201209149/1/V
- Datum uitspraak: 20 december 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 21 augustus 2012 in zaak nr. 12/17128 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel. Procesverloop Bij besluit van 23 mei 2012 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 21 augustus 2012 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht. De minister, thans: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, heeft een nader stuk ingediend. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen
- Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wet op dit geding van toepassing blijft.
- Ambtshalve wordt als volgt overwogen.
- Uit de uitspraak van de Afdeling van 19 december 2013 in zaak nr. 201207041/1/V2 volgt dat de rechtbank het door de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag ingestelde beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.
- Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd, behoeft geen bespreking. De Afdeling zal de zaak met toepassing van artikel 55, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de Raad van State naar de rechtbank terugwijzen om te worden behandeld en beslist met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.
- De Afdeling zal de proceskosten in hoger beroep vaststellen. De rechtbank dient omtrent de vergoeding van deze kosten te beslissen. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 21 augustus 2012 in zaak nr. 12/17128; III. wijst de zaak naar de rechtbank terug; IV. stelt de door de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte kosten vast op een bedrag van € 472,00 (zegge: vierhonderdtweeënzeventig euro), en bepaalt dat de rechtbank beslist omtrent de vergoeding van deze kosten. Aldus vastgesteld door mr. R. van der Spoel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.D.A.M. Zegveld, ambtenaar van staat. w.g. Van der Spoel w.g. Zegveld lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 20 december 2013 43-698.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.