201409442/2/A
- Datum beslissing: 1 juli 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op het verzoek van: [verzoeker], wonend te [woonplaats], om toepassing van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Procesverloop [verzoeker] heeft verzocht om wraking van mr. C.H.M. van Altena (hierna: de staatsraad) als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 201409442/1/A
- De staatsraad heeft niet in de wraking berust. De Afdeling heeft op 25 juni 2015 het wrakingsverzoek ter zitting aan de orde gesteld, waar [verzoeker] niet is verschenen. De staatsraad heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te worden gehoord. Overwegingen
- Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
- Aan het verzoek om wraking heeft [verzoeker] ten grondslag gelegd dat de staatsraad door de wijze van bejegening op de zitting de schijn van partijdigheid heeft gewekt. Hij stelt dat door zijn conflict met medewerkers van unit A3 van de Afdeling bij de staatsraad een negatief beeld van hem is ontstaan. Dit leidt hij af uit het feit dat de staatsraad zich, naar hij stelt, tijdens de zitting op bepaalde momenten jegens hem vijandig opstelde en hem afkapte als hij iets wilde zeggen. Volgens [verzoeker] heeft de staatsraad de mondelinge behandeling van zijn zaak er binnen een kwartier doorheen gejaagd. Voorts heeft hij aangevoerd dat hij het schokkend acht dat de staatsraad beveiliging heeft geregeld tijdens de zitting. Hij stelt hierdoor te worden gestigmatiseerd en gecriminaliseerd.
- Het aangevoerde heeft betrekking op de wijze van bejegening bij de behandeling van het hoger beroep van [verzoeker] op de zitting door de staatsraad en op de aanwezigheid van beveiliging in de zittingszaal. De leiding van de zitting berust op grond van artikel 8:61 van de Awb bij de staatsraad. [verzoeker] stelt door het verloop van de zitting de indruk te hebben gekregen dat bij de staatsraad een negatief beeld van hem bestaat. In hetgeen hij daartoe heeft aangevoerd wordt geen aanknopingspunt gevonden voor het oordeel dat de staatsraad het hoger beroep van [verzoeker] ter zitting heeft behandeld op een wijze die blijk geeft van vooringenomenheid, dan wel aanleiding geeft voor de objectief gerechtvaardigde vrees dat de staatsraad het door [verzoeker] ingestelde hoger beroep niet met de vereiste onpartijdigheid zal beoordelen. De omstandigheid dat tijdens de zitting beveiliging in de zaal aanwezig was, heeft betrekking op de wijze waarop de staatsraad de orde op de zitting heeft vormgegeven en kan als zodanig geen feit of omstandigheid opleveren op grond waarvan geoordeeld moet worden dat sprake is van vooringenomenheid dan wel de gerechtvaardigde vrees daarvoor.
- Het verzoek wordt afgewezen. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. B. Nell, griffier. w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Nell voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2015 597.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.