(1999)(hierna: de Handleiding) gehanteerd. Uit de Handleiding volgt dat in geval van geluid met een tonaal karakter op het gemeten of berekende langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau vanwege de gehele inrichting een toeslag van 5 dB in rekening moet worden gebracht. Als criterium geldt dat het tonale karakter van het geluid duidelijk hoorbaar is op het beoordelingspunt. 9.
- Toepassing van een straffactor van 5 dB wegens het tonale karakter van het geluid van ventilatoren of verdampingskoelers, kan leiden tot overschrijding van de bij het bestreden besluit gestelde geluidgrenswaarden. Het stellen van voorschriften die niet kunnen worden nageleefd is in strijd met de Wet milieubeheer. Anders dan het college ter zitting heeft verondersteld, is de eventuele tonaliteit van het geluid derhalve niet een aspect dat enkel in het kader van de handhaving van de vergunning aan de orde kan worden gesteld. 9.
- Het college stelt zich blijkens het bestreden besluit op het standpunt dat voor een toeslag voor tonaal geluid geen aanleiding bestaat, aangezien het geluidrapport er niet vanuit gaat dat het geluid ter plaatse van de woning aan de [locatie 2] een tonaal karakter heeft. 9.
- De in het geluidrapport gehanteerde geluidbronvermogens zijn gebaseerd op emissiemetingen. In het rapport is niet vermeld of het geluid van die bronnen een tonaal karakter heeft. De geluidbelasting op de beoordelingspunten is vervolgens berekend, niet gemeten. Nu het geluidrapport aldus niet op tonaliteit van geluid ingaat, kan daaraan niet zonder meer worden ontleend dat installaties in de inrichting geen tonaal geluid veroorzaken. Niet gebleken is dat het college zich tot de opsteller van het geluidrapport heeft gewend om zich hierover nader te laten informeren. Gelet op de Handleiding, waarin brommende installaties als bronnen van tonaal geluid zijn vermeld, kan voorts niet op voorhand worden uitgesloten dat het geluid van de ventilatoren of verdampingskoelers tonaal van karakter is. Onder deze omstandigheden heeft het college uit een oogpunt van zorgvuldige voorbereiding van het besluit niet kunnen volstaan met verwijzing naar het geluidrapport. Naar aanleiding van de door [appellante] naar voren gebrachte zienswijze, waarin zij stelde dat ter plaatse van de [locatie 2] tonaal geluid van ventilatoren waarneembaar is, lag het op de weg van het college om nader te onderzoeken of aanleiding bestaat voor toepassing van de toeslag van 5 dB. Nu het dat heeft nagelaten, is onduidelijk of de ter plaatse van de woning [locatie 2] gestelde geluidgrenswaarden kunnen worden nageleefd. 9.
- Het betoog slaagt. Bestuurlijke lus
- Gelet op hetgeen onder 9.4 is overwogen, is het besluit van 2 april 2015, voor zover het de in vergunningvoorschriften 5.1 en 5.2 gestelde geluidgrenswaarden ter plaatse van [locatie 2] betreft, genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Met het oog op een spoedige beëindiging van het geschil zal de Afdeling het college op de voet van artikel 8:51d van de Awb opdragen het gebrek in het bestreden besluit binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak te herstellen. Het college dient daartoe alsnog te onderzoeken of de inrichting ter plaatse van [locatie 2] geluid met een tonaal karakter veroorzaakt en zo nodig over te gaan tot wijziging van het besluit van 2 april 2015 dan wel in plaats daarvan een ander besluit te nemen. Indien een wijzigingsbesluit of een nieuw besluit wordt genomen, behoeft daarbij geen toepassing te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Awb. Een wijzigingsbesluit of een nieuw besluit dient op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te worden gemaakt en medegedeeld.
- In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: draagt het college van burgemeester en wethouders van De Marne op om binnen 12 weken na de verzending van deze tussenuitspraak: - met inachtneming van hetgeen in rechtsoverweging 10 is overwogen het gebrek in het besluit van 2 april 2015 te herstellen; - de uitkomst aan de Afdeling en partijen mede te delen; - een wijzigingsbesluit of een nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, voorzitter, en mr. D.J.C. van den Broek en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, griffier. w.g. Kranenburg w.g. Visser voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2015 148.