← Nederland

ECLI:NL:RVS:2013:BZ9725

201302756/2/R

  1. Datum uitspraak: 3 mei 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoeker A] en [verzoeker B], wonend te Babberich, gemeente Zevenaar, verzoekers, en de raad van de gemeente Montferland, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 31 januari 2013, kenmerk 12int01321, heeft de raad het bestemmingsplan "Zeddamseweg 13-19 ‘s-Heerenberg" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] beroep ingesteld. Tevens hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft de stichting Woningstichting Bergh een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 1 mei 2013, waar de raad, vertegenwoordigd door J.W. Boschker, werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Voorts is Woningstichting Bergh, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door D. Vermeer en mr. B. de Wijk, advocaat te Arnhem, ter zitting als partij gehoord. Overwegingen
  2. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
  3. Het plan voorziet in een appartementengebouw met 15 tot 17 zorgwoningen in twee bouwlagen met kap aan de Zeddamseweg te ‘s-Heerenberg. De bestaande bebouwing voor detailhandel zal hiertoe worden gesloopt.
  4. [verzoekers] betogen dat hun belangen onvoldoende zijn meegenomen bij de vaststelling van het plan. Hiertoe stellen zij dat ten onrechte nog geen vervangende ruimte is geregeld voor hun kapsalon aan de [locatie] te ’s-Heerenberg, die ten gevolge van het plan niet kan worden voortgezet op deze locatie. 3.
  5. De raad stelt dat het plan passend is binnen het gemeentelijk zorgbeleid en het detailhandelsbeleid, en dat het leidt tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. 3.
  6. De voorzitter begrijpt het betoog van [verzoekers] aldus dat hun belang bij behoud van de bestaande bestemming onvoldoende in de besluitvorming is meegenomen. Hieromtrent wordt overwogen dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. In dit verband is van belang dat het plan, naar de raad onweersproken stelt, uitvoering geeft aan de gemeentelijke beleidsnotitie "Woonzorgzones in Montferland" uit 2009, waarin is bepaald dat woonzorgzones in de gemeente worden ontwikkeld teneinde intramurale plaatsen voor ouderen en mensen met een functiebeperking te realiseren. Tevens is van betekenis dat volgens de raad het plan gevolg geeft aan het "Masterplan ’s-Heerenberg" uit 2003, nu het in overeenstemming is met het hierin neergelegde beleid om het detailhandelsaanbod in de gemeente zoveel mogelijk te concentreren. Tot slot is van betekenis dat volgens de raad de realisering van het plan tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering leidt aangezien de huidige panden in vervallen staat verkeren. [verzoekers] hebben dit niet met feiten en omstandigheden weersproken. Gelet op het voorgaande verwacht de voorzitter dat in de hoofdzaak zal worden geoordeeld dat de raad het belang bij de realisering van het plan in redelijkheid heeft kunnen laten prevaleren boven het belang van [verzoekers] bij behoud van de bestaande bestemming.
  7. Gelet op het voorgaande bestaat onvoldoende aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het daartoe strekkende verzoek wordt daarom afgewezen.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L.A. van Heusden, ambtenaar van staat. w.g. Hagen w.g. Van Heusden voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 3 mei 2013 647.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.