(2008), waarop onder andere de archeologische onderzoeksgebieden zijn weergegeven. De beleidskaart, die deel uitmaakt van het gemeentelijke beleidsstuk "Erfgoed in context; Erfgoedvisie Breda 2008-2015", is tot stand gekomen op grond van verscheidene onderzoeken, waaronder erfgoedrapporten, rapporten van archeologische onderzoeksbureaus en alle archeologische onderzoeken tot en met 2006, en archeologische literatuur en is vervolgens in 2008 door de raad vastgesteld, nadat een ieder in de gelegenheid was gesteld zienswijzen naar voren te brengen. Op de gronden die in de Beleidsadvieskaart een hoge en middelhoge archeologische verwachtingswaarde hebben, rust in het plan de dubbelbestemming "Waarde-Archeologie". Op de Beleidsadvieskaart lopen over het perceel van Thes stroken van gebieden met hoge archeologische verwachtingswaarde. Deze stroken zijn overgenomen op de verbeelding en hebben de bestemming "Waarde-Archeologie". Thes heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Beleidsadvieskaart zodanige gebreken bevat omtrent de ter plaatse aanwezige archeologische waarden dat de raad zich hierop bij de vaststelling van het plan niet mocht baseren. Gelet op het voorgaande heeft de raad in redelijkheid de archeologische dubbelbestemming voor delen van het perceel van Thes kunnen vaststellen. 7.4. Voor zover Thes ter motivering van haar beroep heeft verwezen naar de inhoud van de zienswijze, wordt overwogen dat in de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. Thes heeft in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn. 8. In hetgeen Thes heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan, voor zover bestreden, strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond. 9. Voor een proceskostenveroordeling ten aanzien van het beroep van Thes bestaat geen aanleiding. het beroep van [appellante sub 3] 10. [appellante sub 3], dat op perceel [locatie 1] een hotel exploiteert, betoogt dat de raad ten onrechte de aanduiding "vulpunt lpg" ter plaatse van de bestemming "Bedrijf" voor het perceel Teteringsedijk 210 alsmede artikel 23, lid 23.3, van de planregels heeft vastgesteld. Daartoe voert zij aan dat deze plandelen in strijd zijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (hierna: Revi), omdat de in acht te nemen afstand als bedoeld in artikel 23, lid 23.3, van de planregels te klein is. Volgens [appellante sub 3] is in dit geval sprake van een nieuwe situatie, zodat de in bijlage 1, tabel 1 van de Revi genoemde afstanden gelden waarbinnen geen kwetsbare objecten, waaronder woningen, zijn toegestaan. Het plan voorziet in woningen binnen deze afstanden en bovendien is [appellante sub 3] voornemens op haar eigen perceel, ook binnen die afstanden, woningbouw te realiseren. Verder heeft de raad onvoldoende gewichtige redenen aangedragen waarom wordt afgeweken van de richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten, waaronder de uitbreiding van het hotel die en een kantoor dat [appellante sub 3] van plan is te realiseren op haar eigen perceel. [appellante sub 3] stelt dat de door de raad gebruikte brochure "Implementatie Convenant LPG-autogas 2005" (hierna: de brochure) geen grondslag biedt om van de vereiste afstanden van het Bevi en de Revi te mogen afwijken. Verder stelt [appellante sub 3] dat het rapport waarin de zogeheten Kwantitatieve Risico Analyse (hierna: QRA) is gemaakt ten onrechte niet ter inzage heeft gelegen en dat het groepsrisico onvoldoende is afgewogen. 10.1. De raad stelt zich op het standpunt dat hier in verband met de vaststelling van een bestemmingsplan weliswaar sprake is van een nieuwe situatie, maar dat op grond van de brochure en artikel 2, vijfde lid, van de Revi uitgegaan mag worden van kleinere afstanden. Dit betekent volgens de raad dat uitgegaan mag worden van de afstanden als genoemd in bijlage 1, tabel 2a van de Revi. Wat betreft de uitbreiding van het hotel stelt de raad dat uitbreiding op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan niet was toegestaan en in dit plan alleen mogelijk is als de vereiste veiligheidscontour in acht wordt genomen. Voor het kantoor is al in 2003 vrijstelling en bouwvergunning verleend, maar hier is tot op heden geen gebruik van gemaakt. Verder stelt de raad dat een QRA-berekening in dit geval niet verplicht is. 10.2. Het perceel Teteringsedijk 210 heeft de bestemming "Bedrijf" en de aanduidingen "verkooppunt motorbrandstoffen met lpg" en "vulpunt lpg". Het vulpunt ligt blijkens de verbeelding op het westelijke deel van het perceel nabij de grens van het perceel van [appellante sub 3]. Ingevolge artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder c en d, van de planregels zijn de als zodanig aangewezen gronden uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "verkooppunt motorbrandstoffen met lpg" bestemd voor een verkooppunt voor het verkopen van motorbrandstoffen met lpg en de bijbehorende detailhandelsvoorzieningen met een verkoopvloeroppervlak van maximaal 100 m² alsmede ter plaatse van de aanduiding "vulpunt lpg" een vulpunt voor lpg. Ingevolge artikel 23, lid 23.3, onder a, is het verboden binnen een afstand van 35 m vanaf de aanduiding "vulpunt lpg" kwetsbare objecten, zoals genoemd in het Bevi op te richten of te vestigen, met dien verstande dat een afstand van 25 m geldt indien de vergunde lpg-doorzet minder dan 500 m³ bedraagt. Ingevolge lid 23.3, onder b, dient voor het oprichten of vestigen van beperkt kwetsbare objecten binnen 35 m vanaf de aanduiding "vulpunt lpg", rekening gehouden te worden met de richtwaarde zoals opgenomen in het Bevi, met dien verstande dat een afstand van 25 m geldt indien de vergunde lpg-doorzet minder dan 500 m³ bedraagt. Blijkens de verbeelding bedraagt de afstand tussen het vulpunt en de bestemming "Wonen" ongeveer 35 m en tussen het vulpunt en de aanduiding "kantoor" ongeveer 27 m. De begrenzing van het bouwvlak op het naastgelegen perceel van [appellante sub 3] loopt gelijk met de begrenzing van het perceel. De bestemming "Horeca", die het naastgelegen perceel van [appellante sub 3] heeft, grenst derhalve direct aan het vulpunt. 10.3. Ingevolge artikel 5, eerste lid, van het Bevi neemt het bevoegd gezag bij de vaststelling van een besluit als bedoeld in artikel 3.1, eerste tot en met derde lid van de Wro, op grond waarvan de bouw of vestiging van kwetsbare objecten wordt toegelaten, de grenswaarde, genoemd in artikel 8, eerste lid, in acht. Ingevolge het tweede lid houdt het bevoegd gezag bij de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid op grond waarvan de bouw of vestiging van beperkt kwetsbare objecten wordt toegelaten, rekening met de richtwaarde, genoemd in artikel 8, tweede lid. Ingevolge het derde lid neemt het bevoegd gezag bij de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid, in afwijking van het eerste lid, de bij regeling van Onze Minister vastgestelde afstanden tot kwetsbare objecten in acht en houdt bij de vaststelling van een besluit als bedoeld in het tweede lid, in afwijking van het tweede lid, rekening met de bij die regeling vastgestelde afstanden tot beperkt kwetsbare objecten, indien dat besluit betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk ligt binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onderdelen a tot en met d, waaronder een LPG-tankstation als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder e. 10.4. Ingevolge artikel 2, eerste lid, onder a, van de Revi zijn de afstanden tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, bedoeld in artikel 5, derde lid, van het Bevi, de afstanden die zijn vermeld in bijlage 1, tabel 1, indien het risico wordt veroorzaakt door een LPG-tankstation als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onderdeel a, van het Bevi. Ingevolge het vijfde lid zijn, indien bij de vaststelling van een besluit als bedoeld in artikel 3.1, eerste tot en met derde lid, van de Wro zodanige voorschriften aan dat besluit zijn verbonden, dat binnen drie jaar na vaststelling van dat besluit aan de afstanden, bedoeld in het eerste lid, voor zover het betreft kwetsbare objecten, wordt voldaan, in afwijking van dat lid, gedurende die drie jaar de in acht te nemen afstanden tot de op het tijdstip van vaststelling van dat besluit aanwezige kwetsbare objecten, de op dat tijdstip bestaande afstanden, indien die afstanden groter zijn dan de afstanden die overeenkomen met de risicocontour 10-5 per jaar. Dit artikel 2 staat in paragraaf 2, getiteld "Afstanden voor categoriale inrichtingen (nieuwe situaties)". In bijlage 1, tabel 1 bij de Revi (afstanden als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder
- a)wordt een afstand tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aangegeven van 110 m van het vulpunt bij een LPG-tankstation met een doorzet van 1000 m³ of meer per jaar en een afstand van 45 m van het vulpunt bij een LPG-tankstation met een doorzet tot 1000 m³ per jaar. 10.5. Niet in geschil is dat hier sprake is van een LPG-tankstation, waarop het Bevi en de Revi van toepassing zijn en dat sprake is van een nieuwe situatie als bedoeld in paragraaf 2 van de Revi. Ingevolge artikel 2, eerste lid, onder a, van de Revi is tabel 1 in de bijbehorende bijlage 1 van toepassing. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 25 oktober 2006 in zaak nr. 200508135/1, wordt blijkens voornoemd artikel en de bijlage met de tabellen geen onderscheid gemaakt tussen nieuwe nog te bouwen en feitelijk reeds aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. Nu de doorzet van het LPG-tankstation blijkens de milieuvergunning (thans: omgevingsvergunning voor de activiteit milieu) niet meer dan 1000 m³ mag bedragen en het plan, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, binnen een afstand van 110 m vanaf het LPG-vulpunt zowel kwetsbare als beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt, zijn de aanduiding "vulpunt lpg" en artikel 23, lid 23.3, van de planregels niet in overeenstemming met artikel 2, eerste lid, onder a, van de Revi. 10.6. Over de stelling van de raad dat hij op grond van de brochure, die is opgesteld naar aanleiding van het "Convenant LPG-autogas", kon uitgaan van kleinere afstanden wordt onder verwijzing naar eerder genoemde uitspraak van de Afdeling van 25 oktober 2006 overwogen, dat het Convenant slechts voorziet in een verplichting om de afstanden in de Revi, waarbij wordt voldaan aan de grenswaarde 10-6 per jaar, voor bestaande en nieuwe LPG-tankstations aan te passen, indien uit de resultaten van de onderzoeken als genoemd in het Convenant blijkt dat een hittewerende coating of een daarmee gelijkwaardig alternatief en een verbeterde vulslang een positief effect hebben op de aan te houden afstand tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Weliswaar heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu inmiddels geadviseerd een aangepaste afstandstabel in de Revi op te nemen, maar ten tijde van het nemen van het bestreden besluit heeft een aanpassing van de Revi voor nieuwe situaties nog niet plaatsgevonden. Dat volgens de raad op grond van artikel 2, vijfde lid, van de Revi een kleinere afstand geldt is onjuist, nu dat artikel niet ziet op een aanpassing van de wettelijk vereiste afstanden van de Revi, maar ziet op de aanpassing van de inrichting binnen drie jaar, zodat alsnog aan de afstanden die zijn vermeld in bijlage 1, tabel 1, van de Revi kan worden voldaan. Dat de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu inmiddels is aangepast met dien verstande dat de doorzet van het LPG-tankstation thans maximaal 500 m³ bedraagt leidt, daargelaten dat deze aanpassing dateert van na het bestreden besluit, niet tot een ander oordeel, nu bij deze doorzet ingevolge tabel 1 in bijlage 1, van de Revi een afstand van 45 m moet worden aangehouden en ook binnen die afstand (beperkt) kwetsbare objecten aanwezig zijn. Het betoog van [appellante sub 3] slaagt in zoverre. Gelet hierop behoeft hetgeen voor het overige ten aanzien van de bouwmogelijkheden binnen deze afstanden is aangevoerd geen bespreking meer. 10.7. Ingevolge artikel 13, eerste lid, van het Bevi, wordt, indien het bevoegd gezag een besluit vaststelt als bedoeld in artikel 3.1, eerste tot en met derde lid, van de Wro op grond waarvan de bouw of vestiging van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten wordt toegelaten, in de toelichting in elk geval vermeld:
- a)de aanwezige en de op grond van dat besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting of inrichtingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, voor zover het invloedsgebied ligt binnen het gebied waarop dat besluit betrekking heeft, op het tijdstip waarop dat besluit wordt vastgesteld;
- b)het groepsrisico per inrichting op het tijdstip waarop dat besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de kans op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-5 per jaar, met de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-7 per jaar en met de kans op een ongeval met 1000 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-9 per jaar;
- g)de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst;
- h)de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp in de inrichting die het groepsrisico veroorzaakt of mede veroorzaakt, waarvan de gevolgen zich uitstrekken buiten die inrichting, en
- i)de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de inrichting die het groepsrisico veroorzaakt of mede veroorzaakt, om zich in veiligheid te brengen indien zich in die inrichting een ramp voordoet. Ingevolge artikel 15, eerste lid, van het Bevi draagt het bevoegd gezag bij de vaststelling van een besluit als bedoeld in artikel 4, eerste tot en met vierde lid, ervoor zorg dat dat besluit steunt op een berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, die is uitgevoerd volgens bij regeling van Onze Minister gestelde regels, indien dat besluit betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met d en inrichtingen als bedoeld in onderdelen f en g als aan de in die bepaling opgenomen voorwaarden wordt voldaan. Een LPG-tankstation valt hier niet onder. 10.8. In de rapportage "QRA-berekeningen Teteringsedijk Breda" (hierna: rapportage QRA-berekeningen) van 6 april 2011, die is opgesteld door bureau DHV B.V., is het groepsrisico weergegeven in de huidige situatie en in de situatie wanneer het hotel gaat uitbreiden. Hoewel uit artikel 15 van het Bevi volgt dat de raad niet verplicht is het groepsrisico te berekenen voor LPG-tankstations, heeft de raad de verantwoording van het groepsrisico wel op een berekening gebaseerd. In de rapportage QRA-berekeningen is een verwijzing opgenomen naar berekeningen uit 2008 en 2011, maar die zijn niet bijgevoegd. Voorts dient de raad, gelet op artikel 13, eerste lid, onder g, h en i van het Bevi in te gaan op vluchtmogelijkheden en op de mogelijkheden voor hulpverlening aan mogelijke slachtoffers. De enkele stelling dat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde blijft, is onvoldoende om het groepsrisico te kunnen verantwoorden. Het betoog slaagt ook in zoverre. Gelet op het voorgaande is het bestreden besluit niet met de in acht te nemen zorgvuldigheid genomen. 11. Verder betoogt [appellante sub 3] dat de raad ten onrechte het plandeel met de bestemming "Horeca", de aanduidingen "horeca van categorie 5" en "kantoor" en de dubbelbestemming "Waarde-Archeologie" voor haar perceel aan de [locatie 1] heeft vastgesteld. Daartoe stelt zij dat zij door dit plan beperkt wordt in haar gebruiksmogelijkheden op haar perceel, omdat zij het hele perceel, anders dan voorheen, niet meer tevens ten behoeve van wonen en kantoor mag gebruiken, hetgeen een waardevermindering van het perceel met zich brengt. De raad heeft deze belangen onvoldoende afgewogen, aldus [appellante sub 3]. Voorts voert zij aan dat het onbebouwde deel van het perceel volgens de beleidsadvieskaart in een gebied met middelhoge archeologische verwachtingswaarde ligt. Volgens [appellante sub 3] is ten onrechte de dubbelbestemming "Waarde-Archeologie" toegekend. Verder voert zij aan dat de raad zelf geen deugdelijk onderzoek heeft verricht naar de archeologische waarden in de gemeente Breda. In dit plan worden volgens [appellante sub 3] dan ook ten onrechte de onderzoeksplicht en de kosten voor een onderzoek op de burger afgewenteld. 11.1. Ingevolge artikel 8, lid 8.1, van de planregels zijn de voor "Horeca" aangewezen gronden onder andere ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 5" bestemd voor maximaal 1 horeca V-bedrijf en ter plaatse van de aanduiding "kantoor" tevens een kantoor. 11.2. Het perceel van [appellante sub 3] had in het voorheen geldende bestemmingsplan "Brabantpark"