(2009)313 definitief; hierna: de richtsnoeren) een handvat voor de interpretatie van de Richtlijn. Blijkens paragraaf 3.2 van deze richtsnoeren kunnen onder bepaalde omstandigheden veelvuldig gepleegde lichte feiten een bedreiging voor de openbare orde vormen, niettegenstaande dat elk strafbaar feit op zichzelf geen voldoende ernstige bedreiging vormt. De nationale autoriteiten moeten dit aantonen en bij hun beoordeling met name rekening houden met de aard van de strafbare feiten, het aantal strafbare feiten en de veroorzaakte schade. Het feit dat een persoon meermalen is veroordeeld, is op zichzelf niet voldoende. 3.
- De vreemdeling, van Poolse nationaliteit, is blijkens de uittreksels Justitiële Documentatie van 30 december 2010 en 15 maart 2011 voor het plegen van zestien winkeldiefstallen onherroepelijk veroordeeld tot straffen variërend van het betalen van een geldboete tot een gevangenisstraf van ten hoogste zes weken. Verder is de vreemdeling voor het zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden negen keer onherroepelijk veroordeeld tot het betalen van een geldboete en voor het bij zich hebben van een steekwapen één keer. 3.
- De rechtbank heeft overwogen dat de staatssecretaris op goede gronden heeft kunnen concluderen dat van het persoonlijke gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging uitgaat, omdat de vreemdeling in korte tijd voor meerdere lichte strafbare feiten is veroordeeld, hij die feiten veelvuldig, stelselmatig en nog recent heeft gepleegd en voorts van verandering van het gedrag niet is gebleken. Bij dit laatste heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de vreemdeling ter zitting heeft laten weten dat hij recentelijk ter behandeling is opgenomen in een ziekenhuis in verband met overmatig alcoholgebruik. De rechtbank heeft verder overwogen dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd dat een fundamenteel belang van de samenleving wordt geraakt, door in aanmerking te nemen dat de vreemdeling een veelpleger en recidivist is van vermogensdelicten, wiens frequente en hardnekkige gedrag onveiligheid, overlast en maatschappelijke schade teweegbrengt waardoor burgers zich onveilig voelen. 3.
- De rechtbank heeft terecht overwogen dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling een actuele en werkelijke bedreiging vormt. De vreemdeling heeft zich ook na eerdere strafrechtelijke veroordelingen veelvuldig schuldig gemaakt aan het plegen van strafbare feiten, daardoor mede in verband met zijn overmatig alcoholgebruik herhaaldelijk overlast veroorzaakt en geen positieve gedragsverandering laten zien. In zoverre faalt de grief. 3.
- De vreemdeling klaagt echter terecht dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris zich ook voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling een ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt. De staatssecretaris heeft niet toegelicht hoe zijn standpunt dat de vreemdeling, gelet op het aantal onherroepelijke gevangenisstraffen in zeer korte tijd, een zodanige bedreiging voor de samenleving vormt, zich verhoudt tot de omstandigheid dat het Openbaar Ministerie geen ISD-maatregel heeft gevorderd, in aanmerking genomen dat zodanige maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en beëindiging van de recidive van een verdachte. Met de algemene tegenwerping aan de vreemdeling, dat hij als veelpleger onveiligheid, overlast en maatschappelijke schade teweegbrengt, heeft de staatssecretaris voorts ten onrechte niet nader geconcretiseerd dat en waarom het effect daarvan zodanig ingrijpend is dat een fundamenteel belang van de samenleving op het spel staat en evenmin welke schade de vreemdeling aldus heeft veroorzaakt. Verder geeft het besluit van 9 december 2011 er geen blijk van dat de staatssecretaris acht heeft geslagen op de omstandigheden waaronder de vreemdeling de strafbare feiten heeft gepleegd. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank niet onderkend dat de staatssecretaris ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom de vreemdeling een ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt in de zin van artikel 8.22, eerste lid, van het Vb
- In zoverre slaagt de grief.
- Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal het beroep tegen het besluit van 9 december 2011 alsnog gegrond worden verklaard en dat besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb worden vernietigd.
- De staatssecretaris moet op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten worden veroordeeld. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Dordrecht, van 20 april 2012 in zaak nr. 11/40031; III. verklaart het in die zaak ingestelde beroep gegrond; IV. vernietigt het besluit van de minister voor Immigratie en Asiel van 9 december 2011, kenmerk 1101-05-1198; V. veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van beroep en hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.416,00 (zegge: veertienhonderdzestien euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; VI. gelast dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de vreemdeling het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 384,00 (zegge: driehonderdvierentachtig euro) voor de behandeling van beroep en hoger beroep vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. G. van der Wiel, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, ambtenaar van staat. w.g. Lubberdink w.g. Schuurman voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 5 september 2013 282-701