← Nederland

ECLI:NL:RVS:2013:CA2844

201303623/2/R

  1. Datum uitspraak: 6 juni 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker A] en [verzoekster B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te Valkenswaard, de raad van de gemeente Valkenswaard, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 31 januari 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Wolberg" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld. [verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 mei 2013, waar [verzoeker], bijgestaan door J.H.T. Roosen-Goudsmit, en de raad, vertegenwoordigd door B. Tax, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Overwegingen
  2. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
  3. Het plan voorziet in een actualisering van het planologische regime voor een deel van de bebouwde kom van de gemeente Valkenswaard, aan de zuidoostelijke zijde van de kern Valkenswaard.
  4. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting blijkt dat het verzoek uitsluitend betrekking heeft op de gronden ter plaatse van de kruising Europalaan/Bakkerstraat/Wolbergstraat. Volgens [verzoeker] zijn deze gronden ten onrechte buiten het plangebied gelaten. Met het verzoek beoogt hij te voorkomen dat de voorgenomen aanleg van een rotonde op deze gronden doorgang zal vinden.
  5. Vast staat dat de gronden buiten het plangebied liggen. De voorzitter overweegt dat een voorlopige voorziening die ertoe strekt dat deze gronden binnen de begrenzing van het plangebied worden gebracht, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, te verstrekkend is. Daartoe overweegt de voorzitter dat een uitspraak van de Afdeling doorgaans niet zal strekken tot het na een vernietiging zelfvoorziend vaststellen van een andere planbegrenzing. Van uitzonderlijke omstandigheden die nopen tot een andere conclusie, is in dit geval niet gebleken. Voorts zal een schorsing van de planbegrenzing aan de zijde van voormelde kruising niet het door [verzoeker] beoogde effect met zich kunnen brengen.
  6. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, ambtenaar van staat. w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Kooijman voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2013 177-629.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.