?201300508/2/R6 en 201300510/2/R
- Datum uitspraak: 22 maart 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kabegro B.V., gevestigd te Oostvoorne, gemeente Westvoorne, verzoekster, en de raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goedereede, thans Goeree-Overflakkee, verweerders. Procesverloop Bij besluit van 22 november 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Dorpstienden, 1e fase, Ouddorp" vastgesteld. Bij besluit van 3 december 2012 heeft het college aan Maatschap Blijvend Goed een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een parkeerkelder, een winkel met nevenfuncties en daarboven gelegen woningen binnen de vrijwaringszone voor de molenbiotoop, het plaatsen van een damwandkuip voor de parkeerkelder, het uitvoeren van grondwerkzaamheden in archeologisch beschermd gebied en het aanleggen van 2 nieuwe in- en uitritten nabij Molenblok 3 en Dorpstienden te Ouddorp. Bij besluit van 30 juni 2011 heeft de raad besloten voornoemde besluiten gecoördineerd voor te bereiden en bekend te maken, zoals bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening. Tegen dit besluit heeft Kabegro beroep ingesteld. Kabegro heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 maart 2013, waar Kabegro, vertegenwoordigd door mr. R.J.G. Bäcker, advocaat te Rotterdam, en A.H. Kauffman en T. Kauffman, en de raad en het college, vertegenwoordigd door J.A.M. van den Brand, drs. I. Motshagen en ing. M.P. Hoogmoed, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], handelend onder de naam Albert Heijn, verschenen. Overwegingen
- Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
- Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voorzien in het realiseren van een supermarkt, woningen en een parkeergarage aan de Dorpstienden alsmede een nieuwe toegang tot de Dorpstienden te Ouddorp.
- Ter zitting hebben de raad en het college verklaard dat in een overeenkomst met Maatschap Blijvend Goed is vastgelegd dat eerst na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning mag worden gestart met het uitvoering geven aan de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan. Dat betekent dat niet met de activiteiten die door het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning mogelijk worden gemaakt zal worden begonnen voordat de Afdeling in de hoofdzaken uitspraak heeft gedaan. De voorzitter vertrouwt erop dat Maatschap Blijvend Goed deze overeenkomst zal nakomen. Indien onverhoopt toch met activiteiten zal worden gestart, kan Kabegro een nieuw verzoek om voorlopige voorziening indienen. Gelet hierop is naar het oordeel van de voorzitter met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek dient te worden afgewezen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, ambtenaar van staat. w.g. Van Buuren w.g. Duursma voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2013 378.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.