← Nederland

ECLI:NL:RVS:2013:BZ7409

?201300563/2/R

  1. Datum uitspraak: 18 maart 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker], wonend te Westbroek, gemeente De Bilt, en de raad van de gemeente De Bilt, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 25 oktober 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Kooijdijk 6 Westbroek" (hierna: het plan) vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld. Bij deze brief heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 maart 2013, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. M.J. Smaling, en de raad, vertegenwoordigd door mr. A.J. Postema en ing. B.M. van de Haak, zijn verschenen. Voorts is ter zitting als partij gehoord [belanghebbenden], bijgestaan door ir. L. de Graaf. Overwegingen
  2. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
  3. [verzoeker] richt zich tegen de beoogde perceelsontsluiting voor de voorziene woning op het perceel Kooijdijk 6 te Westbroek. Met het verzoek beoogt hij overlast en vermindering van zijn privacy in verband met dit gebruik, dat op korte afstand van zijn perceel is beoogd, te voorkomen.
  4. Zo al een ontsluitingsweg ten behoeve van de bestemming "Wonen" binnen de bestemming "Agrarisch met waarden - 2" zou zijn toegestaan, leidt de inwerkingtreding van het plan in zoverre niet tot onomkeerbare gevolgen. Hiervoor is van belang dat op grond van het vorige plan "Buitengebied Maartensdijk" aan de desbetreffende gronden de bestemming "stadsrandgebied" was toegekend en dat op grond van artikel 5 van de planvoorschriften van dat plan tevens "wonen" was toegestaan. Voorts was op grond van dit artikel als ondergeschikt doeleind "verkeer" toegestaan, beperkt tot - voor zover thans van belang - de bestaande wegen en met inachtneming van het bestaande aantal rijstroken. Onbestreden is dat de huidige bestaande weg, die blijkens de toelichting ter zitting zal worden gebruikt ter ontsluiting van het perceel, reeds aanwezig was voor de inwerkingtreding van het vorige plan, zij het niet geheel verhard, zodat sprake is van een reeds bestaande weg. Derhalve was op grond van het vorige plan reeds een ontsluiting ten behoeve van wonen planologisch gezien mogelijk, zodat het treffen van een voorlopige voorziening de beoogde ontsluitingsweg ten behoeve van de voorziene woning niet kan voorkomen.
  5. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaan geen aanleiding. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. C.C.V. Fenwick, ambtenaar van staat. w.g. Parkins-de Vin w.g. Fenwick voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2013 608.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.