(1999)Algemeen en Grenswaarden voor sportverlichting" van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (hierna: de richtlijn) voor verticale verlichtingssterkte van 10 lux op de gevel is voldaan. Het college heeft zich hierbij gebaseerd op onderzoek van Lichtconsult.nl waarvan in het rapport "Lichthindermeting Tennisvereniging De IJpelaar te Breda" van 4 april 2011 (hierna: het rapport) verslag wordt gedaan. Intrekking beroepsgrond
- Ter zitting hebben [appellant] en anderen hun beroepsgrond over het aanmerken van hun omgeving als zone "E3 stedelijk gebied" in het rapport ingetrokken. Hoogte lichtmasten
- [appellant] en anderen betogen dat de rechtbank ten onrechte er aan voorbij is gegaan dat de lichtmasten hoger zijn dan 15 m. In dit kader voeren zij aan dat vergunning is verleend voor lichtmasten met een hoogte van 15 m. Voorts voeren zij aan dat, zo begrijpt de Afdeling het betoog, de Flora- en faunawet in verband met deze hoogte eisen stelt. 4.
- [appellant] en anderen hebben deze grond en de daaraan ten grondslag liggende feiten voor het eerst in hoger beroep aangevoerd. Aangezien het hoger beroep is gericht tegen de uitspraak van de rechtbank en er geen reden is waarom het betoog wat betreft de hoogte van de lichtmasten niet reeds bij de rechtbank kon worden aangevoerd, en [appellant] en anderen dit uit een oogpunt van een zorgvuldig en doelmatig gebruik van rechtsmiddelen hadden behoren te doen, dient dit betoog buiten beschouwing te blijven. Kader
- [appellant] en anderen betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het college naast de richtlijn de brochure "Bedrijven en milieuzonering 2009" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG-brochure) bij zijn beoordeling van de lichthinder had moeten betrekken. Volgens [appellant] en anderen heeft de rechtbank ook miskend dat het college aanvullend op de toetsing aan de richtlijn een belangenafweging had moeten maken. Zij betogen verder dat op blz. 10 van het rapport is vermeld dat lichthinder binnen wordt ervaren op ongeveer 3 m van het meetpunt, wat - zo begrijpt de Afdeling het betoog - mee moet brengen dat ter zake maatwerkvoorschriften worden gesteld. 5.
- Het betoog dat de rechtbank heeft miskend dat het college een andere afweging, eventueel aan de hand van de VNG-brochure, moest verrichten, faalt. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 11 augustus 2010 in zaak nr. 201000896/1/M1), kan een college ter beoordeling van de vraag of maatwerkvoorschriften dienen te worden gesteld in redelijkheid aansluiten bij de richtlijn. Bij toepassing van deze richtlijn is bepalend of aan de in de richtlijn gegeven grenswaarden wordt voldaan, en niet - zoals in het rapport is vermeld - dat binnen een woning lichthinder kan worden ervaren. De beroepsgrond faalt. Lichtmetingen en toetsing grenswaarden
- [appellant] en anderen betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het college er bij zijn besluitvorming ten onrechte van is uitgegaan dat voor hun woningen aan de grenswaarden uit de richtlijn wordt voldaan. Hiertoe voeren zij de volgende argumenten aan. [appellant] en anderen betogen dat de ter plaatse gemeten waarden niet controleerbaar zijn, omdat ze niet aan hen zijn verstrekt en ook ontbreken in het rapport. Bovendien is er volgens hen ten onrechte aan voorbij gegaan dat de meetapparatuur tijdens de meting op 24 januari 2011 defect was. [appellant] en anderen stellen dat de met deze defecte apparatuur gedane metingen niet opnieuw zijn uitgevoerd en dat de metingen daarom niet betrouwbaar zijn. Ten slotte betogen zij dat de meetpunten onjuist zijn bepaald. Er had volgens hen gemeten moeten worden op het raam. 6.
- Op basis van de ter plaatse gemeten waarden heeft Lichtconsult.nl lichtsterktes berekend en in het rapport vermeld. Dat de ter plaatse gemeten waarden niet aan [appellant] en anderen zijn verstrekt en ontbreken in het rapport, betekent op zichzelf niet dat het college had moeten twijfelen aan de juistheid van de door Lichtconsult.nl berekende lichtsterktes. 6.
- In het rapport staat voorts vermeld dat de metingen op 24 januari 2011 en op 2 maart 2011 zijn uitgevoerd. In een verslag van een op 2 maart 2011 vanwege het college verrichte controle voorafgaand aan de meting is vermeld dat de metingen op 24 januari 2011 zijn afgebroken wegens een defecte luminantiemeter. Ter zitting heeft het college toegelicht dat de luminantiemeter op 24 januari 2011 is gevallen en dat daarna de metingen niet met die luminantiemeter zijn voortgezet. Op 2 maart 2011 zijn opnieuw metingen uitgevoerd. Daarom zijn volgens het college de meetresultaten betrouwbaar. Er is geen aanleiding aan te nemen dat het college er ten onrechte van uitgaat dat er geen metingen met een defecte luminantiemeter zijn meegenomen in het rapport. 6.
- Gezien het voorgaande bestond voor het college geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de metingen op basis waarvan Lichtconsult.nl de lichtsterktes berekent. Naar aanleiding van het betoog van [appellant] en anderen in hoger beroep heeft het college op basis van deze metingen laten berekenen welke lichtsterktes optreden op de gevel van de betrokken woningen en de resultaten daarvan als inlichtingen ingebracht in deze procedure. [appellant] en anderen hebben weliswaar ter zitting betoogd dat hen niet duidelijk is hoe deze berekening heeft plaatsgevonden en of deze klopt, maar geen argumenten gegeven op grond waarvan niet van de juistheid van die berekening kan worden uitgegaan. 6.
- De berekende lichtsterktes blijven ruim onder de grenswaarden voor de verticale verlichtingssterkte van 10 lux op de gevel die volgens de richtlijn moeten worden gehaald bij een omgeving als hier aan de orde. Gelet hierop, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het college ten onrechte heeft geconcludeerd dat voor de woningen van [appellant] en anderen aan de grenswaarden uit de richtlijn wordt voldaan. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat het college, gelet op het door hem gehanteerde kader, in redelijkheid heeft kunnen afzien van het stellen van maatwerkvoorschriften. De beroepsgrond faalt. Slotoverwegingen
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevallen, dient te worden bevestigd.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevallen. Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van staat. w.g. Borman w.g. Van der Zijpp voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2013 262-764