201507573/4/A
- Datum beslissing: 21 juni 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van: [verzoeker], wonend te [woonplaats], om toepassing van artikel 8:15 van de Awb. Procesverloop Bij brief van 17 juni 2016, ingekomen bij de Raad van State op 18 juni 2016, heeft [verzoeker] een verzoek om wraking ingediend. Dit verzoek wordt geacht betrekking te hebben op mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen (hierna: de staatsraad), als voorzitter van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 201507573/1/A1 (hierna: de zaak). De staatsraad heeft niet in de wraking berust en heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord. De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op 21 juni 2016 ter openbare zitting behandeld, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door [gemachtigde], is gehoord. Beslissing Bij mondelinge beslissing van 21 juni 2016 heeft de Afdeling het verzoek om toepassing van artikel 8:15 van de Awb afgewezen. Daartoe heeft zij het volgende overwogen. Overweging
- Ingevolge artikel 8:15 van de Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
- [verzoeker] heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat de schijn van partijdigheid is gewekt, omdat bij de vaststelling van de datum van behandeling van de zaak ter zitting geen rekening is gehouden met de door haar opgegeven verhinderdata en haar verzoek om uitstel van de zitting is afgewezen. [verzoeker] wijst er hierbij verder op dat aan het verzoek van de wederpartij om de zitting nog voor de zomer plaats te laten vinden, wel gehoor is gegeven. 2.
- De afwijzende beslissing van de staatsraad op het verzoek van [verzoeker] om uitstel van de behandeling van de zaak op de zitting van 21 juni 2016 betreft een processuele beslissing, die behoort tot de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid van de staatsraad, in haar hoedanigheid van voorzitter van de zittingskamer. Een dergelijke processuele beslissing staat als zodanig in een wrakingsprocedure niet ter beoordeling en kan slechts leiden tot inwilliging van het wrakingsverzoek, indien deze beslissing op zichzelf dan wel in samenhang met andere beslissingen bezien, een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat daaruit blijkt van vooringenomenheid van de staatsraad die de beslissing heeft genomen. Daarvan is in dit geval niet gebleken.
- Gelet op het vorenstaande bestaat in dit geval geen grond voor het aannemen van een objectief gerechtvaardigde vrees voor (schijn van) partijdigheid van de staatsraad. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Aldus uitgesproken in het openbaar door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. J.J. van Eck, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.V.T.K. Oei, griffier. w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Oei voorzitter griffier 670.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.