(1999)(hierna: de Handleiding) de naleving van de waarden niet is vast te stellen. Volgens de Stichting Varkens Nee is de naleving van dergelijke waarden oncontroleerbaar en zij acht het bestreden besluit in zoverre genomen in strijd met de rechtszekerheid. 6.
- Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat met de vergunning een toereikend beschermingsniveau tegen geluidhinder wordt geboden. 6.
- Op grond van vergunningvoorschrift D.1 mag het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), veroorzaakt door geluidsbronnen binnen de inrichting, op het rekenpunt [locatie c] niet meer bedragen dan 29 dB(A), -1 dB(A) en -4 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Voor het rekenpunt [locatie b] zijn deze waarden: 30 dB(A), 3 dB(A) respectievelijk 5 dB(A); voor het rekenpunt [locatie d] 25 dB(A), -2 dB(A) respectievelijk -5 dB(A). Daarnaast zijn in voorschrift D.1 waarden opgenomen voor rekenpunten op 50 m ten noorden, oosten, zuiden en westen van de inrichting. De waarden die volgens het voorschrift in acht moeten worden genomen op de rekenpunten op 50 m van de inrichting variëren van 19-44 dB(A) in de dagperiode, 7-15 dB(A) in de avondperiode en 7-13 dB(A) in de nachtperiode. In het voorschrift is vermeld dat negatieve waarden betekenen dat de geluidsenergie, uitgedrukt in dB(A) omgerekend in Watt/m2, heel klein is en dus niet meetbaar. Ingevolge voorschrift D.2 moet het meten en berekenen van de geluidniveaus en het beoordelen van de meetresultaten plaatsvinden overeenkomstig de Handleiding. 6.
- In het verweerschrift en ter zitting heeft het college toegelicht dat het ervoor heeft gekozen om in het vergunningvoorschrift naast de grenswaarden voor rekenpunten op 50 m van de inrichting ook grenswaarden voor woningen op te nemen, omdat het de inrichting hoewel deze grote afstand van woningen ligt, niet te veel geluidruimte wil toestaan. Gelet op de afstand tot woningen en de relatief weinig geluidbronnen die in de avond- en nachtperiode in werking zijn, wordt in die perioden volgens het college wel geluid veroorzaakt, maar is dat ter plaatse van woningen ten opzichte van het heersende omgevingsgeluid niet voor de mens waarneembaar. Volgens het college leidt een hele kleine effectieve geluiddruk tot een negatief dB(A)-niveau. Negatieve en zeer lage geluidniveaus kunnen volgens het college niet worden gemeten, maar wel worden berekend, uitgaande van bijvoorbeeld de op 50 m van de inrichting bepaalde geluidniveaus. 6.
- De in voorschrift D.1 opgenomen geluidgrenswaarden voor de rekenpunten ter plaatse van de woningen [locaties b en c] en [locatie d] leiden ten opzichte van de geluidgrenswaarden voor rekenpunten op 50 m afstand van de woning niet tot verdere beperking van de toegestane geluidbelasting. Derhalve zijn de grenswaarden voor de woningen [locaties b en c] en [locatie d] niet in het belang van de bescherming van het milieu. Daarbij kan worden daargelaten of de naleving van die grenswaarden kan worden gecontroleerd met toepassing van de Handleiding zoals in voorschrift D.2 is opgenomen. Het college heeft dan ook ten onrechte in voorschrift D.1 geluidgrenswaarden voor de woningen [locaties b en c] en [locatie d] opgenomen. De beroepsgrond slaagt.
- Gelet op het vorenoverwogene is het beroep gegrond wat betreft het aspect luchtkwaliteit en de in voorschrift D.1 van de vergunning voor de woningen [locaties b en c] en [locatie d] opgenomen geluidgrenswaarden en voor het overige ongegrond. Het besluit van 15 november 2011 wordt vernietigd.
- De Afdeling ziet aanleiding met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van het besluit gedeeltelijk in stand blijven. Daartoe wordt overwogen dat het college in beroep een verslag met resultaten van een nieuw luchtkwaliteitsonderzoek heeft overgelegd. De Stichting Varkens Nee heeft ter zitting gesteld geen reden te hebben te twijfelen aan de deugdelijkheid van het onderzoek en de juistheid van de resultaten. In het verslag wordt geconcludeerd dat ook wat betreft de woning [locatie b] aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan. Gelet hierop kunnen de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, behalve voor zover het de in voorschrift D.1 van de daarbij verleende vergunning opgenomen geluidgrenswaarden voor de woningen [locatie d] en [locaties b en c] betreft.
- Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep wat betreft het aspect luchtkwaliteit en de in voorschrift D.1 van de vergunning opgenomen geluidgrenswaarden voor de woningen [locaties b en c] en [locatie d] gegrond; II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tholen van 15 november 2011, kenmerk 49746/IIIvh; III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, behalve voor zover het de in voorschrift D.1 van de daarbij verleende vergunning opgenomen geluidgrenswaarden voor de woningen [locatie d] en [locaties b en c] betreft; IV. verklaart het beroep voor het overige ongegrond; V. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Tholen tot vergoeding van bij de stichting Stichting Varkens Nee en anderen opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 944,00 (zegge: negenhonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen; VI. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Tholen aan de stichting Stichting Varkens Nee en anderen het door hen betaalde griffierecht ten bedrage van € 302,00 (zegge: driehonderdtwee euro euro) voor de behandeling van het beroep vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen. Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, voorzitter, en mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck en mr. P.A. Koppen, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van staat. w.g. Van Kreveld w.g. Van Heusden voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2013 163.