← Nederland

ECLI:NL:RVS:2013:BZ1677

201205018/1/A

  1. Datum uitspraak: 20 februari 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te Bergen op Zoom, en het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 22 maart 2012 heeft het college aan Markiezaat Container Terminal B.V. een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een containerterminal op het perceel Vierlinghweg ongenummerd te Bergen op Zoom. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] heeft nadere stukken ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 januari 2013, waar het college, vertegenwoordigd door J.B.J.M. Merkx en R. Vliex, is verschenen. Voorts is ter zitting Markiezaat Container Terminal B.V., vertegenwoordigd door W.J. Dirks en A.A. van der Voorst, gehoord. Overwegingen
  2. Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd. Uit het overgangsrecht van de Invoeringswet Wabo volgt dat de wetswijzigingen niet van toepassing zijn op dit geding. In deze uitspraak worden dan ook de wetten aangehaald, zoals zij luidden voordat zij bij invoering van de Wabo werden gewijzigd.
  3. Het college stelt dat [appellant] geen belanghebbende is bij het bestreden besluit omdat hij op te grote afstand van de inrichting woont. 2.
  4. Ingevolge artikel 20.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan tegen een besluit op grond van deze wet beroep worden ingesteld door een belanghebbende. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2.
  5. Bij een besluit tot het verlenen of wijzigen van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer zijn naast de aanvrager onder meer de eigenaren en bewoners van percelen waarop milieugevolgen van de inrichting kunnen worden ondervonden belanghebbenden. 2.
  6. [appellant] woont op ongeveer 680 m van de inrichting binnen de bebouwde kom van Bergen op Zoom. Het gebied binnen de eerste 350 m vanaf zijn woning tot de inrichting bestaat uit vrijwel aaneengesloten bebouwing. Gelet op de aard van de inrichting, de afstand tot de inrichting en de tussengelegen bebouwing, is het niet aannemelijk dat [appellant] ter plaatse van zijn woning milieugevolgen van de inrichting ondervindt. Derhalve is hij geen belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
  7. Het beroep is niet-ontvankelijk.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van staat. w.g. Timmerman-Buck w.g. Van Roessel lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2013 457-687.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.