/1/V4. Datum uitspraak: 18 december 2012 Raad van State AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [naam], appellante, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, van 18 juli 2012 in zaak nrs. 12/20279 en 12/20277 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel. Procesverloop Bij besluit van 21 juni 2012 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 18 juli 2012 heeft de voorzieningenrechter, voor zover thans van belang, het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht. De minister, thans de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, heeft een verweerschrift ingediend. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. In haar enige grief klaagt de vreemdeling, zakelijk weergegeven, dat de voorzieningenrechter in navolging van de minister ten onrechte er vanuit is gegaan dat het Slowaakse visum in haar paspoort ten tijde van belang nog geldig was, zodat het standpunt van de minister, dat Slowakije op grond van de Verordening (EG) 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (hierna: de Verordening) verantwoordelijk is voor de behandeling van de in Nederland ingediende asielaanvraag, in rechte stand kan houden. 1.1. De vreemdeling is, naar zij heeft verklaard, op 9 maart 2012 Nederland ingereisd en is in het bezit van een origineel paspoort met daarin een visum voor Slowakije, geldig van 5 mei 2011 tot 3 mei 2012. Op 10 april 2012 heeft zij in persoon bij de aanmeldunit van de Vreemdelingenpolitie te kennen gegeven dat zij een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilde indienen. Op 13 juni 2012 heeft zij, conform afspraak, in het aanmeldcentrum Ter Apel haar aanvraag ingediend. 1.2. Ingevolge artikel 2, aanhef en onder c, van de Verordening wordt onder een asielverzoek verstaan een verzoek van een onderdaan van een derde land dat kan worden opgevat als een verzoek om verlening van internationale bescherming door een lidstaat krachtens het verdrag van Genève en wordt elk verzoek om internationale bescherming als een asielverzoek beschouwd, tenzij de onderdaan van een derde land uitdrukkelijk vraagt om een andere vorm van bescherming waarvoor een afzonderlijk verzoek kan worden ingediend. Ingevolge artikel 4, tweede lid, van de Verordening wordt een asielverzoek geacht te zijn ingediend vanaf het tijdstip waarop de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat een door de asielzoeker ingediend formulier of een door de autoriteiten opgesteld proces-verbaal hebben ontvangen en dient bij een niet-schriftelijk verzoek de termijn tussen de intentieverklaring en het opstellen van een proces-verbaal zo kort mogelijk te zijn. Ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Verordening wordt, met toepassing van de in hoofdstuk 3 opgenomen criteria op grond van de situatie op het tijdstip waarop de asielzoeker zijn verzoek voor de eerste maal bij een lidstaat indient, vastgesteld welke lidstaat verantwoordelijk is. Ingevolge artikel 9, tweede lid van de Verordening, voor zover hier van belang, is, wanneer de asielzoeker houder is van een geldig visum, de lidstaat die dat visum heeft afgegeven verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek. Ingevolge artikel 3.38 van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (hierna: het VV 2000) wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 gedaan door indiening van een formulier van het in bijlage 13 bij deze regeling met de letter i aangeduide model. 1.3. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 20 maart 2012 in zaak nr 201007428/1/V4; www.raadvanstate.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.