← Nederland

ECLI:NL:RVS:2013:1933

201303115/1/A

  1. Datum uitspraak: 13 november 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 maart 2013 in zaak nr. 11/3844 in het geding tussen: [appellant] en Belastingdienst/Toeslagen. Procesverloop Bij besluit van 4 februari 2011 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aan [appellant] over 2008 toe te kennen kinderopvangtoeslag vastgesteld op € 3547,00 en € 5976,00 aan ten onrechte aan het gastouderbureau betaalde voorschotten van hem teruggevorderd. Bij besluit van 29 juli 2011 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 14 maart 2013 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De Belastingdienst/Toeslagen heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. Met toestemming van partijen heeft de Afdeling afgezien van behandeling van de zaak ter zitting en het onderzoek gesloten. Overwegingen
  2. [appellant] betoogt dat de rechtbank, door als juist te aanvaarden dat de Belastingdienst/Toeslagen hem en niet [persoon] heeft aangemerkt als de aanvrager van de toeslag en de voorschotten van hem heeft teruggevorderd, heeft miskend dat [persoon] het formulier als aanvrager heeft ondertekend en hij als toeslagpartner. Bovendien was een deel van de correspondentie aan [persoon] gericht, aldus [appellant]. 1.
  3. Op het aanvraagformulier is onder het kopje "Persoonlijke gegevens aanvrager kinderopvangtoeslag" de naam van [appellant], alsmede zijn geboortedatum en sofinummer (thans: burgerservicenummer) vermeld. Ook op andere plaatsen in het formulier is het burgerservicenummer van [appellant] vermeld bij "aanvrager". Gevolgen van het feit dat, naar [appellant] stelt, uit het formulier niet eenduidig blijkt dat hij de aanvrager is, heeft de Belastingdienst/Toeslagen voor zijn rekening mogen laten. Het was aan hem om het formulier zo in te vullen, dat daarover geen misverstand kon bestaan. Met de stukken die [appellant] in beroep heeft ingediend, heeft de rechtbank voorts terecht door hem niet aannemelijk gemaakt geacht dat een deel van de correspondentie van de Belastingdienst/Toeslagen aan [persoon] was gericht, nu het stuk dat van de Belastingdienst/Toeslagen afkomstig is een reactie behelst op een verzoek tot wijziging op naam van [persoon]. Het betoog faalt.
  4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van staat. w.g. Loeb w.g. Poot lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 13 november 2013 362.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.