(2005). In de uitvoeringsvisie staat dat het dagelijks bestuur van het stadsdeel Noord zich tot doel stelt om in een recreatieve verbinding tussen het W.H. Vliegenbos en Rietland over het Zijkanaal K te voorzien. 8.
- Dat in de uitvoeringsvisie staat dat het dagelijks bestuur zich tot doel heeft gesteld om in een oeverbinding over het Zijkanaal K te voorzien, betekent niet dat de deelraad verplicht is om een fietsbrug in het bestemmingsplan op te nemen. De uitvoeringsvisie is immers een bestuurlijke wens van het dagelijks bestuur waaraan de deelraad niet is gebonden. Verder heeft de stichting haar betoog dat uit de structuurvisie volgt dat ter plaatse een fietsbrug is voorzien, niet gemotiveerd door te wijzen op een dergelijke passage in de structuurvisie. Reeds hierom kan dat betoog niet slagen. Nog daargelaten de vraag of het ten tijde van het vorige bestemmingsplan mogelijk was om een fietsbrug te realiseren, heeft de deelraad in redelijkheid kunnen afzien van het opnemen van een fietsbrug in het bestemmingsplan, omdat daarvoor geen financiële middelen beschikbaar zijn. Dat een mogelijke fietsbrug geen belemmering is voor de scheepvaart, wat daar ook van zij, doet daaraan niet af. Hoewel daartoe geen verplichting bestaat heeft de deelraad aangegeven dat hij overweegt te voorzien in een pontje tegenover jachthaven Twellegea. De planregeling staat hieraan niet in de weg. Het betoog faalt.
- Gelet op het voorgaande is het beroep van de stichting ongegrond. Beroep van [appellant sub 1]
- [appellant sub 1] richt zich tegen het plandeel met de bestemming "Water" ter plaatse van haar [boot]. [appellant sub 1] betoogt dat ten onrechte de ligplaats van [boot] niet in het bestemmingsplan is opgenomen. Hiertoe voert zij aan dat [boot] sinds 1992 op de huidige locatie ligt en sinds 2004 op die locatie wordt gedoogd. Verder wijst zij erop dat de gemeente heeft aangegeven dat in 2004 alle illegale vaartuigen uit het Zijkanaal K zijn verwijderd. Derhalve moet worden geconcludeerd dat [boot] niet illegaal aanwezig is, aldus [appellant sub 1]. [appellant sub 1] betoogt dat de deelraad ten onrechte stelt dat [boot] als pleziervaartuig wordt gedoogd. Het is volgens haar niet te voorzien dat het gebruik als woonboot binnen de planperiode zal worden beëindigd. Voorts voert zij aan dat het gaat om een planologisch inpasbare ligplaats en dat geen beleid aan het toekennen van een ligplaats voor een woonboot op deze locatie in de weg staat. Ten slotte betoogt zij dat sprake is van rechtsongelijkheid omdat andere boten in het bestemmingsplan wel een ligplaats voor een woonboot hebben gekregen. 10.
- De deelraad voert aan dat in de "Nota woonschepenbeleid", vastgesteld door de deelraad bij besluit van 12 december 1991, is bepaald dat het woonbotenbestand zoals dat in 1984 door de centrale stad aan het stadsdeel is overgedragen, niet mag worden uitgebreid. Ook acht de deelraad het niet wenselijk om het woonbotenbestand uit te breiden. De deelraad voert aan dat [appellant sub 1] [boot] aan de Nieuwendammerkade heeft aangemeerd in 1992 en dat de vervolgens aangevraagde ligplaatsvergunning is geweigerd. Voorts staat in het besluit van het dagelijks bestuur van het stadsdeel Noord van 11 augustus 2004 dat [boot] wordt gedoogd als pleziervaartuig en dat geen bewoning mag plaatsvinden. 10.
- In de Nota woonschepenbeleid staat dat met het huidige bestand wordt bedoeld de woonschepen die in Amsterdam-Noord ligplaats innemen: […] C. zonder vergunning op een plaats die zij reeds innamen ten tijde van de bevoegdheidsoverdracht in 1984 en niet zijn aangeschreven door het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur tot verwijdering van het schip. Dit bestand moet zowel geaccepteerd als gelegaliseerd worden. Andere woonschepen niet. Hiervan zijn of worden de eigenaren door het dagelijks bestuur van het stadsdeel aangeschreven tot verwijdering. 10.
- De Afdeling stelt vast dat het bestemmingsplan niet voorziet in een planregeling voor [boot] op grond waarvan het mogelijk is om deze boot als woonboot te gebruiken. Voor zover [appellant sub 1] verwijst naar een advies van de commissie beroep- en bezwaarschriften waarin staat dat [boot] wordt aangemerkt als woonboot, overweegt de Afdeling als volgt. Dit advies heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel overgenomen in het besluit op bezwaar van 11 augustus 2004 tegen de last onder dwangsom. Nog daargelaten dat hieruit niet volgt dat [boot] als woonboot moet worden bestemd, kunnen hieraan, anders dan [appellant sub 1] betoogt, geen rechten worden ontleend omdat dit een andere procedure betreft en de deelraad hieraan niet gebonden is. Verder heeft de commissie beroep- en bezwaarschriften in hetzelfde advies aangegeven dat de kwalificering als woonboot geen gevolgen mag hebben voor de gedoogsituatie. Ongeacht de inhoud van het nieuwsfeit waar [appellant sub 1] naar verwijst, is dit geen mededeling waar [appellant sub 1] rechten aan kan ontlenen. Het betreft immers geen door of namens de deelraad gewekte verwachting dat [boot] als woonboot in het bestemmingsplan zou worden bestemd. Derhalve heeft de deelraad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat [boot] niet impliciet wordt gedoogd als woonboot. Niet in geschil is dat [boot] sinds 1992 op de huidige locatie ligt aangemeerd. Derhalve is [boot] geen boot die tot het woonbotenbestand van 1984 als bedoeld in de Nota woonschepenbeleid behoort en behoeft de deelraad [boot] niet op grond van de Nota te legaliseren. Niet in geschil is verder dat [boot] in het vorige bestemmingsplan niet als woonboot was bestemd. Derhalve is geen sprake van bestaande rechten die nopen tot het toekennen van een planologische ligplaats. [appellant sub 1] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het gebruik van [boot] als woonboot niet binnen de planperiode zal worden beëindigd. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het dagelijks bestuur van het stadsdeel handhavend optreedt tegen het permanent bewonen van [boot]. Het betoog faalt.
- Over de door [appellant sub 1] gemaakte vergelijking met andere boten wordt overwogen dat de deelraad zich op het standpunt heeft gesteld dat die situaties verschillen van de aan de orde zijnde situatie. De boten aan de percelen [locatie 1] en [locatie 2] behoren volgens de deelraad niet tot het woonbotenbestand zoals bedoeld in de Nota woonschepenbeleid, maar waren, anders dan de boot van [appellant sub 1], aanwezig ten tijde van het vaststellen van de Nota woonschepenbeleid en worden sinds 1997, onderscheidenlijk 2000 als woonboot gedoogd. Voorts wijst [appellant sub 1] op de boot aan het perceel Nieuwendammerkade
- Deze boot behoort volgens de deelraad tot het woonbotenbestand zoals bedoeld in de Nota woonschepenbeleid, hetgeen [appellant sub 1] niet heeft betwist. Ook wijst [appellant sub 1] op de Schellingwouderdijk, waar volgens haar onlangs een groot aantal woonboten als zodanig is bestemd die niet tot het woonbotenbestand zoals bedoeld in de Nota woonschepenbeleid behoren. De deelraad heeft onweersproken gesteld dat deze wateren behoren tot een beheergebied van rijkswaterstaat, waardoor daar ander beleid gold. Voorts wijst [appellant sub 1] op de boten gelegen aan de Nieuwendammerdijk 270c en 350 waar nieuwe ligplaatsen zouden zijn gecreëerd die de deelraad heeft beoogd als zodanig te bestemmen. De deelraad heeft onweersproken gesteld dat aan de plandelen ter plaatse van deze boten in het vorige bestemmingsplan reeds een ligplaats was toegekend. In hetgeen [appellant sub 1] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de deelraad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de door [appellant sub 1] genoemde situaties niet overeenkomen met de thans aan de orde zijnde situatie. Het betoog faalt.
- Gezien voorgaande overwegingen heeft de deelraad [boot] in redelijkheid niet als woonboot hoeven bestemmen.
- Gelet op het voorgaande is het beroep van [appellant sub 1] ongegrond. Proceskosten
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep van [appellant sub 2] niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen: a. het plandeel met de bestemming "Tuin - 6" en de plandelen met de bestemming "Water" met de aanduidingen "specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 3" en "maximum aantal ligplaatsen woonboten = 2" ter plaatse van de percelen [locatie 1] en [locatie 2]; b. het plandeel met de bestemming "Water" voor zover niet is voorzien in een oeververbinding over het Zijkanaal K; II. verklaart de beroepen van de stichting Stichting W.H. Vliegenbos, [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en [appellant sub 2], voor het overige, ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Z. Huszar, griffier. w.g. Kranenburg w.g. Huszar lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2014 533-812.