← Nederland

ECLI:NL:RVS:2013:274

201300772/1/R

  1. Datum uitspraak: 10 juli 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante A], gevestigd te [plaats] en [appellante B], gevestigd te [plaats], en de raad van de gemeente Woerden, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 29 november 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Barwoutswaarder, Polanen en Putkop" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellanten] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 juni 2013, waar [appellanten], vertegenwoordigd door mr. S.W. Boot, advocaat te Rotterdam, en de raad, vertegenwoordigd door drs. L.C. Lindeman, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Overwegingen
  2. Het plan voorziet in een juridisch-planologisch kader voor de bedrijventerreinen Barwoutswaarder, Polanen en Putkop.
  3. Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro), zoals dit luidde ten tijde van belang, kan door een belanghebbende bij de Afdeling beroep worden ingesteld tegen een besluit als het aan de orde zijnde. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. [appellante A] exploiteert een onderneming op het perceel [locatie], welke gronden deel uitmaken van het plangebied. [appellante B] heeft slechts een belang bij het plan als aandeelhouder van [appellante A] Hierdoor heeft [appellante B] niet een rechtstreeks maar een afgeleid belang bij het plan. Nu ook overigens niet is gebleken dat zij een belang heeft dat rechtstreeks is betrokken bij het plan, kan [appellante B] niet als belanghebbende worden aangemerkt als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Het beroep, voor zover ingediend door [appellante B], is derhalve niet-ontvankelijk. 2.
  4. Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Awb wordt het ontwerpplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht bij de raad. [appellante A] heeft niet binnen de gestelde termijn een zienswijze tegen het ontwerpplan naar voren gebracht bij de raad. Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wro, zoals dit luidde ten tijde van belang, en artikel 6:13 van de Awb, kan beroep slechts worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan door een belanghebbende die tegen het ontwerpplan tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht. Dit is slechts anders indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht. Deze omstandigheid doet zich niet voor, zodat het beroep, voor zover ingediend door [appellante A], eveneens niet-ontvankelijk is.
  5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, ambtenaar van staat. w.g. Simons-Vinckx w.g. Vogel-Carprieaux lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2013 458 - 674.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.