201203791/1/V1. Datum uitspraak: 24 januari 2013 RAAD VAN STATE AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa), appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Arnhem, van 20 maart 2012 in zaak nr. 11/27237 in het geding tussen: [de vreemdeling] en het COa. Procesverloop Bij besluit van 26 juli 2011 heeft het COa een aanvraag van de vreemdeling om haar krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (hierna: de Rva 2005) opvang te verlenen, afgewezen. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 20 maart 2012 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en dit besluit vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft het COa hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht. De vreemdeling heeft een verweerschrift ingediend. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. In de enige grief klaagt het COa dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het COa niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de vreemdeling aan artikel 3, derde lid, aanhef en onder n, van de Rva 2005, geen recht op opvang ontleent. Het COa betoogt dat, gelet op de uitvoering die door de toenmalige staatssecretaris van Justitie is gegeven aan de motie Spekman (TK 2008 2009, 30 846, nr. 4), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: de IND) bepaalt of een vreemdeling recht heeft op opvang. Voorts bestaat een recht op opvang krachtens voornoemde bepaling alleen indien een aanvraag op medische gronden is ingewilligd en is de Rva 2005 een algemeen verbindend voorschrift waar het COa niet vanaf mag wijken. 2. Ingevolge artikel 3, derde lid, aanhef en onder n, van de Rva 2005 wordt met een asielzoeker gelijkgesteld de uitgeprocedeerde asielzoeker met rechtmatig verblijf bedoeld in artikel 8, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), die voorafgaand aan de aanvraag om verblijf op medische gronden zijn complete en actuele medische gegevens heeft overgelegd. Deze bepaling is ter uitvoering van de motie Spekman in de Rva 2005 opgenomen bij Regeling van de staatssecretaris van Justitie van 2 februari 2010, nr. 5640524/10, houdende wijziging van de Rva 2005 (Stcrt. 2010, nr. 2088). Blijkens de toelichting is met de motie Spekman gevraagd om voor eind 2009 opvang te verlenen aan uitgeprocedeerde asielzoekers die een aanvraag op medische gronden hebben ingediend en strekt de wijziging van de Rva 2005 ertoe opvang van de doelgroep mogelijk te maken. Om een filter te vormen waarmee misbruik kan worden beperkt wordt van de uitgeprocedeerde asielzoeker verlangd dat hij voorafgaand aan de formele indiening van de aanvraag zijn complete en actuele relevante medische gegevens overlegt aan de IND. Voorts heeft de staatssecretaris van Justitie ter uitvoering van de motie Spekman bij besluit van 22 februari 2010, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: de Vc 2000; Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2010/3, Stcrt. 2010, 3195) de Vc 2000 gewijzigd. In paragraaf B8/11 is opgenomen dat uitgeprocedeerde asielzoekers die een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met het ondergaan van medische behandeling of vanwege medische noodsituatie hebben ingediend, onder bepaalde voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor (analoge) toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 in afwachting van de beslissing op hun aanvraag, waardoor ingevolge de Rva 2005 recht op opvang ontstaat. Dit is het geval indien voorafgaand aan de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning de procedure beschreven in paragraaf A4/7.2.1.2 van de Vc 2000 is gevolgd. In paragraaf A4/7.2.1.2 is opgenomen dat de relevante medische gegevens door de vreemdeling of de medisch behandelaar worden aangeleverd aan de IND. Indien de IND de ontvangen stukken compleet oordeelt, wordt een gesloten envelop met de medische gegevens naar het Bureau Medische Advisering (hierna: het BMA) gezonden. Tevens wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld om ongeveer twee weken later in persoon een aanvraag om toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 in te dienen bij de IND. Deze periode is nodig om te kunnen vaststellen of de overgelegde relevante medische gegevens compleet zijn en of, gelet hierop, wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor opvang in afwachting van de beslissing op de aanvraag. 3. De rechtbank heeft terecht overwogen dat artikel 3, derde lid, aanhef en onder n, van de Rva 2005, noch de toelichting bij de wijziging van de Rva 2005, grond biedt voor het standpunt van het COa dat alleen indien door de IND een aanvraag op medische gronden is ingewilligd recht op opvang krachtens die bepaling bestaat. Dit laat echter onverlet dat het COa terecht betoogt dat uit artikel 3, derde lid, aanhef en onder n, gelezen in samenhang met de paragrafen B8/11 en A4/7.2.1.2 van de Vc 2000, volgt dat eerst indien door een procedure bij de IND de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft krachtens artikel 8, aanhef en onder h, van de Vw 2000, de vreemdeling recht heeft op opvang. Daarbij heeft het COa zich voorts desgevraagd in het verweerschrift in beroep terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdeling niet heeft aangetoond dat de in paragraaf A4/7.2.1.2 beschreven procedure is gevolgd en zij, voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met medische behandeling dan wel vanwege medische noodsituatie, haar complete en actuele medische gegevens aan de IND heeft overgelegd en deze medische gegevens door de IND naar het BMA zijn gezonden. De grief slaagt. 4. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen zal het besluit van 26 juli 2011 worden getoetst in het licht van de daartegen aangedragen beroepsgronden voor zover die nog bespreking behoeven. 5. De vreemdeling betoogt dat uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (hierna: de CRvB) van 19 april 2010 (LJN: BM0956; www.rechtspraak.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.