(2013)opgesteld, waarbij onder meer gebruik is gemaakt van participatieronden, thematische werkgroepen en een klankbordgroep teneinde het toekomstige beleid voor het centrumgebied vorm te geven. Het bestemmingsplan vormt de uitwerking van deze beleidsdocumenten. De plantoelichting vermeldt dat de ambities uit de Gebiedsvisie en het Centrumplan wat horeca betreft een beleidswijziging vormen ten opzichte van het eerdere horecabeleid. Deze beleidswijziging, die is vervat in de in december 2012 vastgestelde horecanota, houdt in dat meer horecabestemmingen in categorie 1 en 2 in het centrum moeten worden toegevoegd, teneinde de attractiviteit en leefbaarheid van het kernwinkelgebied en de aanloopstraten te bevorderen. Deze uitgangspunten zijn overgenomen in het plan. 12.
- Over het door Lunchroom Deli en andere genoemde behoefteonderzoek uit 2007/2008 heeft de raad te kennen gegeven dat dit onderzoek ten grondslag lag aan de voorheen geldende beleidsnota "Horecabeleid 2009-2013". Het horecabeleid is echter inmiddels herzien, waardoor het genoemde behoefteonderzoek volgens de raad geen rol heeft gespeeld bij de vaststelling van het plan. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich bij de vaststelling van het plan heeft gebaseerd op verouderde gegevens. Over de "Inventarisatie Horecabedrijven" heeft de raad te kennen gegeven dat dit een indicatieve lijst is die vooral bedoeld was ter inventarisatie van de zwaardere horeca en niet als uitputtend overzicht. De lijst is gedurende de procedure meermaals aangepast en geactualiseerd en heeft niet als grondslag gediend voor de afweging van de behoefte aan aanvullende horeca. In de nota zienswijzen staat met betrekking tot dit punt dat de lijst waar nodig zal worden aangevuld en geactualiseerd naar aanleiding van de door Lunchroom Deli en andere gemaakte opmerkingen. Gelet op het indicatieve karakter ziet de Afdeling in een mogelijk onjuiste weergave van de aanwezige horecagelegenheden derhalve geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige informatie. 12.
- Over de behoefte heeft de raad ter zitting toegelicht dat de toegestane uitbreiding van horeca met name voortkomt uit het beleid om de attractiviteit en levendigheid van het centrum te verhogen. Dit beleid bleek bij de voorbereiding van het plan op een breed draagvlak te rekenen en is ingegeven vanuit het oogpunt van flexibiliteit en de wens om meer mogelijkheden te bieden voor een andere invulling van panden die thans in gebruik of bestemd zijn voor detailhandel. Met het loslaten van het maximumstelsel van horecabedrijven en het algemeen toestaan van de horecacategorieën 1 en 2 binnen het centrumgebied kan volgens de raad de aantrekkingskracht van de aanloopstraten verbeterd worden. De raad heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat horecacategorieën 1 en 2 zich wegens hun ruimtelijke uitstraling goed verdragen met de andere reeds aanwezige functies in het centrumgebied, hetgeen niet onredelijk te achten is. Het rapport ‘Een acht voor Bussum-Centrum’ van 10 december 2007, opgesteld door Ecorys Nederland B.V., dat een visie voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor Bussum bevat, vermeldt dat relatief weinig horeca in Bussum aanwezig is en dat er kansen liggen in het toevoegen van (dag)horeca, bijvoorbeeld in de vorm van restaurants, lunchrooms, café’s en terrassen. Gelet op het voorgaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat een uitbreiding van horeca voorziet in een behoefte, die door deskundigen bevestigd wordt. De raad heeft daarbij in redelijkheid geen groter gewicht hoeven toekennen aan het belang van Lunchroom Deli en andere bij behoud van het maximumstelsel voor horecabedrijven. Uit de uitspraak van 18 september 2013 in zaak nr. 201208105/1/R2 vloeit verder voort dat de Wro er niet toe strekt om bedrijven tegen de vestiging van concurrerende bedrijven in hun verzorgingsgebied te beschermen. Concurrentieverhoudingen vormen bij een planologische belangenafweging in beginsel geen in aanmerking te nemen belang, tenzij zich een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau zal voordoen die niet door dwingende redenen wordt gerechtvaardigd. Daarvan is in onderhavige situatie geen sprake, nu horeca in de categorieën 1 en 2 niet tot de eerste levensbehoeften gerekend wordt. Het betoog faalt. 12.
- Het betoog van Lunchroom Deli en andere dat het plan in zoverre in strijd is met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, omdat is voorzien in een functiewijziging binnen de bestaande bebouwing, kan niet slagen. In deze situatie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro, aangezien de bebouwing reeds aanwezig is en er geen nieuw beslag op de ruimte plaatsvindt. Van belang daarbij is dat het plan naar het oordeel van de Afdeling slechts is gericht op een verruiming van de gebruiksmogelijkheden. De plantoelichting behoefde derhalve voor de plandelen met de bestemming "Centrum" en "Gemengd" niet te voldoen aan de voorwaarden in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro. Het betoog faalt. 12.
- Gelet op het voorgaande heeft de raad in redelijkheid kunnen besluiten om de horecacategorieën 1 en 2 binnen de bestemmingen "Centrum" en "Gemengd" algemeen toe te staan.
- Lunchroom Deli en andere betogen dat in de plantoelichting ten onrechte staat dat het plan een vertaling is van het beleid uit de nota "Horecabeleid Bussum 2009-2013", waarin horeca in de categorieën 1 en 2 algemeen toelaatbaar werd geacht. Zij voeren aan dat het algemeen toelaatbaar achten niet hetzelfde is als het algemeen toestaan en dat het genoemde beleid zag op een zeer specifieke groep ondernemers, zodat het algemeen overnemen van dit bijzondere beleid onjuist is. 13.
- Over het betoog van Lunchroom Deli en andere dat het beleid dat ondergeschikte horeca ‘algemeen toelaatbaar’ wordt geacht in het plan ten onrechte is vertaald naar ‘algemeen toegestaan’, overweegt de Afdeling als volgt. Zowel in de horecanota voor 2009-2013 als in de thans geldende horecanota voor de periode 2013-2018 staat dat ondergeschikte horeca-activiteiten binnen winkels, zoals coffeecorners, zijn toegestaan, mits aan de in de horecanota genoemde voorwaarden wordt voldaan. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling niet in waarom het plan, voor zover dat ondergeschikte horeca overal in het centrumgebied toestaat, een onjuiste vertaling van dit beleid zou zijn. Het betoog faalt.
- Lunchroom Deli en andere betogen voorts dat zij schade zullen ondervinden als gevolg van het plan en dat hun niet bekend is of een planschaderisicoanalyse is opgesteld. Zonder een dergelijke analyse heeft de raad dit aspect volgens hen niet voldoende in de afweging kunnen betrekken. Zij voeren in dit verband tevens aan dat zij er vanuit konden gaan dat zij geen planschade zouden lijden, omdat het aantal horecaondernemingen in het voorheen geldende plan gemaximeerd was op negen. 14.
- De raad stelt zich op het standpunt dat Lunchroom Deli en andere niet aannemelijk hebben gemaakt dat het plan niet uitvoerbaar is binnen de planperiode. 14.
- Hetgeen Lunchroom Deli en andere hebben aangevoerd biedt geen grond voor de verwachting dat de mogelijke nadelige invloed van het plan voor hen zodanig is dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan hij heeft gedaan. Gezien de conserverende aard van het plan heeft de raad in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien voor het opstellen van een planschaderisicoanalyse. Voor een eventuele vergoeding van planschade bestaat een aparte procedure met eigen rechtsbeschermingsmogelijkheden. Voor zover Lunchroom Deli en andere betogen dat het aantal horecaondernemingen in het voorheen geldende plan gemaximeerd was op negen en planschade hierdoor niet te verwachten was, overweegt de Afdeling dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Het betoog faalt.
- Lunchroom Deli en andere hebben zich in hun beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van hun zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op de bezwaren uit deze zienswijze. Lunchroom Deli en andere hebben in hun beroepschrift, noch ter zitting, redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende bezwaren uit hun zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn. Het betoog faalt.
- Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart de beroepen van [appellante sub 3] en [appellanten] niet-ontvankelijk; II. verklaart de beroepen van [appellant sub 1A] en [appellante sub 1B] en Lunchroom Deli en andere ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, voorzitter, en mr. D.J.C. van den Broek en mr. F.D. van Heijningen, leden, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, griffier. w.g. Helder w.g. Bošnjaković voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2014 410-667.