201309267/1/V
- Datum uitspraak: 1 november 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 25 september 2013 in zaak nr. 13/23608 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 7 september 2013 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 25 september 2013 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding toegewezen en het toe te kennen bedrag gematigd tot 50 procent. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Tevens heeft hij daarbij de Afdeling verzocht hem schadevergoeding toe te kennen. Het hogerberoepschrift is aangehecht. De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen
- In hoger beroep klaagt de vreemdeling, samengevat weergegeven, dat de rechtbank het bedrag van de schadevergoeding ten onrechte tot 50 procent heeft gematigd.
- Ingevolge artikel 84, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) staat in afwijking van artikel 8:104, eerste lid, van de Awb geen hoger beroep open tegen een uitspraak van de rechtbank of voorzieningenrechter over de toekenning van de vergoeding, bedoeld in artikel 106 van de Vw
- Ingevolge artikel 95, tweede lid, voor zover thans van belang, strekt het hoger beroep zich, in afwijking van artikel 84, aanhef en onder d, van die wet, ook uit over de toekenning van schadevergoeding, bedoeld in artikel
- Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 95, tweede lid, van de Vw 2000, (Kamerstukken II 2002-2003, 28 630, nr. 3, p. 11 en nr. 5, p. 1) strekt die bepaling er niet toe om afzonderlijk hoger beroep mogelijk te maken tegen de hoogte van de toegekende vergoeding, maar zal die alleen aan de orde kunnen komen samen met de beoordeling van de bewaring zelf.
- Nu niet in geschil is dat de aan de vreemdeling opgelegde maatregel van bewaring van meet af aan onrechtmatig was en de vreemdeling in hoger beroep uitsluitend opkomt tegen de beslissing van de rechtbank waarbij de vergoeding als bedoeld in artikel 106 van de Vw 2000 is gematigd tot 50 procent, is de Afdeling, gelet op voormeld artikel 84, aanhef en onder d, kennelijk onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen en een oordeel over het verzoek om schadevergoeding te geven.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M.P. van Gemert, ambtenaar van staat. w.g. Lubberdink w.g. Van Gemert lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 1 november 2013 53-750
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.