(18). Dit leidt ten opzichte van het Lvb 2004 tot een toename van de te verwachten geluidbelasting van iets minder dan 2,5 Lden. 4.
- In de hiervoor genoemde uitspraak van 19 februari 2014 heeft de Afdeling onder meer geoordeeld dat de besliscommissie zich op het standpunt heeft mogen stellen dat een waardevermindering van 5% van een woning als gevolg van de inwerkingtreding van het Lvb 2008 en de wijziging van uitvliegroutes bij een van de vijf start- en landingsbanen, behoort tot het normale maatschappelijk risico van een omwonende van een start- en landingsbaan. De Afdeling ziet geen aanleiding om thans anders te oordelen. Bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van de drempel van 5% geldt als uitgangspunt dat bewoners van huizen binnen de invloedsfeer van Schiphol rekening dienen te houden met de mogelijkheid van een toename van geluidbelasting die samenhangt met de groei van de luchthaven, ook al bestaat geen zicht op de omvang en vorm waarin, de plaats waar en het moment waarop deze ontwikkelingen zich zullen concretiseren en de omvang van het nadeel dat daar mogelijkerwijs uit zal voortvloeien. De woning van [appellant] lag zowel ten tijde van de aankoop als thans op ongeveer 3200 meter van de dichtstbijzijnde start- en landingsbaan, de Zwanenburgbaan. Deze ligging in de invloedsfeer van Schiphol en in de nabijheid van een start- en landingsbaan, brengt risico’s mee. Rekening moet worden gehouden met wijzigingen in de regulering van het gebruik van de luchthaven die zullen leiden tot wijzigingen in de toegestane geluidbelasting op woningen. Artikel 8.17, zevende lid, van de Wet luchtvaart gaat uit van elkaar opvolgende Lvb’s. Het Lvb 2008 kan als vervolgbesluit van het Lvb 2003, zoals gecorrigeerd door het Lvb 2004, in beginsel worden beschouwd als een min of meer voorspelbare en uit het normale gebruik van Schiphol voortvloeiende ontwikkeling. Een dergelijke ontwikkeling zal de ene keer voor de ene groep van omwonenden voordeel of nadeel teweegbrengen en de andere keer voor een andere groep omwonenden. Daarbij is in dit geval van belang dat het bij het Lvb 2008 niet gaat om een drastische en niet te verwachten wijziging van het gebruikersregime van de banen van Schiphol en evenmin om een fysieke uitbreiding van de luchthaven Schiphol. Ook gaat het Lvb 2008 niet gepaard met nieuwe beperkingen in het gebruik van de omgeving van de luchthaven, zoals bouwbeperkingen aan woningen. De enkele omstandigheid dat het Lvb 2008 leidt tot een verslechtering van de akoestische situatie ter plaatse van de woning van een omwonende, kan niet worden aangemerkt als een omstandigheid die niet in de lijn der verwachtingen ligt. 4.
- De adviescommissie heeft de schade van [appellant] als gevolg van de inwerkingtreding van het Lvb 2008 begroot op 5% van de waarde van zijn woning, te weten € 27.150,
- [appellant] heeft geen gronden aangevoerd inhoudende dat de adviescommissie van onjuiste bedragen is uitgegaan. De besliscommissie mocht de in het advies genoemde bedragen daarom voor juist houden. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de schade als gevolg van de inwerkingtreding van het Lvb 2008 geheel tot het normale maatschappelijk risico van [appellant] behoort. 4.
- Het betoog faalt. Conclusie
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, voorzitter, en mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, griffier. w.g. Van Buuren w.g. Lodder voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2016 17.