201505136/2/R3 en 201505139/2/R
- Datum uitspraak: 14 september 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in de gedingen tussen: [appellant A en appellante B], beiden wonend te Haps, gemeente Cuijk (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), en de raad van de gemeente Cuijk, verweerder. Procesverloop Bij besluiten van 20 april 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijvenpark Laarakker Zuid" en het bestemmingsplan "Geluidzone Bedrijvenpark Laarakker Zuid" vastgesteld. Tegen deze besluiten heeft [appellant] beroep ingesteld. [appellant] heeft de voorzieningenrechter verzocht om voor beide besluiten een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 4 september 2015, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. W. Krijger en ing. R.E.S.S. Vliex, werkzaam bij Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing, en de raad, vertegenwoordigd door mr. P.P.A. Bodden, advocaat te Nijmegen, A. Hozee, werkzaam bij de gemeente, en ir. K. Mensinga, werkzaam bij Antea Group, zijn verschenen. Overwegingen
- Het bestemmingsplan "Bedrijvenpark Laarakker Zuid" voorziet in de ontwikkeling van een gezoneerd industrieterrein ten zuiden van de Oeffeltseweg in Haps. In het bestemmingsplan "Geluidzone Bedrijvenpark Laarakker Zuid" is de geluidzone rondom het industrieterrein vastgesteld.
- [appellant] komt op tegen het beide plannen en heeft, teneinde onomkeerbare gevolgen te voorkomen, verzocht voorlopige voorzieningen te treffen.
- De raad heeft ter zitting toegelicht dat alle percelen van het bedrijvenpark nog in eigendom van de gemeente zijn. Er zijn nog geen kavels verkocht en geleverd en er zijn ook geen aanvragen om een omgevingsvergunning ingediend. Er bestaat geen reden om aan te nemen dat binnen afzienbare tijd een aanvraag om een omgevingsvergunning zal worden ingediend. De vertegenwoordiger van de gemeente heeft ter zitting toegezegd dat zodra er een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt gedaan [appellant] hierover zal worden ingelicht. Voorts heeft hij toegezegd dat indien [appellant] op dat moment een verzoek om een voorlopige voorziening indient de uitspraak van de voorzieningenrechter zal worden afgewacht, alvorens een besluit op de aanvraag om een omgevingsvergunning zal worden genomen. Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat met de verzoeken in zoverre geen spoedeisend belang is gemoeid. Ook anderszins is de voorzitter niet gebleken van een spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
- Gelet op het vorenstaande bestaat aanleiding de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst de verzoeken af. Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.J.R.R. Brock, griffier. w.g. Hagen w.g. Brock voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 14 september 2015 603.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.