201605556/1/R3. Datum uitspraak: 5 juli 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen: Dunea N.V., gevestigd te Zoetermeer, appellante, en 1. de raad van de gemeente Lansingerland, 2. de raad van de gemeente Zoetermeer, 3. het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland, verweerders. Procesverloop Bij besluit van 23 mei 2016 heeft de raad van de gemeente Zoetermeer het bestemmingsplan "Vervoersknoop Bleizo" (hierna: plan Zoetermeer) gewijzigd vastgesteld. Bij besluit van 7 juli 2016 heeft de raad van de gemeente Lansingerland het bestemmingsplan "Vervoersknoop Bleizo" (hierna: plan Lansingerland) gewijzigd vastgesteld. Bij besluit van 8 juli 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland (hierna: het college) een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, uitvoeren van een werk of werkzaamheden, aanleggen c.q. veranderen van een weg en het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening verleend. Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekend gemaakt. Tegen deze besluiten heeft Dunea beroep ingesteld. Verweerders hebben een verweerschrift ingediend. Verweerders hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 mei 2017, waar Dunea, vertegenwoordigd door mr. C.L. Klapwijk en mr. A.J.G. Vegt, beiden advocaat te Rotterdam, de raad van Zoetermeer, vertegenwoordigd door drs. ir. B. ter Horst en drs. M.C.H.W. van Aubel, het college en de raad van Lansingerland, vertegenwoordigd door mr. B.V. Hendriks en drs. H. Korenneef, bijgestaan door mr. D.S.P. Roelands-Fransen, advocaat te Den Haag, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. De plannen Zoetermeer en Lansingerland en de omgevingsvergunning voorzien in de ontwikkeling van de "vervoersknoop Bleizo", hetgeen inhoudt dat een NS-station "Bleizo" en een RandstadRail-halte "Bleizo" met bijbehorende voorzieningen en infrastructuur worden gerealiseerd. Dunea is een drinkwaterbedrijf en eigenaar van een rivierwatertransportleiding die in het plangebied van beide plannen ligt. Dunea kan zich niet verenigen met de bestreden besluiten, omdat volgens haar onvoldoende rekening is gehouden met de ligging van de watertransportleiding "BAL-1" (hierna: BAL-1) en het belang van de watervoorziening in de omliggende gebieden. Ontvankelijkheid 2. Ter zitting hebben verweerders zich op het standpunt gesteld dat Dunea geen procesbelang meer heeft, omdat de BAL-1 feitelijk inmiddels deels is vervangen door een stalen leiding. Dunea heeft aangevoerd belang te hebben bij een oordeel over het beroep tegen de bestreden besluiten, aangezien deze besluiten financiële schade veroorzaken. De Afdeling is van oordeel dat in de door Dunea gestelde schade van ongeveer € 4.000.000,00, te weten de kosten die zij heeft gemaakt voor de gedeeltelijke vervanging van BAL-1, een belang is gelegen bij een beoordeling van haar beroep. De Afdeling ziet dan ook geen aanleiding het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Bestuurlijke lus 3. Ingevolge artikel 8:51d van de Awb, voor zover hier van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Leeswijzer 4. Hierna zullen eerst de beroepsgronden tegen de bestemmingsplannen en daarna de beroepsgronden tegen de omgevingsvergunning aan de orde komen. Bestemmingsplannen Toetsingskader 5. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Behoefte 6. Dunea betoogt dat de behoefte aan de vervoersknoop ten onrechte niet is onderzocht en onderbouwd. Hiervoor bestond volgens Dunea te meer aanleiding, nu de ontwikkeling van het bedrijventerrein Bleizo, waaraan de vervoersknoop volgens de plantoelichtingen een bijdrage zou gaan leveren, op losse schroeven staat. 6.1. De raden van Zoetermeer en Lansingerland (hierna: verweerders) stellen zich op het standpunt dat nut en noodzaak van de vervoersknoop voldoende zijn aangetoond door de voordelen die het biedt voor het openbaar vervoer in de regio. Zo treedt een reistijdwinst op voor veel inwoners van de beide gemeenten, worden de vervoersnetwerken van Den Haag, Rotterdam en Zoetermeer met elkaar verbonden, verbetert het openbaar vervoer naar Midden-Holland en kunnen automobilisten makkelijker overstappen op het openbaar vervoer door de aanleg van een P+R met 700 gratis parkeerplekken, hetgeen de A12 ontlast. De ontwikkeling van de vervoersknoop is dan ook een regionale wens die wordt ondersteund door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, aldus verweerders. Voorts biedt de zogenoemde bedieningsovereenkomst met NS de zekerheid dat het station per december 2018 in gebruik wordt genomen als NS-station. Volgens verweerders staat de realisatie van de vervoersknoop los van de ontwikkeling van bedrijventerrein Bleizo. Een nader onderzoek naar de behoefte aan de vervoersknoop is volgens verweerders niet nodig. 6.2. De plannen Lansingerland en Zoetermeer voorzien in NS-station "Bleizo", RandstadRail-halte "Bleizo", voorpleinen aan de noord- en zuidzijde, P&R-voorzieningen, fietsvoorzieningen, een combibrug voor fietsers en voetgangers over de A12 en het hoofdspoor, een bushalte aan de noord- en zuidzijde en toeleidende bus- en autoinfrastructuur. De hiervoor door verweerders genoemde redenen voor de ontwikkeling van de vervoersknoop komen ook aan de orde in de plantoelichting van beide plannen. Zo zijn in paragraaf 4.2 van de toelichtingen de genoemde voordelen van de vervoersknoop voor de reizigers opgesomd. Verder staat in de plantoelichtingen dat vanuit het oostelijk deel van Zoetermeer de vervoersvraag al voldoende is om de vervoersknoop te realiseren. De bedieningsovereenkomst met de NS van 16 april 2014 is als bijlage bij de plantoelichtingen gevoegd. In paragraaf 1.2 van de plantoelichtingen staat verder dat de komst van de vervoersknoop een bijdrage zal gaan leveren aan de omgeving. Een concrete ontwikkeling betreft de gebiedsontwikkeling Bleizo met bedrijven, leisure, kantoren en Greenportfuncties, aldus de plantoelichtingen. Mogelijk worden volgens de plantoelichtingen ook in de andere gebieden rond de vervoersknoop op termijn andersoortige functies toegelaten die passen bij een stationsomgeving. Naar het oordeel van de Afdeling hebben verweerders zich gelet op deze motivering in de plantoelichtingen in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat behoefte bestaat aan de vervoersknoop en dat de plannen kunnen worden uitgevoerd binnen de planperiode van in beginsel tien jaar. Hierbij betrekt de Afdeling dat de gebiedsontwikkeling Bleizo in de plantoelichtingen als voorbeeld is genoemd van een concrete ontwikkeling in de omgeving van de vervoersknoop. Uit de plantoelichtingen blijkt niet dat de ontwikkeling van de vervoersknoop afhankelijk is van de realisatie van de gebiedsontwikkeling Bleizo. Het betoog faalt. Financiële uitvoerbaarheid 7. Dunea betoogt dat de financiële uitvoerbaarheid van de beide plannen niet is gewaarborgd. Een mogelijke oplossing voor BAL-1 zou zijn dat de leiding gedeeltelijk wordt vervangen door staal, maar de kosten daarvan zijn geraamd op € 4.000.000,00. Hoewel in de plantoelichtingen staat dat de kosten die samenhangen met de realisatie van de vervoersknoop, waaronder volgens Dunea de kosten voor vervanging van BAL-1 moeten worden begrepen, voor risico en rekening komen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Gemeenschappelijke Regeling Bleizo, weigeren deze partijen volgens Dunea de kosten voor gedeeltelijke vervanging van de leiding te dragen. Zij willen deze kosten volledig voor rekening van Dunea laten komen. Dunea kan zich met dat standpunt niet verenigen en voert daartoe aan dat zij in elk geval voor het deel van het tracé waar zij een zakelijk recht van opstal op heeft schadeloos moet worden gesteld overeenkomstig de regels van de Onteigeningswet of op basis van minnelijke overeenstemming. Bovendien staat volgens Dunea niet vast dat zij de kosten zal kunnen dragen zonder de waterprijzen in de regio aanzienlijk te verhogen. Dunea voert aan dat zo’n kostendoorberekening aan inwoners van de regio niet redelijk zou zijn, te minder omdat nog maar de vraag is of wel behoefte bestaat aan de vervoersknoop. 7.1. Verweerders bevestigen dat de kosten die samenhangen met de realisatie van de vervoersknoop voor risico en rekening van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Gemeenschappelijke Regeling Bleizo komen. Hiertoe verwijzen zij naar de plantoelichtingen en de Realisatieovereenkomst Vervoersknoop Bleizo van 16 oktober 2014 (hierna: Realisatieovereenkomst). Ook de kosten die gemoeid zijn met de aanpassing van BAL-1 worden volgens verweerders door het projectbudget gedekt. Welk deel van deze kosten voor rekening van het project moeten komen en welk deel voor rekening van Dunea is, is tussen partijen nog in geschil, aldus verweerders. Daarover voeren Dunea en Prorail een civiele procedure. Zelfs als de kosten geheel voor rekening van het project zouden komen, dan volstaat volgens verweerders het projectbudget zoals vastgelegd in de Realisatieovereenkomst. Verweerders stellen zich op het standpunt dat de plannen hoe dan ook financieel uitvoerbaar zijn. 7.2. In het kader van een beroep tegen een bestemmingsplan kan een betoog dat ziet op de uitvoerbaarheid van dat plan, waaronder ook de financiële uitvoerbaarheid is begrepen, slechts leiden tot vernietiging van het bestreden besluit indien en voor zover het aangevoerde leidt tot de conclusie dat de raad op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat het plan niet kan worden uitgevoerd binnen de planperiode van in beginsel tien jaar. 7.3. In de plantoelichtingen van de beide plannen staat dat de kosten die samenhangen met de realisatie van de vervoersknoop voor risico en rekening komen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Gemeenschappelijke Regeling Bleizo. De projectbegroting vervoersknoop Bleizo is volgens de plantoelichtingen vertrouwelijk, omdat deze begroting inzicht geeft in alle kosten en opbrengsten. Op basis van de projectbegroting zijn de plannen financieel uitvoerbaar, aldus de plantoelichtingen. In de plantoelichtingen wordt daarnaast verwezen naar de Realisatieovereenkomst. In artikel 8 van de Realisatieovereenkomst staat dat de kosten en bijdragen van partijen zijn opgenomen in bijlage 1 van de overeenkomst. In artikel 11 staat dat partijen zich inspannen om het project te realiseren binnen de financiële randvoorwaarden zoals opgenomen in bijlage 1. In bijlage 1 is het project begroot op een totaalbedrag van € 122.560.000,00. Ter zitting heeft Dunea gesteld dat op zichzelf niet wordt betwist dat bij deze begroting rekening is gehouden met de eventuele kosten van vervanging van BAL-1. Wat er ook zij van het civielrechtelijke geschil over de vraag wie de kosten voor gedeeltelijke vervanging van BAL-1 moet dragen, is de Afdeling van oordeel dat verweerders gelet op de Realisatieovereenkomst niet op voorhand in redelijkheid hadden moeten inzien dat het plan niet kan worden uitgevoerd binnen de planperiode van in beginsel tien jaar. Dunea heeft met hetgeen zij naar voren heeft gebracht niet aannemelijk gemaakt dat de kosten voor gedeeltelijke vervanging van BAL-1 niet uit de projectbegroting voldaan kunnen worden, als deze geheel voor rekening van (een van) de partijen bij de Realisatieovereenkomst zouden komen. Het betoog faalt. Omgevingsvergunning Strijd met bestemmingsplannen 8. Dunea betoogt dat de omgevingsvergunning in strijd met de plannen Zoetermeer en Lansingerland is verleend. Hiertoe voert Dunea aan dat het tracé van BAL-1 in beide plannen als zodanig is bestemd, maar dat het bouwplan in strijd is met de planregels die gelden voor gronden met deze dubbelbestemming "Leiding-Water", omdat de realisatie van een station is beoogd op onbebouwde grond. Die strijdigheid heeft het college onderkend, aldus Dunea, en het college heeft daarom bij het verlenen van de omgevingsvergunning gebruik willen maken van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid die in beide plannen is opgenomen. Dunea voert aan dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van deze afwijkingsmogelijkheden, omdat het college ten onrechte geen advies heeft ingewonnen bij Dunea en het belang van BAL-1 door de bouwactiviteiten onevenredig wordt geschaad. Dunea heeft het college bij e-mail van 27 januari 2016 bericht dat over BAL-1 nog geen advies kon worden gegeven, omdat men op dat moment nog bezig was om tot een definitieve oplossing, zowel in technisch als financieel opzicht, te komen voor BAL-1. Daaruit heeft het college volgens Dunea ten onrechte afgeleid dat de leidingbelangen niet onevenredig worden geschaad. Volgens Dunea is het college ermee bekend dat de leidingbelangen wel onevenredig worden geschaad door de bouwactiviteiten, omdat de neerwaartse druk van die activiteiten en van de te realiseren bouwwerken zo groot zal zijn dat de BAL-1 dit niet aan zal kunnen en daardoor kan breken. Ter zitting heeft Dunea hieraan toegevoegd dat haar financiële belang in het bestreden besluit ten onrechte buiten beschouwing is gelaten, omdat artikel 3:4 van de Awb ertoe noopt dit belang mee te wegen. Dit geldt volgens Dunea te meer nu de kosten van gedeeltelijke vervanging van BAL-1 ongeveer € 4.000.000,00 bedragen. 8.1. Het college stelt zich op het standpunt dat aan de voorwaarden voor het gebruik maken van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden is voldaan. Aan de voorwaarde van het inwinnen van advies bij Dunea is volgens het college voldaan, nu op 15 januari 2016 is gevraagd om binnen 15 werkdagen te adviseren over de aangevraagde omgevingsvergunning. Dunea heeft op 27 januari 2016 een advies uitgebracht, maar dit advies heeft geen betrekking op de BAL-1, aldus het college. Dat voor BAL-1 geen advies is uitgebracht, stond volgens het college niet in de weg aan het nemen van een besluit. Aan de voorwaarde dat het belang van de leiding door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad is volgens het college ook voldaan, omdat het college kon uitgaan van de technische oplossing om BAL-1 over een lengte van 350 meter te verwijderen en te vervangen door stalen leidingdelen. Het college wijst erop dat Dunea en ProRail eind augustus 2016 overeenstemming hebben bereikt over die oplossing en dat aan Dunea op 19 augustus 2016 een vergunning op grond van de Spoorwegwet is verleend voor het vervangen van BAL-1. Ter zitting is toegelicht dat de vervanging van BAL-1 door stalen leidingdelen inmiddels heeft plaatsgevonden. Voorts wordt volgens het college het belang van de leiding niet onevenredig geschaad, omdat het ter plaatse voorziene perron voor het nieuwe station met een aangepaste funderingsmethode wordt gebouwd. Verder heeft het college dezelfde voorwaarden aan de vergunning verbonden die Dunea in haar advies voor BAL-2 en een 500 mm-leiding had gesteld. Het financiële belang van Dunea is volgens het college in het kader van de omgevingsvergunningverlening niet doorslaggevend geacht, omdat de Spoorwegwet voor dit soort gevallen voorziet in een specifieke nadeelcompensatieregeling en het financiële geschil speelt tussen Dunea en Prorail, aldus het college ter zitting. 8.2. In zowel het plan Zoetermeer als het plan Lansingerland is aan de gronden waar BAL-1 zich bevindt de bestemming "Leiding-Water" toegekend. In de planregels van beide plannen, in artikel 14, lid 14.2 onder b, en artikel 8, lid 8.2, onder b, is bepaald dat: "ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.