201502821/1/A2. Datum uitspraak: 4 november 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellanten], wonend te Heiloo, (hierna samen aangeduid als: [appellant]) tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 26 februari 2015 in zaak nr. 13/1786 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Heiloo. Procesverloop Bij besluit van 14 januari 2013 heeft het college een verzoek van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. Bij besluit van 6 september 2013 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 26 februari 2015 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 oktober 2015, waar [appellant], bijgestaan door mr. I.F.M. Kwint, rechtsbijstandverlener bij ARAG, vergezeld van mr. T.A.P. Langhout, en het college, vertegenwoordigd door L. Bas, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Overwegingen 1. [appellant] is eigenaar van een woning aan de [locatie A] in Heiloo. Op twee naastgelegen percelen zijn twee geschakelde woningen gebouwd. Het college heeft op 1 november 2011 een omgevingsvergunning verleend aan [persoon A], initiatiefnemer van de bouw van de woningen. De komst van de twee woningen leidt volgens [appellant] tot een ernstige beperking van het woongenot, de privacy, het vrije uitzicht en de rust. Daarnaast nemen schaduwwerking en geluidsoverlast substantieel toe, aldus [appellant]. Dit heeft volgens [appellant] een waardedaling van zijn woning tot gevolg. Om die reden heeft [appellant] een verzoek om een tegemoetkoming in planschade ingediend. Haute Equipe 2. Het college heeft Haute Equipe als deskundige ingeschakeld. De deskundige heeft vastgesteld dat de bebouwingshoogte en -massa op de naastgelegen percelen zijn toegenomen. Het bestemmingsplan stond bouwwerken, geen gebouwen, toe van maximaal 1 meter hoog, terwijl de omgevingsvergunning het mogelijk maakt om twee woningen te bouwen van 9 meter hoog. De afname van het uitzicht en de veronderstelde geluidsreflectie tegen de nieuwe woningen leveren volgens Haute Equipe geen planologisch nadeel op. Relevant planologisch nadeel is er wel door een toename van de schaduw op delen van de gronden van [appellant]. Door de verandering van de bestemming tuin naar woningen is er ook een gering planologisch nadeel, omdat het woongenot door het permanentere en intensievere gebruik verdergaand wordt aangetast. Haute Equipe heeft de schade vastgesteld op € 11.000,00. Omdat de planologische wijziging geheel in de lijn van de verwachtingen lag en de schade relatief licht is, valt de schade binnen het normaal maatschappelijk risico. De schade moet daarom, gelet op artikel 6.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro), voor rekening van [appellant] blijven, aldus Haute Equipe. Besluitvorming 3. Het college heeft het advies van Haute Equipe overgenomen en het verzoek van [appellant] afgewezen. [appellant] heeft in bezwaar een contra-expertise van Langhout en Wiarda overgelegd. Naar aanleiding hiervan heeft het college Haute Equipe om een reactie gevraagd. In zijn reactie is Haute Equipe bij de conclusies van zijn advies gebleven, waarna het college het bezwaar van [appellant], mede onder verwijzing naar een advies van de bezwaarschriftencommissie, ongegrond heeft verklaard. Hoger beroep van [appellant] 4. [appellant] kan zich op een aantal punten niet verenigen met de ongegrondverklaring van zijn beroep tegen het besluit van 6 september 2013 en wijst daarbij op een reactie van Langhout en Wiarda. De eerste grond betreft de aantasting van de vrije ligging en het verlies aan zijuitzicht door de komst van de woningen. De tweede grond gaat over de interpretatie door de rechtbank van het advies van Haute Equipe over een toename van de schaduw. De derde grond betreft de hoogte van de planschade. De vierde en laatste grond ziet op de vraag of de schade onder het normaal maatschappelijk risico valt en daarom geheel voor rekening van [appellant] moet blijven. 5. Als het bestuursorgaan een deskundige inschakelt en zijn besluitvorming op de bevindingen van de deskundige baseert, moet de bestuursrechter toetsen of het bestuursorgaan zich ervan verzekerd heeft dat de deskundige een zorgvuldig en onafhankelijk onderzoek naar de feiten heeft uitgevoerd en of zijn bevindingen inzichtelijk en concludent zijn. Een partij kan de bevindingen van de deskundige weerleggen door een contra-expertise in te brengen. In dat geval wordt getoetst of de contra-expertise aanleiding geeft voor het oordeel dat het bestuursorgaan de bevindingen van de deskundige niet aan zijn besluitvorming ten grondslag mocht leggen, omdat - bijvoorbeeld - de deskundige van onjuiste feiten is uitgegaan of de feiten verkeerd heeft gewogen en daaraan onjuiste conclusies heeft verbonden. Ligging en zijuitzicht 6. [appellant] betoogt dat de rechtbank hem ten onrechte niet heeft gevolgd in zijn stelling dat Haute Equipe de aantasting van de vrije ligging en het verlies aan zijuitzicht bij de planvergelijking had moeten betrekken. 6.1. De bevinding dat het verminderde zijuitzicht geen planologisch nadeel oplevert, heeft Haute Equipe gemotiveerd door te stellen dat de afstand tussen de woning van [appellant] en de al langer bestaande woning aan de [locatie B] tot de perceelgrens minder dan 25 meter is. Het uitzicht over die afstand op de tussengelegen gronden met lage bouwwerken en een erfafscheiding is geen relevante waardebepalende factor voor het perceel van [appellant], aldus Haute Equipe. 6.2. Het college heeft op de zitting onweersproken toegelicht dat de woning van [appellant] in een strook met lintbebouwing is gelegen, alle woningen dicht op elkaar staan en de twee geschakelde woningen op de naastgelegen percelen een logische afronding van het lint zijn. Dit samengenomen met de niet bestreden constatering van Haute Equipe dat het zijuitzicht hooguit 25 meter was en het uitzicht al kon worden beperkt, maakt de bevinding van Haute Equipe dat aan de aantasting van de vrije ligging en het verlies aan zijuitzicht geen relevante waardebepalende betekenis toekomt, voldoende inzichtelijk. De andersluidende visie van Langhout en Wiarda tast de feitelijke grondslag van de bevinding van Haute Equipe niet aan en doet hieraan dus geen afbreuk. Toename schaduw 7. [appellant] betoogt dat de rechtbank het advies en de reactie van Haute Equipe van 14 juni 2013 onjuist heeft geïnterpreteerd, door te overwegen dat Haute Equipe ervan is uitgegaan dat de verandering in de bezonningsmogelijkheden geen planologisch nadeel oplevert. 7.1. Zoals Haute Equipe in de nadere reactie van 29 mei 2015 heeft opgemerkt, bestaat er tussen hem en Langhout en Wiarda geen verschil van mening over dat de bezonningssituatie wezenlijk is verslechterd en dat [appellant] hiervan planologisch nadeel ondervindt. Gelet hierop is de overweging van de rechtbank onjuist en slaagt het betoog van [appellant]. Dit leidt evenwel niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak, gelet op hetgeen hierna wordt overwogen. Hoogte planschade 8. [appellant] is het niet eens met de overweging van de rechtbank dat het college in de enkele stelling van [appellant] dat Haute Equipe het planologisch nadeel ten onrechte als gering heeft gekwalificeerd, geen aanleiding heeft hoeven zien om zich niet op het advies van Haute Equipe te baseren. 8.1. Tussen Haute Equipe en Langhout en Wiarda is verschil van mening over welke planschade [appellant] precies heeft geleden door de nadelige planologische wijziging. De deskundigen zijn uitgegaan van een waarde van de woning op de peildatum van € 385.000,00. Haute Equipe waardeert de woning na de peildatum op € 374.000,00 (schade: € 11.000,00), terwijl Langhout en Wiarda die waarde op € 355.000,00 hebben vastgesteld (schade: € 30.000,00). 8.2. [appellant] betoogt terecht dat de rechtbank de vaststelling van de schade door Langhout en Wiarda ten onrechte aan de kant heeft geschoven met de enkele overweging dat Langhout en Wiarda geen onderbouwing hebben gegeven. Deze onderbouwing blijkt immers uit de uiteenzetting van Langhout en Wiarda van de zwaarte van de verschillende planologische nadelen. In de onderscheiden taxaties van de waarde van de woning na de peildatum zit bovendien een verschil van € 19.000,00. In dat geval ligt het op de weg van de door het college ingeschakelde deskundige om een toelichting te geven op zijn planschadeadvies. De rechtbank had dus acht moeten slaan op de reactie van Haute Equipe van 14 juni 2013 en, gelet op hetgeen onder 5 is overwogen, moeten toetsen of het college de bevindingen van Haute Equipe aan zijn besluitvorming ten grondslag mocht leggen. De Afdeling zal dit alsnog doen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.