201409306/1/V
- Datum uitspraak: 4 februari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 19 november 2014 in zaak nr. 14/25353 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 7 november 2014 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 19 november 2014 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en de vreemdeling schadevergoeding toegekend. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht. De vreemdeling heeft een verweerschrift ingediend. De staatssecretaris heeft desgevraagd nadere stukken ingediend waarop de vreemdeling desgevraagd heeft gereageerd. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen
- De in de enige grief opgeworpen rechtsvraag heeft de Afdeling bij uitspraak van 3 februari 2015 in zaak nr. 201409344/1/V3 beantwoord. Uit de overwegingen 2.
- en 2.
- van die uitspraak volgt dat de grief slaagt.
- Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het besluit van 7 november 2014 toetsen in het licht van de daartegen in eerste aanleg voorgedragen beroepsgronden, voor zover daarop nog moet worden beslist.
- De vreemdeling heeft in beroep betoogd dat de staatssecretaris niet zorgvuldig heeft gehandeld, omdat hij pas laat op de avond in bewaring is gesteld en geen rekening is gehouden met zijn psychische problemen. Dit betoog faalt reeds nu de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de door hem gestelde psychische problemen eraan in de weg stonden dat hij om 22:20 uur in bewaring werd gesteld. Evenmin heeft de vreemdeling aannemelijk gemaakt dat hij wegens deze psychische problemen niet in bewaring kon worden gesteld.
- Het beroep van de vreemdeling dient alsnog ongegrond te worden verklaard. Er is geen grond voor schadevergoeding.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 19 november 2014 in zaak nr. 14/25353; III. verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond; IV. wijst het verzoek om schadevergoeding af. Aldus vastgesteld door mr. A.B.M. Hent, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. den Dulk, griffier. w.g. Hent w.g. Den Dulk lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2015 565-644.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.