(1996)toegepast. Daarin wordt aanbevolen om als maximaal toelaatbare geluidsbelasting voor de gevels van de betrokken woningen - als etmaalwaarde - een voorkeursgrenswaarde van LAeq 50 dB(A), en een maximale grenswaarde van LAeq 65 dB(A), te hanteren. Berekend is een maximale geluidsbelasting van 48 dB(A), zodat hieraan wordt voldaan. 16.
- Voor zover [appellant sub 3] en anderen en [appellant sub 4] betogen dat het plangebied in een landelijke omgeving ligt overweegt de Afdeling dat het type omgeving bepalend is voor de toepasselijke norm uit de handreiking. Vanwege de ligging langs de Hoeverweg, de provinciale weg N512, heeft de raad echter in redelijkheid kunnen uitgegaan van het type 'Rustige woonwijk, weinig verkeer' in plaats van het type 'Landelijke omgeving'. Het betoog faalt. 16.
- [appellant sub 3] en anderen en [appellant sub 4] hebben voor het overige geen redenen aangevoerd waarom de raad zich niet heeft kunnen baseren op de uitkomsten van het akoestisch onderzoek. Nu ook qua gecumuleerde geluidsbelasting voldaan is aan de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat vanuit akoestisch oogpunt ter plaatse van de bestaande woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast wordt - ook qua gecumuleerde geluidsbelasting - aan de strengere richtwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau uit de handreiking voldaan. Verder wordt de aanbevolen richtwaarde voor piekgeluiden uit de handreiking enigszins overschreden, maar gelet op het karakter van deze waarde, de beperktheid van de overschrijding ervan, het anderszins aanvaardbare woon- en leefklimaat, en de met het plan gediende belangen heeft de raad in zoverre evenwel van de handreiking kunnen afwijken. Het betoog faalt.
- [appellant sub 4] betoogt dat de Krommedijk en omliggende wegen onvoldoende capaciteit hebben om de extra verkeersbelasting als gevolg van het plan te verwerken. Volgens hem zijn de verkeersintensiteiten onderschat. 17.
- In de plantoelichting staat dat het plangebied via het zuidelijke deel van de Krommedijk zal worden ontsloten op de Hoeverweg (de provinciale weg N512). Voor 2022 is een verkeersintensiteit op het zuidelijke deel van de Krommedijk van 1.548 mvt/etmaal berekend, waarvan 92 mvt/etmaal als gevolg van de activiteiten in het plangebied. Het zuidelijk deel van de Krommedijk bestaat uit een 3,8 m brede asfaltverharding. Inclusief half verharde stroken van 0,5 m breed aan weerszijden van de weg en een uitwijkstrook is de wegbreedte meer dan 5 m. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat de verkeersbelasting in het drukste uur 10 procent van de etmaalbelasting bedraagt. Dat zijn 150 mvt/uur. Gelet hierop is de capaciteit van de Krommedijk van 650 mvt/uur ruim voldoende. Voorts is in de plantoelichting vermeld dat het kruispunt tussen de Krommedijk en de Hoeverweg inmiddels is gereconstrueerd. Met een verhouding van 0,42 is de capaciteit van het kruispunt ruim ten opzichte van de verkeersintensiteit. Verder is de verkeersintensiteit op de Hoeverweg het hoogst ten oosten van de Krommedijk. Voor 2022 is ter plaatse een verkeersintensiteit van 13.890 mvt/etmaal berekend, waarvan 46 mvt/etmaal als gevolg van de activiteiten in het plangebied. Voorts is een verkeersveilige oversteek voor fietsverkeer gerealiseerd. 17.
- [appellant sub 4] heeft zijn betoog dat de verkeersintensiteiten in de plantoelichting zijn onderschat niet nader onderbouwd. Niet gebleken is dat de Krommedijk en het kruispunt niet geschikt zijn voor de daarvoor berekende verkeersintensiteit. Voorts neemt de verkeersintensiteit op de Hoeverweg als gevolg van het plan niet significant toe. Het betoog faalt.
- Voor zover [appellant sub 4] vreest dat het plan leidt tot sluipverkeer overweegt de Afdeling dat de aansluiting van de Krommedijk op de Hoeverweg er al ligt. Niet valt in te zien dat het toevoegen van een nieuwe functie aan de Hoeverweg leidt tot sluipverkeer. Voor zover [appellant sub 4] doelt op de onlangs uitgevoerde reconstructie van het kruispunt overweegt de Afdeling dat die reconstructie geen regeling heeft gevonden in het voorliggende plan. Het betoog faalt.
- [appellant sub 3] en anderen richten zich tegen de noordelijke ontsluiting nabij hun woning. Volgens hen is ten onrechte niet gekozen voor een alternatieve ontsluiting dichtbij bij de Hoeverweg (hierna: de zuidelijke ontsluiting) 19.
- De raad heeft om verschillende redenen gekozen voor de noordelijke ontsluiting. De door [appellant sub 3] en anderen voorgestane zuidelijke ontsluiting ligt zodanig dichtbij de Hoeverweg dat dit kan leiden tot verkeersgevaarlijke situaties bij afslaand verkeer vanaf de Hoeverweg. Voorts zou de zuidelijke ontsluiting de gewenste groene buitenrand van het terrein doorsnijden. Daarnaast is de noordelijke ontsluiting een bestaande weg die naar de gronden van beide bedrijven leidt. De zuidelijke ontsluiting zou de gronden van [belanghebbende A] doorsnijden. Voorts zou de zuidelijke ontsluiting de eventueel door [appellant sub 3] en anderen te ondervinden overlast verplaatsen naar de woning die langs die route ligt. Bovendien biedt de noordelijke ontsluiting het voordeel dat vanuit de daaraan gelegen bedrijfswoning toezicht kan worden gehouden op de toegangsweg naar de bedrijven. Gelet op het vorenstaande bestaat in hetgeen [appellant sub 3] en anderen hebben aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid heeft kunnen kiezen voor de noordelijke ontsluiting. Het betoog faalt.
- [appellant sub 3] en anderen hebben zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze en de inspraakreactie. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze, die inhoudelijk gezien overeenstemt met de inspraakreactie. [appellant sub 3] en anderen hebben in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn. Het betoog faalt.
- Gelet op het voorgaande zijn de beroepen van [appellant sub 3] en anderen en [appellant sub 4] ongegrond. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] niet-ontvankelijk; II. verklaart de beroepen van [appellant sub 3] en anderen en [appellant sub 4] ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzitter, en mr. F.C.M.A. Michiels en mr. B.P.M. van Ravels, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.S.S. Hupkes, griffier. w.g. Hoekstra w.g. Hupkes voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2016 635.