(2015). Zij willen niet langer nieuwe ontheemden opnemen in de KAR, maar vangen ontheemden op in kampen waar de Koerdische veiligheidstroepen de controle hebben, in betwiste gebieden. Om toegelaten te worden tot een kamp dient de ontheemde een veiligheidsonderzoek te ondergaan. Irakezen die langer dan twee weken in de KAR willen blijven, dienen zich bij de veiligheidsdienst Asayish te melden. Ontheemden moeten voldoen aan de sponsorvereiste en moeten zich daartoe melden bij het kantoor van de Immigratiedienst en de locale mukhtar. Het ministerie van Binnenlandse Zaken verstrekt de verblijfsdocumenten, welke halfjaarlijks of jaarlijks verlengd moeten worden. Het meer restrictieve beleid van de KAR ten aanzien van nieuwe ontheemden weerspiegelt zich in de cijfers van IOM. In Duhok zijn sinds september 2014 geen (noemenswaardige aantallen) nieuwe ontheemden geregistreerd. In Suleymaniyah zijn van maart tot oktober 2016 slechts vijfduizend nieuwe ontheemden geregistreerd. In Erbil zijn sinds maart 2016 nog wel ruim veertigduizend nieuwe ontheemden geregistreerd, maar hier zijn de ontheemden in Debaga en andere opvangenkampen in het betwiste district Makhmour (provincie Erbil) bij inbegrepen." 7.
- De staatssecretaris heeft niet toegelicht in hoeverre de gewijzigde opstelling van de Koerdische autoriteiten waarvan melding wordt gemaakt in de hiervoor weergegeven passage uit het door de staatssecretaris aangehaalde ambtsbericht van november 2016, gevolgen heeft voor de mogelijkheden van de vreemdeling om toegelaten te worden tot de KAR en zich daar te kunnen vestigen. De beroepsgrond slaagt in zoverre. 7.
- De staatssecretaris heeft verder ondeugdelijk gemotiveerd waarom hij van de vreemdeling verwacht dat hij de hulp van zijn familieleden in Makhmour, dan wel Ta'mim inroept om zich in de KAR te vestigen en staande te houden. De staatssecretaris verwacht immers niet van de vreemdeling dat hij naar Makhmour of Ta'mim terugkeert, waar zich volgens de staatssecretaris een situatie voordoet waartegen artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, sub 3, van de Vw 2000 bescherming biedt. De beroepsgrond slaag in zoverre evenzeer. 7.
- Of is voldaan aan de overige vereisten voor de tegenwerping van het vestigingsalternatief in de KAR, kan pas worden beantwoord nadat de staatssecretaris deugdelijk heeft gemotiveerd dat de vreemdeling toegang kan krijgen tot de KAR. Aan bespreking van wat de vreemdeling verder in beroep heeft aangevoerd wordt daarom niet toegekomen.
- Het beroep is gegrond.
- De staatssecretaris dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 22 november 2016 in zaak nr. 16/13507; III. verklaart het in die zaak ingestelde beroep gegrond; IV. vernietigt het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 17 juni 2016, V-nummer […]; V. veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.485,00 (zegge: veertienhonderdvijfentachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. J.J. van Eck, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.R. Fernandez, griffier. w.g. Troostwijk w.g. Fernandez voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2017
- BIJLAGE Vreemdelingencirculaire 2000 Paragraaf C2/3.
- [...] Binnenlands beschermingsalternatief Bij de beantwoording van de vraag of een vreemdeling bescherming in Nederland nodig heeft tegen dreigende vervolging of daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw, beoordeelt de IND of de vreemdeling in het land van herkomst een beschermingsalternatief heeft om zich in een ander gebied in het land van herkomst aan deze dreiging te onttrekken. [...] De IND neemt aan dat een ander gebied in het land van herkomst op grond van artikel 3.37d VV voldoet als vlucht- of vestigingsalternatief als aan alle volgende voorwaarden is voldaan: a. het gaat om een gebied in het land van herkomst waar de vreemdeling geen risico loopt op vervolging als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of voor daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw óf toegang heeft tot bescherming als bedoeld in artikel 3.37c VV; b. de vreemdeling kan op veilige en wettige wijze reizen naar en toegang verkrijgen tot dat gebied in het land van herkomst; en c. van de vreemdeling kan redelijkerwijs worden verwacht dat hij zich in dat deel van het land vestigt. [...] Paragraaf C7/13.5.
- [...] Vlucht en vestigingsalternatief in de KAR De IND neemt aan dat een vreemdeling afkomstig uit een van de gebieden genoemd in paragraaf C7/13.4.1 Vc geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de persoon zich in de KAR kan vestigen. De IND neemt in ieder geval aan dat de volgende aanknopingspunten de toepassing van een vlucht- en vestigingsalternatief in de KAR kunnen rechtvaardigen: [...] • de vreemdeling is afkomstig uit een gebied dat de facto onder het bestuur staat van de Koerdische regionale overheid (KRG); [...]