(36)jaar. De incidentie van psychose op vroege leeftijd is zeer laag (Merry et al., 2000), (Fleischhaker et al., 2005)." Bij brief van 22 november 2013 heeft de staatssecretaris het BMA verzocht zich uit te laten over de brief van 22 mei
- In de daarop uitgebrachte nota van 13 januari 2014 vermeldt het BMA, voor zover thans van belang, het volgende: "Allereerst wil ik aangeven dat conform de KNMG richtlijnen, behandelende artsen geen medische verklaringen mogen afleggen en dus ook niet over het criterium medische nood op de korte termijn. Het betreft hier een persoonlijke visie van deze artsen over de criteria van de IND c.q. overheid. Elke zaak wordt op zijn individuele merites beoordeeld, ook het feit dat het hier om een kind gaat, is meegewogen. Een BOPZ opname, suïcidaliteit en psychose zijn ernstige situaties en dat geldt uiteraard ook voor een medische noodsituatie. Zie antwoord op vraag 1, het standpunt met betrekking tot het ontstaan van een medische noodsituatie blijft gehandhaafd." In de brief van Centrum '45 van 24 juli 2014 vermelden de opstellers onder meer het volgende: "De door BMA gehanteerde criteria voor een medisch-psychiatrische noodsituatie die worden toegepast bij volwassenen, zijn niet zonder meer toepasbaar bij kinderen. Psychiatrische problematiek uit zich bij jonge kinderen anders dan bij volwassenen; pas in de adolescentie gaat psychopathologie meer lijken op dat van volwassenen. De prevalentie van suïcide, suïcidaliteit, psychosen en (gedwongen) opnames is minder bij kinderen en geeft daarmee ten onrechte de suggestie dat er minder vaak sprake is van een medisch-psychiatrische noodsituatie. (…) Het BMA gaat met het toepassen van parameters die gelden voor volwassenen op kinderen, voorbij aan andere factoren die ernstige schade voor de psychische en lichamelijke ontwikkeling van kinderen voor zowel de korte als de lange termijn met zich mee brengen. Sterke, frequente en voortdurende tegenslag bij jonge kinderen, zonder adequate steun van de volwassene vormt een ernstig risico voor de directe ontwikkeling van de kinderen. Stress-reacties bij kinderen worden gebufferd binnen de hechtingsrelaties met volwassenen (Gunnar and Quevedo 2007). Het is bekend dat dit vermogen van ouders tot goed genoeg ouderschap ernstig onder druk komt te staan als zijzelf veel stress ervaren (Fonegy and Batesman 2006). Een medisch psychiatrische noodsituatie kunnen we daarom bij kinderen alleen inschatten in combinatie met het te verwachten vermogen van de ouders om probleemgedrag van hun kind te kunnen opvangen in stressvolle omstandigheden. (…) Het opstellen van passender parameters voor het aangeven van een psychiatrische noodsituatie voor kinderen is van groot belang, waarbij suïcidaliteit, psychose en opname uitgebreid zouden moeten worden met voor kinderen relevante criteria voor zowel de kortere als voor de langere termijn." 6.
- In de brief van 22 mei 2013 wordt niet door de opstellers daarvan geconcludeerd dat de door het BMA gebruikte parameters ter vaststelling van een medische noodsituatie bij kinderen in de leeftijd van vreemdeling 1 zonder meer niet geschikt zijn. Derhalve heeft het BMA daarop niet gemotiveerd hoeven ingaan en bestaat in zoverre geen grond voor het oordeel dat de nota van 13 januari 2014 onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen of niet inzichtelijk is. De brief van Centrum '45 van 24 juli 2014 bevat echter, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 21 juli 2015 in zaak nr. 201500065/1/V3), een gemotiveerd oordeel, met vermelding van de bronnen waarop dit oordeel is gebaseerd, over de bruikbaarheid van de beoordelingscriteria suïcidaliteit en psychose van het BMA ter vaststelling van een medisch-psychiatrische noodsituatie bij kinderen in de leeftijd van vreemdeling
- Dit geldt evenzeer voor het criterium gedwongen opname. De brief bevat aldus een medisch oordeel over de zorgvuldigheid van het door het BMA verrichte onderzoek en de inzichtelijkheid van de conclusie van de door het BMA uitgebrachte adviezen en nota's. Gelet op de inhoud en motivering van voormelde brief van Centrum '45 mocht de staatssecretaris derhalve niet uitgaan van het advies van het BMA van 4 april 2013 en de nadien uitgebrachte nota's zonder deze brief ter nadere reactie aan het BMA voor te leggen. De beroepsgrond slaagt.
- Het beroep is reeds hierom gegrond. In de zaak van vreemdeling 1
- De staatssecretaris dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. In de zaken van de vreemdelingen
- De Afdeling zal de proceskosten in hoger beroep vaststellen. De rechtbank dient omtrent de vergoeding van deze kosten te beslissen. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 15 juni 2015 in zaken nrs. 13/21155, 13/21162, 13/21164 en 13/25963; III. verklaart het door vreemdeling 1 bij de rechtbank in zaak nr. 13/21164 ingestelde beroep gegrond; IV. vernietigt het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 12 augustus 2013, V-nummer [nummer]; V. veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij vreemdeling 1 in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.237,00 (zegge: twaalfhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; VI. wijst zaken nrs. 13/21155, 13/21162 en 13/25963 naar de rechtbank terug; VII. stelt de door de vreemdelingen in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte kosten vast op een bedrag van € 496,00 (zegge: vierhonderdzesennegentig euro), en bepaalt dat de rechtbank beslist omtrent de vergoeding van deze kosten. Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, voorzitter, en mr. A.B.M. Hent en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.J.L. Crombach, griffier. w.g. Parkins-de Vin w.g. Crombach voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2016 689.