(11)" en "archeologisch waardevol terrein". Tussen partijen is niet in geschil dat het bestemmingsplan slechts 11 woningen binnen het bestemmingsvlak met de bestemming "Woondoeleinden" toelaat. Verder dient in beginsel bij de beantwoording van de vraag welke voorbereidingsprocedure van toepassing is, het moment dat de aanvraag wordt ingediend als uitgangspunt te worden genomen. Op het moment dat [appellant] zijn aanvraag voor de bouw van een woning indiende, was reeds door [persoon B] een aanvraag voor de bouw van een woning ingediend. De Afdeling is van oordeel dat de planwetgever bedoeld moet hebben dat voor de vraag welke woning als elfde woning moet worden aangemerkt het moment van indienen van een aanvraag bepalend is. Een andere lezing, zoals door [appellant] wordt voorgestaan en die meer aansluit bij de letterlijke tekst van het planvoorschrift, zou mogelijk leiden tot een willekeurige volgorde van behandeling van binnengekomen aanvragen. De rechtbank heeft in navolging van het college de eerdere aanvraag van [persoon B] terecht als een aanvraag voor een elfde woning beschouwd en de aanvraag van [appellant] als een aanvraag voor een twaalfde woning. Het feit dat [persoon B] overeenkomstig artikel 4:5, eerste lid, van de Awb om nadere gegevens was gevraagd en nog niet vaststond dat de aangevraagde vergunning zou worden verleend, doet daaraan niet af. Dit zou anders kunnen zijn bij een zogenoemde "kale" aanvraag. Dat is hier niet het geval. Het was op voorhand niet uitgesloten dat de door [persoon B] aangevraagde vergunning kon worden verleend. De rechtbank is dan ook terecht tot de conclusie gekomen dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is op de aanvraag van [appellant], zodat niet van rechtswege een omgevingsvergunning is verleend. Het betoog faalt. weigering omgevingsvergunning
- [appellant] heeft wat betreft het besluit van 5 augustus 2015 uitsluitend betoogd dat de rechtbank heeft miskend dat het college niet meer bevoegd was dit besluit te nemen na de verlening van een omgevingsvergunning van rechtswege. Zoals hiervoor is overwogen is niet van rechtswege een omgevingsvergunning verleend. Het betoog faalt. verzoek vaststellen verbeurde dwangsommen
- [appellant] heeft verzocht de verbeurte van de dwangsommen door het college vanaf 29 april 2015 vast te stellen.
- Zoals hiervoor is overwogen is niet van rechtswege een omgevingsvergunning verleend. Het college was dan ook niet gehouden een dergelijke verlening overeenkomstig 4:20c, eerste lid, van de Awb bekend te maken, zodat het college geen dwangsommen op grond van artikel 4:20d, eerste lid, van de Awb heeft verbeurd. Het betoog faalt. conclusie
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. proceskosten
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, voorzitter, en mr. G.M.H. Hoogvliet en mr. B.J. Schueler, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, griffier. w.g. Van Ettekoven w.g. Soede voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2017
- Bijlage Wet algemene bepalingen omgevingsrecht § 3.2 De reguliere voorbereidingsprocedure Artikel 3.9
- Het bevoegd gezag beslist op de aanvraag om een omgevingsvergunning binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. […]
- Het bevoegd gezag kan de in het eerste lid bedoelde termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. […]
- Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is, met uitzondering van de artikel 4:20b, derde lid, en 4:20f, van toepassing op de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag. […] §3.3 De uitgebreide voorbereidingsprocedure artikel 3.10 1 Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op: a. een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, voor zover er strijd is met het bestemmingsplan of een beheersverordening en slechts vergunning kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, of artikel 2.12, tweede lid. Algemene wet bestuursrecht Artikel 4:5
- Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien: a. de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, of b. de aanvraag geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van 2:15 of c. de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen. Artikel 4:17
- Indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven, verbeurt het bestuursorgaan aan de aanvrager een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen. De Algemene termijnenwet is op laatstgenoemde termijn niet van toepassing.
- De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 20 per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 30 per dag en de overige dagen € 40 per dag. Artikel 4:20b
- Indien niet tijdig op de aanvraag tot het geven van een beschikking is beslist, is de gevraagde beschikking van rechtswege gegeven. Artikel 4:20c
- Het bestuursorgaan maakt de beschikking bekend binnen twee weken nadat zij van rechtswege is gegeven. Artikel 4:20d
- Indien het bestuursorgaan de beschikking niet overeenkomstig artikel 4:20c binnen twee weken heeft bekendgemaakt, verbeurt het na een daarop volgende ingebrekestelling door de aanvrager een dwangsom vanaf de dag dat twee weken zijn verstreken sinds die ingebrekestelling. 2.De dwangsom wordt berekend overeenkomstig artikel 4:17, eerste en tweede lid. Bestemmingsplan "Buitengebied" Artikel 1 […]
- bouwvlak een aaneengesloten, op de plankaart begrensde oppervlakte, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. Artikel 3
- De gronden op de kaart aangewezen voor woondoeleinden (W) zijn bestemd voor het wonen en tuinen en daarmee de uitoefening van beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten, […]
- Op deze gronden mogen ten behoeven van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. woningen en aanbouwen. […]
- Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de kaart en de volgende bepalingen: a. het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer dan één bedragen, tenzij anders op de plankaart aangegeven; Artikel 33
- Gronden die in aanmerking zijn of moeten worden genomen bij een te verlenen bouwvergunning mogen niet nog eens bij een nieuwe aanvraag voor het verkrijgen van een bouwvergunning in aanmerking worden genomen.