201310191/1/A4. Datum uitspraak: 20 augustus 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 1 oktober 2013 in zaak nr. 13/1284 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer. Procesverloop Bij besluit van 3 oktober 2012 heeft het college aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van een carport in een garage op het perceel [locatie] te Nieuw-Vennep (hierna: het perceel). Bij besluit van 24 januari 2013 heeft het college het door [belanghebbende] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het besluit van 3 oktober 2012 herroepen. Bij uitspraak van 1 oktober 2013 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 juni 2014, waar [appellant], bijgestaan door mr. D.W. Giltay Veth, advocaat te Nieuw-Vennep, en het college, vertegenwoordigd door drs. M. Link, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Overwegingen 1. Ter zitting heeft [appellant] de gronden, inhoudende dat de samenstelling van de Commissie van advies voor de bezwaarschriften (hierna: de Commissie), wier advies ten grondslag is gelegd aan het in beroep bestreden besluit van 24 januari 2013, niet in overeenstemming was met de ter zake door het college gehanteerde beleidsregels, dat hij ten onrechte niet over de samenstelling van de Commissie is geïnformeerd en dat dit advies ten onrechte uitsluitend door de voorzitter is ondertekend, ingetrokken. 2. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het besluit van 24 januari 2013 niet op rechtmatige wijze tot stand is gekomen, vanwege het daaraan ten grondslag gelegde advies van de Commissie. Daartoe voert hij aan dat de Commissie ten onrechte in meerderheid bestond uit leden die aan de gemeente zijn verbonden, en dat de functie van secretaris ten onrechte door een van de aan de gemeente verbonden leden werd vervuld. [appellant] betoogt dat de rechtbank de Verordening adviescommissie bezwaarschriften gemeente Haarlemmermeer 2012 (hierna: de Verordening), waarop deze samenstelling van de Commissie is gebaseerd, buiten toepassing had moeten laten. 2.1. Het is aan het bestuursorgaan dat het in bezwaar bestreden besluit heeft genomen om dat besluit in bezwaar, indien het bezwaar ontvankelijk is, te heroverwegen. De Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) verzet zich er niet tegen dat het bestuursorgaan daaraan een advies ten grondslag legt dat is uitgebracht door personen die, al dan niet in meerderheid, deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van dat bestuursorgaan. Voorts kan het horen ingevolge artikel 7:5, eerste lid, van de Awb geschieden door of mede door het bestuursorgaan zelf dan wel de voorzitter of een lid ervan, door een persoon die niet bij de voorbereiding van het bestreden besluit betrokken is geweest of door meer dan een persoon van wie de meerderheid, onder wie degene die het horen leidt, niet bij de voorbereiding van het besluit betrokken is geweest. In artikel 7:13, derde lid, van de Awb is uitsluitend bepaald dat, indien ten behoeve van de beslissing op bezwaar een adviescommissie is ingesteld die bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden, waarvan de voorzitter geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan, het horen door de commissie geschiedt. De commissie kan het horen opdragen aan de voorzitter of een lid dat geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. 2.2. De Commissie die over het bezwaar van [belanghebbende] heeft geadviseerd, bestond uit een van het college onafhankelijke voorzitter en twee ambtelijke leden. Een van de leden vervulde tevens de functie van secretaris van de Commissie. De commissie is samengesteld overeenkomstig artikel 7:13, eerste lid, van de Awb. Het horen is, overeenkomstig het derde lid van dit artikel, door deze commissie geschied. Geen rechtsregel verzet zich ertegen dat een dergelijke commissie wordt ondersteund door een ambtelijke secretaris, die tevens lid is van de commissie. Reeds daarom was er geen grond voor de rechtbank om de Verordening buiten toepassing te laten. De rechtbank heeft dan ook terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het college, gelet op de samenstelling van de Commissie, het advies niet aan zijn besluit op bezwaar ten grondslag had mogen leggen. Het betoog faalt. 3. Het bouwplan waarvoor vergunning is gevraagd, ziet op wijziging van de bestaande entree van de woning op het perceel, verplaatsing van het toilet en de bouw van een aan de woning grenzende garage. 4. Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit: a. het bouwen van een bouwwerk, c. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. 5. [appellant] betoogt dat de rechtbank door te overwegen dat met het bouwwerk het toegestane maximale bebouwingspercentage wordt overschreden, heeft miskend dat het bouwwerk in overeenstemming is met het bestemmingsplan. [appellant] voert in dit verband aan dat het bouwplan mede ziet op het realiseren van een hobbyruimte en dat de oppervlakte van hobbyruimten ingevolge de voorschriften van het bestemmingsplan niet wordt meegenomen bij berekening van de oppervlakte van de bebouwing op gronden met de bestemming "Tuinen en erven". 5.1. Ingevolge het ten tijde van belang als bestemmingsplan geldende uitwerkingsplan "Nieuw-Vennep-Linquenda V" (hierna: het bestemmingsplan) rust op de gronden waarop het bouwplan is voorzien de bestemming "Tuinen en erven". Ingevolge artikel 4 van het Besluit "Aanvulling/Aanpassing van uitwerkingsvoorschriften en bestemmingsplanvoorschriften" (hierna: het Besluit), waarbij de voorschriften bij het bestemmingsplan gedeeltelijk zijn vervangen, dienen de voorschriften bij deze bestemming als volgt gelezen te worden: 1. De op de kaart voor tuinen en erven aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven met de daarbij behorende bouwwerken en open terreinen, waaronder parkeerplaatsen, met dien verstande dat:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.