(2)kunnen vervangen worden mits de stedenbouwkundige opzet (het hof met armen) niet aangetast wordt. Deze opzet heeft in zijn geheel transformatie 0'. Voorts heeft het gehele interieur (structuur en onderdelen) transformatieruimte
- Hieruit volgt dat, anders dan Synchroon B.V. stelt, behoud van de opzet vereist is. De cijfers die aan de verschillende onderdelen zijn toegekend hebben betrekking op de transformatiemogelijkheden en zijn niet bedoeld om de afzonderlijke waarde van de bouwonderdelen aan te geven. Met de cijfers wordt uitgedrukt in welke mate hergebruik is te realiseren zonder aantasting van de bijzondere waarden. Het betoog faalt.
- Synchroon B.V. betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het rapport van Het Oversticht dat aan het besluit van 18 augustus 2011 ten grondslag ligt onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen, omdat de toekomstige gebruiksmogelijkheden van het complex onvoldoende zijn onderzocht. Zij stelt dat het Bouwbesluit sinds het rapport dermate is gewijzigd dat het technisch en financieel gezien niet mogelijk is om de huidige bebouwing aan de strenge eisen voor bewoning te laten voldoen. 8.
- Ingevolge artikel 2 van de Erfgoedverordening wordt bij de toepassing van deze verordening rekening gehouden met het gebruik van het monument. Volgens Het Oversticht leent de constructie van het complex zich goed voor herontwikkeling met een woonbestemming. Hoewel de indelingsvrijheid op een aantal punten wordt beperkt door de aanwezigheid van dragende muren, kunnen woningplattegronden met royale afmetingen gerealiseerd worden. Andere gunstige punten zijn volgens Het Oversticht de aanwezigheid van verticale ontsluitingen en relatief grote verdiepingshoogten. De technische kwaliteit van het casco is goed en zaken als brandveiligheid, geluidwering en isolatie moeten en kunnen aangepast worden, aldus Het Oversticht. Voorts heeft Het Oversticht per onderdeel van elk bouwdeel aangegeven wat de transformatieruimte is. Anders dan Synchroon B.V. stelt, heeft Het Oversticht aldus voldoende onderzoek gedaan naar de toekomstige gebruiksmogelijkheden van het complex. Synchroon B.V. heeft haar stelling dat het technisch en financieel gezien niet mogelijk is om de huidige bebouwing aan de strenge wettelijke eisen voor bewoning te laten voldoen, niet met een rapport van een deskundige aannemelijk gemaakt. Overigens kan ten aanzien van monumenten ingevolge artikel 1.13 van het Bouwbesluit 2012 worden afgeweken van de voorschriften voor het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk. Het betoog faalt.
- Synchroon B.V. betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de gehandhaafde aanwijzing van het complex als beschermd gemeentelijk monument in strijd met het evenredigheidsbeginsel is. Zij stelt dat haar financiële belangen en het algemeen belang bij ontwikkeling van het gebied hierdoor zijn geschaad. De aanwijzing van het complex als beschermd gemeentelijk monument betekent volgens haar dat het niet zal worden ontwikkeld, leeg zal blijven staan, in verloederde staat zal geraken en mogelijk ten prooi zal vallen aan vandalisme. Verder stelt Synchroon B.V. dat de 'Ketenafspraak' van 24 juli 2007 een evidente privaatrechtelijke belemmering is die aan de aanwijzing van het complex als beschermd gemeentelijk monument in de weg staat. 9.
- De rechtbank heeft in het betoog van Synchroon terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de gevolgen van de aanwijzing voor Synchroon B.V. onevenredig zijn in verhouding tot de met die aanwijzing gediende belangen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 23 februari 2005 in zaak nr. 200406486/1) houdt de aanwijzing als beschermd monument niet in dat ingrijpende wijzigingen of zelfs - deels - sloop geen doorgang kunnen vinden. Eventuele sloop of herbestemming kan aan de orde komen bij een belangenafweging in het kader van een aan te vragen vergunning als bedoeld in artikel 10 van de Erfgoedverordening, waarbij mede het financiële belang bij sloop of herbestemming kan worden betrokken. Voorts voorziet de regeling in artikel 22 van de Erfgoedverordening in de mogelijkheid van toekenning van een tegemoetkoming in schade die Synchroon B.V. ten gevolge van de weigering van een vergunning of aan een vergunning verbonden voorwaarden zou leiden en die redelijkerwijs niet voor haar rekening behoort te blijven. Het college heeft in redelijkheid het algemene belang dat is gediend bij het aanwijzen van het complex als beschermd gemeentelijk monument kunnen laten prevaleren boven de belangen van Synchroon B.V.. Het strookt niet met het doel van de verordening, namelijk behoud van een object als monument, indien aan de stelling dat sprake is van financieel nadeel als gevolg van de aanwijzing doorslaggevende betekenis zou moeten worden toegekend. Synchroon B.V. heeft met haar betoog verder niet onderkend dat het ingevolge artikel 10, tweede lid, onder b, van de Erfgoedverordening verboden is om zonder vergunning een gemeentelijk monument te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. De enkele omstandigheid dat op 24 juli 2007 een contract is gesloten tussen het college en de Stichting Deventer Ziekenhuis levert, anders dan Synchroon B.V. heeft gesteld, geen evidente privaatrechtelijke belemmering voor het college op om het complex aan te wijzen als beschermd gemeentelijk monument, nog daargelaten dat daarin slechts een inspanningsverplichting voor de gemeente is opgenomen om aanvragen om vergunningen, vrijstellingen, ontheffingen en dergelijke, welwillend en voortvarend te behandelen en in te willigen indien dat nodig is voor de herontwikkeling van het exploitatiegebied. Het betoog faalt.
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.E. Larsson-van Reijsen, ambtenaar van staat. w.g. Wortmann w.g. Larsson-van Reijsen lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2013 344.