(2011)", "Uitvoeringsprogramma zuidelijke binnenstad (september 2014)", "Projectbeschrijving zuidelijke binnenstad (oktober 2014)" en "de Arnhemse Binnenstad 2015 (maart 2015)". In deze beleidsdocumenten wordt het verbinden van de binnenstad en het stationsgebied met de Rijn als de belangrijkste opgave beschouwd. Het plangebied vormt een verbindende schakel tussen de historische binnenstad en de zuidelijke binnenstad. Met de voorgenomen bebouwing wordt volgens de raad de overmaat aan openbare ruimte aan de voet van de Eusebiuskerk verkleind en aansluiting gezocht bij de menselijke maat en schaal van de historische binnenstad. De positie van het bouwblok is bepaald op basis van het uitgangspunt om met een heldere hoofdstructuur van straten en pleinen die aansluiten bij het oorspronkelijke stratenpatroon een basis te leggen voor vernieuwing en verbinding. De Eusebiuskerk zal door het realiseren van het plan in visueel opzicht beter tot zijn recht komen. Met de bebouwing wordt het zogeheten winkelrondje Bakkerstraat-Koningstraat afgerond. De kritische kanttekeningen in het advies van het kwaliteitsteam van de Binnenstad Zuid zijn bij de besluitvorming betrokken. 11.
- De Afdeling overweegt dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de bebouwing die het plan op het Kerkplein mogelijk maakt uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is. De raad heeft inzichtelijk gemaakt dat bebouwing van het Kerkplein zoals in het plan voorzien past binnen de ontwikkelingsvisie voor het gebied, waarmee in zoverre wordt aangesloten bij de historische situatie ter plaatse. Daarbij zijn ook de zichtlijnen op de Eusebiuskerk in ogenschouw genomen, ook vanuit de Broerenstraat en de Turfstraat. Dat andere visies op de binnenstad mogelijk zijn, leidt op zichzelf niet tot een ander oordeel. Op grond van hetgeen de Vereniging heeft aangevoerd, acht de Afdeling niet aannemelijk dat bij de voorbereiding onvoldoende acht is geslagen op voormeld advies van het kwaliteitsteam. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de overgelegde visie van Van Dort niet ervan uitgaat dat het onwenselijk is om het Kerkplein te bebouwen, maar slechts kanttekeningen vermeld bij de keuze om deze bebouwing te realiseren voordat andere "open gaten" zijn volgebouwd en een nadere analyse bepleit van de waarde en de betekenis van de kenmerken van de wederopbouw. Bovendien ziet de Afdeling niet dat de raad niet mocht uitgaan van het ruimtelijke kader voor de integrale gebiedsontwikkeling dat in 2004 is vastgelegd in het masterplan Rijnboog. De betogen falen. Schaduwwerking
- IJssalon en Espressobar betogen dat het plan tot een onaanvaardbare schaduwwerking leidt bij hun panden aan de Broerenstraat. Een verblijf op hun terrassen wordt daardoor minder aantrekkelijk. Deze terrassen zullen volgens hen een groot gedeelte van de dag in de schaduw komen te liggen. 12.
- In de plantoelichting staat dat de bezonningsstudie aantoont wat de verschillen zullen zijn tussen de bestaande en de toekomstige situatie. Een algemene conclusie uit de bezonningsstudie is dat het toevoegen van het bouwblok op het Kerkplein negatieve gevolgen heeft op de bezonning van de bestaande woningen en winkels aan de noordkant van het Kerkplein. Deze gevolgen bestaan vooral uit meer schaduw vanaf de start van de herfst tot het begin van de lente. Gelet op de mate van afname van bezonning en de locatie (binnenstedelijk) wordt deze afname acceptabel geacht. 12.
- De Afdeling stelt vast dat in het door IJssalon en Espressobar overgelegde e-mailbericht van Gitsels Vastgoed de uitkomsten van de bezonningsstudie niet worden betwist. Uit de bezonningsstudie volgt niet dat de terrassen een groot deel van de dag in de schaduw zullen liggen. De gevolgen van het benutten van de maximale bouwmogelijkheden betreffen met name de periode van de herfst en de winter, waarin de zon laag staat, en niet de lente en de zomer waarin doorgaans het meest gebruik wordt gemaakt van een terras. Voor zover het realiseren van het plan ertoe zal leiden dat er op de terrassen meer schaduw zal zijn, is van belang dat deze terrassen zijn gelegen in een binnenstedelijke omgeving, waarin schaduwwerking als gevolg van de hoogte van de bebouwing en de onderlinge afstand van gebouwen niet ongebruikelijk is. Gelet op het vorenstaande is de Afdeling van oordeel dat de raad de vermindering van de bezonning op de terrassen niet onaanvaardbaar heeft hoeven achten. Het betoog faalt. Uitzicht en privacy
- IJssalon en Espressobar betogen dat het plan onevenredig nadelige gevolgen zal hebben voor het uitzicht vanaf hun percelen. Er is niet gegarandeerd dat de gevel van het filmtheater een interessante aanblik zal hebben. Een "overhoekse" blik op de Eusebiuskerk zal voor het winkelend publiek het terras op zichzelf niet aantrekkelijk maken. IJssalon en Espressobar voeren tevens aan dat de privacy op hun terrassen onevenredig wordt aangetast. Dat er al een beperking in zoverre is, door de boven de horecagelegenheden gelegen woningen, betekent volgens hen niet dat een verdere verslechtering door de beugel kan. 13.
- De raad stelt dat juist om tegemoet te komen aan de belangen van IJssalon en Espressobar ter plaatse van de hoek (noord- en oostgevel) de bouwhoogte is gemaximaliseerd op 13 m, zodat het zicht vanaf de terrassen voor een groot deel behouden blijft. 13.
- IJssalon en Espressobar exploiteren horecaondernemingen aan de Broerenstraat, ten noorden van het plangebied. De locatie van IJssalon is op ten minste 12 m van de grens van het bouwvlak gelegen. De locatie van Espressobar op ruim 13 m. Aan de zijde van de Broerenstraat bedraagt de bouwhoogte ingevolge artikel 3, lid 3.2, onder a en b, van de planregels, in samenhang met de aanduidingen op de verbeelding, minimaal 12 m en maximaal 16 m voor de noordwestelijke hoek en maximaal 13 m voor het resterende grootste deel in de richting van de Eusebiuskerk. De Afdeling stelt vast dat geen blijvend recht op vrij uitzicht bestaat. De Afdeling neemt voorts in aanmerking dat de desbetreffende locaties zijn gelegen in een binnenstedelijke omgeving. De Eusebiuskerk blijft in het zichtveld liggen gelet op de positionering van het bouwvlak en de aan de zijde van de Broerenstraat toegestane maximale bouwhoogtes. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat de raad het verlies van uitzicht niet onaanvaardbaar heeft mogen achten. De Afdeling merkt nog op dat bij bezwaren tegen de vormgeving van de gevel van het filmtheater tegen een omgevingsvergunning voor bouwen een rechtsmiddel kan worden aangewend. In de planprocedure kan dit aspect niet aan de orde komen. Voorts ziet de Afdeling niet in dat door hetgeen het plan mogelijk maakt de privacy van klanten op de terrassen wordt aangetast. Het betoog faalt. Milieuaspecten
- [appellant sub 4] betoogt dat de motivering van het plan tekort schiet wat betreft de geluidoverlast op zijn toekomstige woning aan de Turfstraat. [appellant sub 4] wijst in dit verband op de overlast die wordt veroorzaakt door niet zogenaamd "stil asfalt" toe te passen, maar klinkers, alsmede door de hogere intensiteit van motorvoertuigen. Ten opzichte van de huidige situatie leidt dit tot een aanzienlijke geluidtoename op de woningen aan de Turfstraat. Dit geluidniveau neemt ook toe door het toevoegen van busverkeer, door aanpassingen in de hoofdinfrastructuur, en de omstandigheid dat het verkeer, anders dan thans het geval is, in twee richtingen zal gaan rijden. Ook de negatieve gevolgen van fijnstof zijn in het plan onderbelicht gebleven. 14.
- De Afdeling overweegt dat de bezwaren van [appellant sub 4] zich niet richten tegen hetgeen ingevolge artikel 4, lid 4.1, van de planregels de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" ter plaatse van de Turfstraat mogelijk maakt. Zijn vrees voor overlast door geluid en fijnstof heeft betrekking op uitvoeringsaspecten, die in het kader van de planprocedure niet aan de orde kunnen komen. Het betoog faalt. Marktplaatsen
- [appellante sub 5] kan zich niet verenigen met het plan voor zover dat ontwikkelingen mogelijk maakt die in de weg staan aan het houden van een markt op het Kerkplein. In dit verband voert hij aan dat hij recht heeft op een marktplaats die wat betreft de locatie voor klanten van zijn vishandel aantrekkelijk gelegen is. Hij heeft al zeer veel jaren ter plaatse een marktplaats en vreest inkomstenderving als gevolg van de nieuwe locatie voor de markt. 15.
- De Afdeling overweegt dat de raad op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden kan vaststellen. Bebouwing op het Kerkplein is ingegeven door stedenbouwkundige motieven, waarbij versterking van de zuidelijke binnenstad voorop staat. De raad heeft bij de vaststelling van het plan de belangen van de marktkooplieden in de afweging betrokken. Er is door de gemeente ten behoeve van de verplaatsing van de vrijdag- en de zaterdagmarkt flankerend beleid ontwikkeld, waarin er voor elke standplaatshouder een plaats zal zijn op de nieuwe locatie voor de markt. Deze locatie is ook in de nabije omgeving van de Eusebiuskerk gelegen. De Afdeling is van oordeel dat tegen deze achtergrond niet kan worden gezegd dat de raad de belangen van [appellante sub 5] onvoldoende gewicht heeft toegekend. Voorts merkt de Afdeling op dat [appellante sub 5] op grond van artikel 6.1 van de Wro een aanvraag om tegemoetkoming in de planschade kan indienen en zijn eventuele schade in die procedure aan de orde kan stellen. Het betoog faalt. Conclusie
- De beroepen zijn ongegrond. Proceskosten
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart de beroepen ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en mr. N.S.J. Koeman en mr. G. van der Wiel, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, griffier. w.g. Van Diepenbeek w.g. Zwemstra voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2016
- BIJLAGE Besluit ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, tweede lid De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende voorwaarden: a. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte; b. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, en; c. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel b, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld. Planregels bij het bestemmingsplan "Bebouwing Kerkplein" Artikel 3 Centrum 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Centrum" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen, al dan niet in combinatie met een beroep aan huis; b. maatschappelijke en culturele functies; c. dienstverlenende bedrijven; d. detailhandel, niet zijnde volumineuze detailhandel of een supermarkt; e. horeca A, B en C; f. een filmtheater; g. een hostel; h. nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, in- en uitritten, verkeers- en verblijfsvoorzieningen, evenementen, straatmeubilair, groen-, water- en speelvoorzieningen. 3.2 Bouwregels a. Op de in lid 3.1 van dit artikel bedoelde gronden mogen, met inachtneming van de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven maximum hoogte, uitsluitend de in de gegeven bestemming passende hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere binnen de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd; b. Ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m)' geldt voor hoofdgebouwen dat voldaan moet worden aan de aangegeven minimum bouwhoogte voor wat betreft de eerste 5 meter gemeten vanaf de voorgevel (horizontale bouwdiepte); c. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen of een filmtheater kan slechts worden verleend indien aantoonbaar kan worden gemaakt dat ter plaatse van de woningen sprake zal zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. 3.3 Specifieke gebruiksregels a. Maatschappelijke en culturele functies, dienstverlenende bedrijven, detailhandel en Horeca A, B en C zijn uitsluitend op de eerste bouwlaag toegestaan, met dien verstande dat horeca ten behoeve van het filmtheater tevens is toegestaan op de overige bouwlagen; b. Horeca en detailhandel als bedoeld in lid 3.1 onder d en e zijn toegestaan tot en met een maximale gezamenlijke brutovloeroppervlakte van 1.000 m², met dien verstande dat de brutovloeroppervlakte per functie (horeca dan wel detailhandel) niet meer mag bedragen dan 750 m²; c. Een filmtheater is toegestaan tot een maximum van 400 stoelen; d. Een hostel is toegestaan tot een maximum van 80 slaapplaatsen; […] Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied 4.1 Bestemmingsomschrijving De als "Verkeer - Verblijfsgebied" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. (woon)straten, buurtwegen, pleinen en trottoirs met een inrichting hoofdzakelijk gericht op bestemmingsverkeer en verblijfsfuncties; b. parkeervoorzieningen; c. groen- en watervoorzieningen; d. wandelgebieden en speelgelegenheden; e. terrassen; f. evenementen; g. nutsvoorzieningen; h. onderdoorgangen, alsmede toegangen tot ondergrondse voorzieningen ten behoeve van direct aangrenzende bestemmingen.