201112376/1/V1. Datum uitspraak: 16 januari 2013 RAAD VAN STATE AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa), appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats 's Hertogenbosch, van 3 november 2011 in zaak nr. 11/14330 in het geding tussen: [naam] (hierna: de vreemdeling) en het COa. Procesverloop Bij besluit van 31 maart 2011 heeft het COa een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 17, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (hierna: de Rva 2005) de kosten voor het laten verrichten van een contra expertise taalanalyse te vergoeden, afgewezen. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 3 november 2011 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en bepaald dat het COa een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft het COa hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht. De vreemdeling heeft een verweerschrift ingediend. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: de Wet COa) is het COa belast met de materiële en immateriële opvang van asielzoekers. Ingevolge het tweede lid kan de minister van Justitie (thans: de minister van Veiligheid en Justitie; hierna: de minister) het COa taken als bedoeld in het eerste lid opdragen voor andere categorieën vreemdelingen. Ingevolge het derde lid kan de minister regels stellen voor verstrekkingen aan asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen als bedoeld in het tweede lid. De Rva 2005 strekt ter uitvoering van artikel 3, tweede lid, van de Wet COa. Artikel 3 van de Rva 2005 bepaalt aan welke categorieën asielzoekers of daarmee gelijk te stellen categorieën vreemdelingen het COa opvang biedt. Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder g, omvat de opvang in een opvangvoorziening in elk geval betaling van buitengewone kosten. Ingevolge artikel 17, eerste lid, kan een asielzoeker een vergoeding ontvangen voor buitengewone kosten, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel g, die hij heeft gemaakt. Ingevolge het tweede lid zijn buitengewone kosten noodzakelijke kosten die wegens hun aard of hoogte in redelijkheid niet kunnen worden geacht door de asielzoeker zelf te worden betaald. Ingevolge het derde lid betaalt het COa buitengewone kosten slechts voor zover het de asielzoeker vooraf toestemming heeft verleend voor het maken van deze kosten, met uitzondering van kosten die voortvloeien uit noodsituaties waarin geen mogelijkheid bestond tot het verzoeken om toestemming. Ingevolge het vierde lid verleent het COa de toestemming, bedoeld in het derde lid, uitsluitend indien en voor zover de kosten noodzakelijk zijn en niet op andere wijze in de betaling kan worden voorzien. De toelichting op artikel 17 van de Rva 2005 (Stcrt. 2005, 24, p. 15) vermeldt het volgende: "Het gaat om kosten waarvan in redelijkheid geoordeeld kan worden dat zij noodzakelijk zijn. Het orgaan zal deze kosten in alle redelijkheid als buitengewoon moeten kunnen aanmerken. Voorwaarde hierbij is dat de kosten in enige mate (direct of indirect) gerelateerd zijn aan het verblijf in de voorziening of aan de (medische en mentale) situatie van betrokkene. Dit betekent dat het mogelijk is dat ook kosten vergoed kunnen worden die niet opgehangen zijn aan, of verbonden zijn met de asielprocedure. Het orgaan dient zo mogelijk voor het plaatsvinden van de situatie waaruit voor de asielzoeker buitengewone kosten voortvloeien aan de betrokken bewoner toestemming te hebben geven voor het maken van deze kosten. Op deze wijze wordt voorkomen dat een asielzoeker kosten maakt waarvan naderhand blijkt dat zij niet voor betaling door het orgaan in aanmerking komen. Indien de toestemming niet vooraf is gegeven zal het orgaan deze kosten slechts behoeven te betalen indien het wegens zeer dringende redenen niet mogelijk was voorafgaand aan het maken van de kosten toestemming te geven, zoals in de situatie waarin de asielzoeker acuut hulp nodig heeft." Volgens de Handleiding Vergoeding Buitengewone Kosten zijn de kosten voor het opstellen van een contra expertise taalanalyse in beginsel buitengewone kosten als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Rva 2005 en vergoedt het COa de kosten voor het opstellen van de tweede fase van een onder begeleiding van De Taalstudio op te stellen contra-expertise taalanalyse tot een maximumbedrag van € 800,00. Indien de opsteller van een contra expertise taalanalyse anoniem is, vergoedt het COa de kosten niet. 2. In de enige grief klaagt het COa dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het zijn besluit ondeugdelijk heeft gemotiveerd, omdat onvoldoende grond bestaat om reeds op voorhand te twijfelen aan de onafhankelijkheid en deskundigheid van de door De Taalstudio te begeleiden opsteller van de contra-expertise en om die reden, indien de vreemdeling weigert de identiteitsgegevens van de opsteller vooraf bekend te maken, geen toestemming te verlenen voor het maken van de kosten. Het COa voert, onder verwijzing naar artikel 17, derde lid, van de Rva 2005, aan dat het vooraf de onafhankelijkheid en deskundigheid van de desbetreffende persoon verifieert teneinde te beoordelen of de voorgenomen contra expertise redelijkerwijs kan bijdragen aan de beoordeling en toetsing in de asielprocedure en of de gevraagde kosten dus wel noodzakelijk zijn. Sinds de uitspraak van de Afdeling van 2 september 2010 in zaak nr. 200904984/1/V1 (www.raadvanstate.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.