(2000)de meest geschikte gegevens levert voor de te beschouwen wegvakken en dat dit verkeersmodel tevens ten grondslag ligt aan alle eerder uitgevoerde (milieu)onderzoeken in het kader van de oostelijke rondweg Boskoop. Dit verkeersmodel is gebaseerd op het Regionaal Verkeersmodel Zuid-Holland van de provincie Zuid-Holland, waarbij een extra verfijningsslag voor de gemeente Boskoop en omgeving heeft plaatsgevonden, aldus het rapport. Volgens dit rapport zijn de verkeersgegevens geactualiseerd naar het gewenste prognosejaar 2020, waarbij rekening is gehouden met een toename van het verkeer door uitbreiding van het aantal bedrijven langs de oostelijke rondweg Boskoop en de autonome groei van het verkeer. In het deskundigenbericht is in dit verband uiteengezet dat bij het werken met een verkeersmodel voor het prognosejaar alle relevante ontwikkelingen moeten worden verwerkt wat betreft het doen ontstaan van verkeer en de toedeling van het verkeer aan de weginfrastructuur. Volgens het deskundigenbericht dient het basisjaar er alleen toe om het verkeersmodel te valideren en is het in die zin niet relevant voor de prognose. Gelet hierop ziet de Afdeling in hetgeen [appellant sub 1] betoogt geen aanleiding voor het oordeel dat de in het rapport berekende verkeersintensiteiten voor het deel van de oostelijke rondweg Boskoop dat is voorzien in het onderhavige plan, niet als representatief kunnen worden beschouwd. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat deze manier van toepassen van een verkeersmodel volgens het deskundigenbericht gebruikelijk is en prognoses oplevert met een gangbare mate van betrouwbaarheid. [appellant sub 1] heeft dit niet betwist. Verkeersveiligheid
- [appellant sub 1] en [appellanten sub 2] stellen dat als gevolg van het plan het gemotoriseerde verkeer dusdanig zal toenemen dat dit leidt tot verkeersonveilige situaties. Volgens [appellant sub 1] zullen verkeersonveilige situaties met name voor fietsers ontstaan. Hiertoe voert [appellant sub 1] aan dat de Randenburgseweg en de brug ter plaatse van de Zuidwijk tamelijk smal zijn en niet zijn berekend op de hoge verkeersintensiteit en het zware vrachtverkeer. [appellanten sub 2] voeren aan dat zich in het tracé een gevaarlijke kruising en een smalle brug bevinden, waardoor een gevaarlijke driesprong ontstaat en bij de brug een verkeersinfarct. 5.
- In het rapport ‘Oostelijke Rondweg Boskoop Module 4, Ruimtelijke Onderbouwing-Verkeer’ van Arcadis van 13 september 2010 is vermeld dat de oostelijke rondweg Boskoop wordt gerealiseerd volgens het principe duurzaam veilig en is getypeerd als een erftoegangsweg, geschikt voor een intensiteit tot 4.500 motorvoertuigen per etmaal, met een maximum snelheid van 60 km/uur. Het deel van de oostelijke rondweg Boskoop dat is voorzien in het onderhavige plan krijgt volgens het rapport een verhardingsbreedte van 6,5 m en wordt deels voorzien van fietsvoorzieningen. In het deskundigenbericht is vermeld dat gelet op de door CROW opgestelde richtlijnen, die zijn neergelegd in het Handboek Wegontwerp-Erftoegangswegen (publicatie 164d), een breedte van 6,5 m voor de verwerking van de geprognosticeerde intensiteit van 3.653 motorvoertuigen per etmaal voor het deel van de oostelijke rondweg Boskoop dat is voorzien in het onderhavige plan ruimschoots voldoende is en dat met deze breedte tevens wordt voldaan aan de minimale verhardingsbreedte die nodig is voor het passeren van verschillende verkeersdeelnemers. Omtrent de brug bij de Zuidwijk en de kruising is in het deskundigenbericht vermeld dat de brug ten opzichte van het overige deel van de oostelijke rondweg Boskoop dat is voorzien in het onderhavige plan een versmalling bevat. Dit leidt tot lagere snelheden en het remmende effect van de brug zorgt ervoor dat weggebruikers beter kunnen anticiperen op andere weggebruikers, aldus het deskundigenbericht. Volgens het deskundigenbericht geldt dit ook voor de bocht bij de kruising. In het deskundigenbericht wordt geconcludeerd dat nu de oostelijke rondweg Boskoop wordt ingericht volgens de uitgangspunten van duurzaam veilig, die zijn uitgewerkt in de door CROW opgestelde richtlijnen die zijn neergelegd in het Handboek Wegontwerp-Erftoegangswegen (publicatie 164d), het tracé niet als verkeersonveilig aangemerkt behoeft te worden. [appellant sub 1] en [appellanten sub 2] hebben dit niet gemotiveerd bestreden. Gelet hierop heeft de raad zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat door de in het onderhavige plan voorziene deel van de oostelijke rondweg Boskoop geen verkeersonveilige situatie zal ontstaan. Ten aanzien van de verkeersveiligheid op de Randenburgseweg overweegt de Afdeling dat deze weg, die ligt binnen de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, geen onderdeel uitmaakt van het voorliggende plangebied. Uit de stukken alsmede het verhandelde ter zitting is gebleken dat de gemeente Bodegraven-Reeuwijk gelet op artikel 4 van de met de gemeente Boskoop gesloten vaststellingsovereenkomst de Randenburgseweg tevens zal verbreden en dat het daartoe opgestelde ontwerpplan "Randenburgseweg" inmiddels ter inzage heeft gelegen. Geluid
- [appellant sub 1] vreest dat de met het plan gepaard gaande toename van het verkeer zal leiden tot geluidoverlast ter plaatse van zijn woning aan de [locatie] te Reeuwijk. In dit verband wijst hij op het geluid als gevolg van het optrekken van motorvoertuigen ter plaatse van de brug bij de Zuidwijk. 6.
- In opdracht van de gemeente Boskoop heeft de Milieudienst Midden-Holland een onderzoek verricht naar het aspect geluid. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport ‘Milieukundig Advies Oostelijke rondweg Boskoop Module 4’ van 13 februari
- Uit het rapport volgt dat daar waar de Zuidwijk wordt gewijzigd in verband met de aansluiting op de oostelijke rondweg Boskoop, de geluidbelasting op de gevel van de woning aan de [locatie] vanwege het verkeer op dit deel van de weg ruim onder de voorkeurswaarde van 48 dB blijft. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens onderzocht de gevolgen voor de geluidbelasting van de toename van de verkeersintensiteit op de in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk gelegen bestaande Randenburgseweg door de aanleg van de oostelijke rondweg Boskoop. Uit het rapport volgt dat de geluidbelasting op de gevel van de woning aan de [locatie] met 2,8 dB toeneemt als gevolg van de toename van de verkeersintensiteit op deze weg door de aanleg van de oostelijke rondweg Boskoop. Uit het rapport alsmede het verhandelde ter zitting is gebleken dat de gemeente Bodegraven-Reeuwijk gelet op artikel 4 van de met de gemeente Boskoop gesloten vaststellingsovereenkomst geluidreducerend asfalt zal toepassen op de Randenburgseweg, waardoor een geluidreductie van 4,5 dB wordt bereikt op de gevel van de woning aan de [locatie] met als gevolg dat de geluidbelasting ter plaatse niet zal verslechteren. In hetgeen [appellant sub 1] aanvoert wordt geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat de raad in zoverre niet van het rapport heeft kunnen uitgaan. Gelet hierop heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de aanleg van de oostelijke rondweg Boskoop niet zal leiden tot nadelige gevolgen voor de geluidbelasting op de gevel van de woning aan de [locatie] te Reeuwijk. Waardedaling woning
- [appellant sub 1] vreest voor een waardedaling van zijn woning aan de [locatie] te Reeuwijk door de toename van het verkeer ter plaatse en de daarmee gepaard gaande geluidoverlast. 7.
- De Afdeling overweegt dat, mede gelet op hetgeen is overwogen onder 6.1, geen grond bestaat voor de verwachting dat een mogelijke waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die met de realisering van het plan aan de orde zijn. Bovendien heeft de raad in dit verband terecht gewezen op de mogelijkheid een verzoek om planschadevergoeding in te dienen. Conclusie
- Gelet op het voorgaande zijn de beroepen ongegrond. Proceskosten
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart de beroepen ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, voorzitter, en mr. M.A.A. Mondt-Schouten en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, ambtenaar van staat. w.g. Van Sloten w.g. Lodeweges voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2013 625.