201605156/2/A
- Datum beslissing: 17 juli 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van: [verzoeker], wonend te IJsselstein, verzoeker, om toepassing van artikel 8:15 van de Awb. Procesverloop Tijdens de openbare behandeling ter zitting van 17 juli 2017 van de zaak nr. 201605156/1 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. E. Steendijk (hierna: de staatsraad) als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van deze zaak nr. 201605156/
- De staatsraad heeft niet in de wraking berust. De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op 17 juli 2017 ter openbare zitting behandeld, waar [verzoeker] is gehoord. Beslissing Bij mondelinge beslissing van 17 juli 2017 heeft de Afdeling het verzoek om toepassing van artikel 8:15 van de Awb afgewezen. Overweging Als maatstaf geldt dat de staatsraad uit hoofde van zijn aanstelling wordt verondersteld onpartijdig te zijn en dat het aan de verzoeker is om aannemelijk te maken dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die een uitzondering op deze veronderstelling rechtvaardigen. Hetgeen is aangevoerd rechtvaardigt die uitzondering niet. Het niet aanvaarden van een stuk dat ter zitting wordt overgelegd, betreft een processuele beslissing van de staatsraad als lid van de enkelvoudige kamer. Deze beslissing staat niet ter beoordeling in de wrakingsprocedure, nu het instrument van wraking volgens vaste jurisprudentie niet is bedoeld om als rechtsmiddel tegen processuele beslissingen te worden aangewend. Zodanige beslissingen kunnen slechts leiden tot inwilliging van een wrakingsverzoek, indien sprake is van flagrante schending van eisen van een goede procesorde, dan wel van fundamentele rechtsbeginselen, die een eerlijk en onafhankelijk proces waarborgen, en die schending aanleiding geeft voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid van de betrokken staatsraad. Hetgeen [verzoeker] heeft aangevoerd, biedt geen grond voor het oordeel dat hiervan in dit geval sprake is. Voorts is niet gebleken dat er aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat de staatsraad het hoger beroep van [verzoeker] ter zitting heeft behandeld op een wijze die blijk geeft van vooringenomenheid, dan wel aanleiding geeft voor de objectief gerechtvaardigde vrees dat de staatsraad het door [verzoeker] ingestelde hoger beroep niet met de vereiste onpartijdigheid zal beoordelen. Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat er geen grond is voor het oordeel dat sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Aldus uitgesproken in het openbaar door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. D.J.C. van den Broek en mr. R.J.J.M. Pans, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier. w.g. Troostwijk w.g. Pieters voorzitter griffier 473.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.