201308834/1/R3. Datum uitspraak: 28 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. [appellant sub 1], wonend te Oisterwijk, 2. [appellant sub 2], wonend te Oisterwijk, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid 3S Vastgoed B.V., gevestigd te Oisterwijk, 4. [appellant sub 4A] en [appellant sub 4B], beiden wonend te Oisterwijk (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 4]), 5. de vereniging Vereniging van Eigenaars 't Hoogh Heem, gevestigd te Oisterwijk, en anderen, 6. [appellant sub 6A] en [appellante sub 6B], beiden wonend te Oisterwijk (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 6]), 7. [appellante sub 7A] en [appellant sub 7B], beiden wonend te Oisterwijk (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 7]), 8. [appellant sub 8A] en [appellant sub 8B], beiden wonend te Oisterwijk (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 8]), en de raad van de gemeente Oisterwijk, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 27 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Centrum Oisterwijk" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1], [appellant sub 2], 3S Vastgoed B.V., [appellant sub 4], de VvE en anderen, [appellant sub 6], [appellant sub 7] en [appellant sub 8] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. [appellant sub 7] en de raad hebben nadere stukken ingediend. Bij besluit van 12 december 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Centrum Oisterwijk" gewijzigd vastgesteld. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen over het besluit van 12 december 2013 naar voren te brengen. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 november 2014, waar 3S Vastgoed B.V., vertegenwoordigd door M.A.M. Jonkers, [appellant sub 4], vertegenwoordigd door mr. A. Vinkenborg, [appellant sub 6], vertegenwoordigd door mr. J.W. Genuot, [appellant sub 7], vertegenwoordigd door mr. M.M. Breukers, [appellant sub 8], vertegenwoordigd door M.A.M. Jonkers, en de raad, vertegenwoordigd door drs. J. Rama, ir. G. La Rose, beiden werkzaam bij de gemeente, en ing. R. Louwes, zijn verschenen. Overwegingen 1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. 2. Het plan heeft betrekking op het centrumgebied van Oisterwijk. 3. Bij het wijzigingsbesluit van 12 december 2013 heeft de raad de digitale verbeelding en de planregels opnieuw vastgesteld, waarbij voor een aantal percelen wijzigingen op de digitale verbeelding zijn aangebracht en waarbij de artikelen 3, 16 en 27 van de planregels zijn gewijzigd. 3.1. Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft het bezwaar of beroep van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. 3.2. Omdat het besluit van 12 december 2013 niet tegemoet komt aan de ingestelde beroepen, zijn de beroepen van rechtswege tevens gericht tegen dat besluit. In de volgende overwegingen zal de Afdeling op de grondslag van de beroepschriften steeds het besluit van 12 december 2013 als eerste beoordelen. De beroepen van [appellant sub 1], [appellant sub 2], 3S Vastgoed B.V. en [appellant sub 4] (perceel Kerkstraat 57) 4. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 4] kunnen zich niet verenigen met het plan voor zover daarin een supermarkt op het perceel Kerkstraat 57 is toegestaan. Zij vrezen dat de vestiging van een supermarkt op het perceel zal leiden tot ernstige parkeerhinder en tot overlast vanwege laad- en loswerkzaamheden. Zij voeren aan dat de raad ook zelf in het bestreden besluit het standpunt heeft ingenomen dat de vestiging van een supermarkt op het perceel ongewenst is vanwege deze aspecten. De motivering van de raad om desondanks te voorzien in een supermarkt op het perceel omdat ten tijde van het nemen van het bestreden besluit een omgevingsvergunning voor het bouwen van een supermarkt op het perceel was verleend, achten zij onjuist. Zij wijzen erop dat die omgevingsvergunning vóór de vaststelling van het plan alsnog is geweigerd door het college van burgemeester en wethouders. 3S Vastgoed B.V., eigenaar van het perceel Kerkstraat 57, kan zich niet met het plan verenigen voor zover daarin in artikel 22, lid 22.3.1, van de planregels een uitsterfregeling is opgenomen voor het gebruik van het perceel Kerkstraat 57 voor een supermarkt. Zij betoogt dat de stelling van de raad dat de vestiging van een supermarkt zal leiden tot parkeerproblemen geen reden mag zijn om een dergelijke regeling op te nemen. Ook voert zij diverse bezwaren aan tegen de uitsterfregeling. 4.1. Aan het perceel Kerkstraat 57 is de bestemming "Gemengd - 6" met de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - supermarkt 1" toegekend. Ingevolge artikel 22, lid 22.1, aanhef en onder g, van de planregels zijn de voor "Gemengd - 6" aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - supermarkt 1" tevens bestemd voor een supermarkt, in ieder geval met inachtname van het bepaalde in lid 22.3.1, onder c, d, e en f. Ingevolge lid 22.3.1 gelden met betrekking tot het gebruik de volgende regels: (…); c. een supermarkt is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - supermarkt 1"; d. indien het gebruik als bedoeld onder c is beëindigd en deze gronden en bouwwerken in gebruik zijn als bedoeld in 22.1, onder a tot en met e, mogen de betreffende gronden en bouwwerken daarna niet meer worden gebruikt voor het hiervoor onder c genoemde gebruik; e. onder het bepaalde onder d wordt in ieder geval begrepen de verkoop van de gronden en/of gebouwen en daadwerkelijk ingebruikname van de gronden en/of gebouwen voor het in lid 22.1, onder a tot en met e, genoemde gebruik; f. onder het bepaalde onder d wordt ook begrepen de situatie dat het gebruik overeenkomstig de aanduiding voor de duur van ten minste 1 jaar niet aanwezig is of is onderbroken, nadat een hiervoor verleende omgevingsvergunning rechtskracht heeft gekregen; (…). 4.2. In het besluit van 27 juni 2013 heeft de raad de bestemmingsregeling voor het perceel Kerkstraat 57 gemotiveerd. Aan het besluit van 12 december 2013 heeft de raad geen gewijzigde motivering ten grondslag gelegd. In het besluit van 27 juni 2013 staat dat op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan "Centrum Oisterwijk" een omgevingsvergunning voor de vestiging van een supermarkt op het perceel Kerkstraat 57 is verleend. Er heeft zich thans nog geen supermarkt gevestigd en de ruimtelijke inpasbaarheid is problematisch door het ontbreken van parkeergelegenheid in de directe omgeving en een voldoende aantal beschikbare parkeerplaatsen. In de toekomst wordt de aanleg hiervan ook niet direct verwacht; althans hiervoor zijn geen voornemens bekend. De bevoorrading kan niet op de gebruikelijke en gewenste wijze (zonder geluids- of verkeersoverlast) verlopen. Dit neemt niet weg dat hier een vergunde situatie aan de orde is. Daar kan het gemeentebestuur niet meer omheen, ook al is de vergunningsprocedure nog niet afgerond. Gelet op de vergunde situatie wordt een supermarkt op het perceel toegestaan. Vanwege de ruimtelijke situatie is het echter ongewenst dat hier een supermarkt permanent wordt gevestigd. Daarom wordt voorgesteld om voor deze locatie een uitsterfregeling op te nemen, zo staat in het besluit. 4.3. Bij besluit van 8 januari 2013 is een omgevingsvergunning voor een supermarkt op het perceel verleend. Bij besluit van 25 juni 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders de betreffende omgevingsvergunning alsnog geweigerd. De raad is bij het nemen van het besluit op 12 december 2013 derhalve ten onrechte ervan uitgegaan dat een omgevingsvergunning voor een supermarkt op het perceel was verleend. Voor zover de raad de verwachting had dat de uitkomst van de tegen het besluit van 25 juni 2013 te entameren procedure zou zijn dat alsnog een omgevingsvergunning voor een supermarkt in een rechtens onaantastbare vorm zou afkomen, dan wel een omgevingsvergunning voor een gewijzigd bouwplan zou worden ingediend en daarom een omgevingsvergunning zou worden verleend die rechtens ook onaantastbaar zou worden, overweegt de Afdeling dat deze omstandigheden - wat daar ook van zij - niet een gehoudenheid van de raad om in het bestemmingsplan een supermarkt mogelijk te maken met zich brachten. De raad acht de vestiging van een supermarkt op het perceel immers ook niet wenselijk vanwege het ontbreken van voldoende parkeergelegenheid en vanwege geluids- en verkeersoverlast ten gevolge van de bevoorrading ervan. De keuze van de raad om desondanks te voorzien in een supermarkt voor het perceel is gelet op het voorgaande onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd. Het betoog slaagt. 5. Nu uit het voorgaande volgt dat het besluit van 12 december 2013 niet in stand kan blijven voor zover daarin is voorzien in het gebruik van het perceel voor een supermarkt, moet worden geoordeeld dat het betoog van 3S Vastgoed B.V. dat ten onrechte is voorzien in beperkingen van dat gebruik niet slaagt. 6. In hetgeen [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 4] hebben aangevoerd, ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het besluit van 12 december 2013, voor zover het betreft de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - supermarkt 1" voor het plandeel met de bestemming "Gemengd - 6" ter plaatse van het perceel Kerkstraat 57 en artikel 22, lid 22.1, aanhef en onder g, en lid 22.3.1, onder c, d, e en f, van de planregels, is genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. De beroepen zijn gegrond, zodat het besluit in zoverre dient te worden vernietigd. Gelet op het voorgaande is het beroep van 3S Vastgoed B.V. ongegrond. 6.1. Gezien het hiervoorgestelde wordt het besluit van 12 december 2013, wat betreft het plandeel met de bestemming "Gemengd - 6" voor het perceel Kerkstraat 57, in rechte onaantastbaar. Dit betekent dat het plan dat bij het besluit 27 juni 2013 is vastgesteld niet langer het geldende planologische regime voor dit perceel vormt. Gelet hierop en nu ook overigens niet is gesteld en ook niet is gebleken dat [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 4] en 3S Vastgoed B.V. nog enig belang hebben bij een beoordeling van hun beroepen tegen het besluit van 27 juni 2013, dienen hun beroepen tegen dat besluit in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard. De beroepen van de VvE en anderen, [appellant sub 6] en [appellant sub 7] Ontvankelijkheid 7. [appellant sub 7] kan zich niet verenigen met de bestemming "Gemengd - Voorzieningen" voor het perceel De Lind 52. Zij voert aan dat ten onrechte het gebruik van het perceel voor andere doeleinden dan een kerk is toegestaan. 7.1. [appellant sub 7] woont op een afstand van ongeveer 675 m van het plandeel met de bestemming "Gemengd - Voorzieningen" voor het perceel De Lind 52. Vanuit haar woning heeft zij geen zicht op het betrokken perceel. Mede gelet op de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkelingen die op het door [appellant sub 7] bestreden plandeel mogelijk worden gemaakt en de omvang van het plandeel, is deze afstand naar het oordeel van de Afdeling te groot om een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang te kunnen aannemen. Voorts heeft [appellant sub 7] geen feiten of omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat ondanks deze afstand een objectief en persoonlijk belang van haar rechtstreeks door het besluit zou worden geraakt. De conclusie is dat [appellant sub 7] geen belanghebbende is bij het bestreden besluit, voor zover het betreft de bestemming "Gemengd - Voorzieningen" voor het perceel De Lind 52, als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb en dat zij daartegen ingevolge artikel 8:1 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb, geen beroep kan instellen. Het beroep tegen het besluit van 12 december 2013 is in zoverre niet-ontvankelijk. 7.2. Gelet op het voorgaande wordt het besluit van 12 december 2013 wat betreft het plandeel met de bestemming "Gemengd - Voorzieningen" ter plaatse van het perceel De Lind 52 in rechte onaantastbaar. Dit betekent dat het plan dat bij het besluit 27 juni 2013 is vastgesteld niet langer het geldende planologische regime voor dit perceel vormt. Gelet hierop en nu ook overigens niet is gesteld, noch is gebleken dat [appellant sub 7] nog enig belang heeft bij een beoordeling van het besluit van 27 juni 2013, dient haar beroep tegen dit besluit in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard. Aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 1" Kerkstraat 37 8. De VvE en anderen, [appellant sub 6] en [appellant sub 7] kunnen zich niet verenigen met de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 1" voor het perceel Kerkstraat 37, waarmee het gebruik van het perceel voor een supermarkt na toepassing van een wijzigingsbevoegdheid mogelijk wordt gemaakt. De VvE en anderen, [appellant sub 6] en [appellant sub 7] betogen dat de vestiging van een supermarkt zal leiden tot parkeerproblemen, omdat in de huidige situatie al sprake is van een tekort aan parkeerplaatsen op het nabije parkeerterrein en een deel van dat parkeerterrein is gereserveerd voor bewoners van het centrumgebied. Aan de wijzigingsvoorwaarde dat voldoende parkeerplaatsen onbezet moeten zijn, kan daarom niet worden voldaan. Ook wijkt de wijzigingsvoorwaarde ten aanzien van het parkeren af van de gemeentelijke bouwverordening. [appellant sub 7] voert aan dat een aantal bestaande parkeerplaatsen moet komen te vervallen om de vrachtwagens voor bevoorrading van de supermarkt voldoende ruimte te bieden om te manoeuvreren. De VvE en anderen, [appellant sub 6] en [appellant sub 7] betogen verder dat de bevoorrading overlast zal veroorzaken. Hiertoe voeren zij aan dat het parkeerterrein onvoldoende groot is voor het manoeuvreren met een vrachtwagen. Ook ontbreekt een laad- en losplaats voor vrachtwagens. Verder is de ontsluitingsweg volgens [appellant sub 7] te smal voor vrachtwagens om elkaar te kunnen passeren. [appellant sub 7] betoogt ook - kort gezegd - dat de verkeerstoename die een supermarkt met zich brengt vanwege de bestaande wegenstructuur en verkeerscirculatie zal leiden tot verkeersonveilige situaties voor personenauto's, fietsers en voetgangers. Ten onrechte zijn de verkeerstoename en de verkeersstromen niet inzichtelijk gemaakt. [appellant sub 7] betoogt daarnaast dat een supermarkt zal leiden tot geluidsoverlast vanwege de ruime openingstijden ervan, de verkeerstoename, het gebruik van winkelwagens door klanten en de laad- en losactiviteiten. Het geluid zal bovendien worden versterkt doordat het perceel is ingesloten door muren. De VvE en anderen en [appellant sub 6] betogen dat de raad ten onrechte de aspecten geluid, externe veiligheid en de luchtkwaliteit niet heeft beoordeeld, noch is in de wijzigingsvoorwaarden verzekerd dat deze aspecten worden afgewogen. [appellant sub 7] voert daarnaast aan dat de noodzaak tot het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid ontbreekt, omdat geen concrete aanvraag tot vestiging van een supermarkt aan de orde is en niemand een supermarkt ter plaatse wenselijk acht. [appellant sub 7] stelt dat de raad enkel vreest voor planschade. 8.1. De raad brengt naar voren dat het voorheen geldende plan een supermarkt op het perceel toestond. De raad heeft dit gebruik in het voorliggende plan niet bij recht willen toestaan vanwege het ontbreken van een concreet plan om een supermarkt op het perceel te vestigen en heeft daarom een wijzigingsbevoegdheid voor dit gebruik opgenomen. De raad stelt dat een supermarkt op het perceel in beginsel ruimtelijk aanvaardbaar is. Een supermarkt zal extra parkeerdruk met zich brengen, die volgens de raad naar verwachting kan worden opgevangen. Een gedegen onderzoek en zorgvuldige afweging van dit aspect acht de raad pas mogelijk als een concreet plan voor een supermarkt voorligt. De raad stelt dat dan ook aandacht nodig is voor de bevoorradingswijze en de geluidbelasting. 8.2. Aan het perceel Kerkstraat 37 is de bestemming "Gemengd" met de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 1" toegekend. Ingevolge artikel 16, lid 16.5.3, van de planregels kan het college van burgemeester en wethouders ter plaatse van aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 1" ter plaatse van de gronden met de bestemming "Gemengd" zonder de aanduiding "supermarkt" wijzigen in de bestemming "Gemengd" met de aanduiding "supermarkt", waarbij de wijziging wordt getoetst aan de volgende voorwaarden en hieraan wordt voldaan: a. aangetoond is dat er marktruimte beschikbaar is voor vestiging van een supermarkt; b. voldaan wordt aan de parkeereisen ingevolge de Bouwverordening en de Parkeerverordening gemeente Oisterwijk 2010; dit betekent dat in de directe omgeving nabij de vestiging, voldoende parkeerruimte aanwezig is en in de aanwezige situatie een voldoende aantal parkeerplaatsen onbezet is op basis van de aangetoonde bezettingsgraad; c. de bevoorrading wordt zodanig verzorgd zonder onevenredige nadelige gevolgen voor bedrijven in de omgeving; d. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid gebeurt op basis van een concreet ingediend initiatief. 8.3. Het perceel Kerkstraat 37, waar thans een schoenenwinkel is gevestigd, grenst aan een binnenterrein achter de woonbebouwing aan de Kerkstraat, de Baerdijk en de Vloeiweg. Het perceel is door de woonbebouwing omsloten. Op de binnenplaats is een parkeerterrein aanwezig, dat wordt ontsloten op de Vloeiweg. 8.4. De Afdeling overweegt dat de raad heeft aangegeven dat het parkeerterrein waaraan het perceel Kerkstraat 37 grenst in de huidige situatie reeds een hoge bezettingsgraad kent. Aannemelijk is dat de komst van een supermarkt met een oppervlakte van, zoals de raad ter zitting heeft gesteld, ongeveer 1.350 m² bedrijfsvloeroppervlakte de parkeerbehoefte zal vergroten. Gelet op de omvang van het parkeerterrein valt zonder nadere onderbouwing van het tegendeel niet in te zien dat de verwachte vergroting van de parkeerbehoefte niet zal leiden tot parkeeroverlast. De stelling van de raad dat een parkeerregime kan worden ingesteld waardoor voldoende ruimte beschikbaar komt, is in dit verband onvoldoende. Hiermee is de parkeerbehoefte in de huidige situatie en na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid niet inzichtelijk gemaakt, noch is bezien hoeveel parkeerruimte moet worden gecreëerd en of het instellen van een parkeerregime niet tot gevolg heeft dat elders parkeerproblemen ontstaan. Verder moet er zonder nadere onderbouwing van het tegendeel rekening mee worden gehouden dat het bevoorraden van een supermarkt kan leiden tot verkeersproblemen of geluidsoverlast, gezien de bezwaren die op dit punt naar voren zijn gebracht. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat het perceel aan drie zijden is omsloten door deels gestapelde woonbebouwing en dat de raad zelf te kennen heeft gegeven dat de geluidsbelasting vanwege het laden- en lossen moet worden onderzocht. Daarbij ook is van belang dat met de wijzigingsvoorwaarden ten aanzien van het parkeren en de bevoorrading niet is gewaarborgd dat een supermarkt ter plaatse gelet op deze aspecten planologisch aanvaardbaar zal zijn. De wijzigingsvoorwaarde ten aanzien van de bevoorrading ziet alleen op de gevolgen daarvan voor bedrijven en niet voor omwonenden. De wijzigingsvoorwaarde ten aanzien van het parkeren acht de Afdeling onvoldoende rechtzeker, omdat de uitleg die in die bepaling wordt gegeven aan de bouwverordening niet geheel overeenstemt met de tekst van de bouwverordening zelf. Voorts heeft de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het onderzoek naar en de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een supermarkt, die met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid mogelijk wordt gemaakt, pas aan de orde zijn als een concreet plan is ingediend. Daarbij is van belang dat de opname van een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan met zich brengt dat de daarmee mogelijk gemaakte ontwikkelingen in beginsel in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening moeten worden geacht. Gelet op het voorgaande bestaat aanleiding voor het oordeel dat het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid voor een supermarkt niet berust op een toereikende motivering. Het betoog slaagt. Bouw- en goothoogte Kerkstraat 37 9. [appellant sub 7] richt zich tegen de toegestane goot- en bouwhoogte voor het perceel Kerkstraat 37. Ten aanzien van de goothoogte voert zij aan dat het gebouw op een aflopend terrein staat, waardoor de goothoogte van het gebouw aan de ene zijde 3,5 m bedraagt en aan de andere zijde 4,5 m. Zij betoogt dat of in het plan moet worden bepaald dat de maximale toegestane goothoogte van 4 m voor het perceel een gemiddelde betreft, of dat ter plaatse van de lage zijde van het gebouw een maximale goothoogte van 3,5 m is toegestaan. Zij voert aan dat het bestaande gebouw een bouwhoogte van 6 m heeft en dat het plan zonder dat daarvoor aanleiding bestaat een verhoging van de bouwhoogte naar 9 m toelaat. 9.1. De raad brengt naar voren dat het voorheen geldende plan reeds voorzag in deze goot- en bouwhoogte. 9.2. Aan het perceel Kerkstraat 37 zijn de bestemming "Gemengd" en de aanduidingen "maximum bouwhoogte (m)=9" en "maximum goothoogte (m)=4)" toegekend. Ingevolge artikel 1, onder 1.53, van de planregels wordt verstaan onder peil: a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. Ingevolge artikel 2 wordt bij de toepassing van deze regels als volgt gemeten: 2.3. bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6. goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; indien een bouwwerk met betrekking tot deze constructiedelen over verschillende hoogten beschikt, wordt als volgt gemeten: a. indien zich aan de voorgevelzijde een goot/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de hoogte aan de voorgevelzijde; b. indien zich - ingeval van een lessenaarsdak - aan de voorgevelzijde van het gebouw geen goot/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de laagste hoogte. 9.3. Ten aanzien van de goothoogte wordt overwogen dat het gebouw Kerkstraat 37 niet onmiddellijk aan een weg grenst, maar aan een binnenterrein. Uit de definitie van peil in artikel 1, onder 1.53, onder b, van de planregels volgt dat in dat geval moet worden uitgegaan van de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. Gesteld noch gebleken is dat hiermee niet aan de bezwaren van [appellant sub 7] ten aanzien van de in het plan toegestane goothoogte is voldaan. Het betoog faalt. 9.4. De raad heeft ter zitting gesteld dat het bestaande gebouw een bouwhoogte van ongeveer 6 m heeft. Met de stelling dat het voorheen geldende plan reeds in een bouwhoogte van 9 m voorzag voor het perceel, gaat de raad voorbij aan de beoordeling die hij dient te maken ten aanzien van de planologische aanvaardbaarheid van een voorziene ontwikkeling, waarbij naast de mogelijkheden van het voorheen geldende plan tevens rekening dient te worden gehouden met de bestaande situatie en de belangen van omwonenden. Niet is gebleken dat de raad daarmee rekening heeft gehouden. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het perceel is omsloten door en direct grenst aan gestapelde woningen en niet valt uit te sluiten dat een verhoging van de bebouwing met 3 m kan leiden tot een aantasting van het woon- en leefklimaat van de omwonenden. Het besluit van de raad om een bouwhoogte van 9 m voor het perceel toe te staan, is gelet op het voorgaande onvoldoende gemotiveerd. Het betoog slaagt. [locatie 1] 10. [appellant sub 7] kan zich niet verenigen met de aanduiding "maximaal aantal wooneenheden = 1" voor het plandeel met de bestemming "Wonen - Woningen" ter plaatse van het perceel [locatie 1], die met zich brengt dat op het perceel één woning is toegestaan. Zij voert aan dat de woning in de jaren 1990-1991 op het perceel is gebouwd als een twee-onder-één-kap woning met een woning en een praktijkgedeelte en dat het destijds geldende bestemmingsplan twee woningen op het perceel toeliet. [appellant sub 7] wenst de in dat plan gegeven mogelijkheid om de woning te verbouwen tot twee afzonderlijke woningen te behouden. 10.1. Aan het perceel [locatie 1] zijn de bestemming "Wonen - Woningen" en de aanduidingen "bouwvlak", "vrijstaand", "maximaal aantal wooneenheden = 1" en, voor een deel van het perceel, "praktijkruimte" toegekend. Ingevolge artikel 37, lid 37.1, aanhef en onder a, van de planregels zijn de voor "Wonen - Woningen" aangewezen gronden bestemd voor wonen in een woning. Ingevolge lid 37.2, aanhef en onder b1, mag op deze gronden worden gebouwd en bedraagt het aantal woningen niet meer dan de aanduiding "maximaal aantal wooneenheden" aangeeft. Ingevolge lid 37.6.1, kan het college van burgemeester en wethouders het aantal woningen wijzigen, onder de daar genoemde voorwaarden. 10.2. Op 11 oktober 1989 is een bouwvergunning verleend voor een woning met een praktijkruimte. De betreffende bebouwing is in overeenstemming met de bouwvergunning gebouwd en in gebruik genomen als woning met praktijkruimte. In het voorheen geldende plan "Centrum Oisterwijk", vastgesteld in 2001, was deze situatie als zodanig bestemd. De keuze van de raad om de bestaande situatie eveneens in het voorliggende plan als zodanig te bestemmen, acht de Afdeling niet onredelijk. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat in het voorliggende plan een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen die voorziet in een toename van het aantal woningen. Een concreet voornemen daartoe kan aldus worden getoetst aan onder meer het volkshuisvestingsbeleid teneinde overcapaciteit te voorkomen. In de wens van [appellant sub 7] om de praktijkruimte in de toekomst te gebruiken als woning, heeft de raad geen aanleiding hoeven zien om een dergelijk gebruik reeds thans in het plan mogelijk te maken. Het betoog faalt. Het perceel achter [locatie 1] 11. [appellant sub 7] kan zich niet verenigen met de bestemming "Gemengd - 7" die is toegekend aan het perceel achter het perceel [locatie 1]. Zij voert aan dat het perceel ten onrechte dezelfde bestemming heeft gekregen als de woningen aan de Kerkstraat, omdat het perceel niet bij die woningen hoort. Zij betoogt dat de bestemming "Garages en Bergplaatsen" uit het voorheen geldende plan moet worden gehandhaafd. Zij vreest dat het perceel in het voorliggende plan voor andere doeleinden mag worden gebruikt en meer bouwmogelijkheden kent dan op grond van het voorheen geldende plan was toegestaan. Verder wenst [appellant sub 7] dat garages op het perceel worden gebouwd, zoals in het voorheen geldende plan was toegestaan, waardoor volgens haar de huidige geluidsoverlast zal verminderen. 11.1. Aan het perceel zijn de bestemming "Gemengd - 7" en de aanduidingen "bouwvlak", "parkeerterrein", "maximum bouwhoogte (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.